of 59318 LinkedIn

Informatiehonger

Reageer
Volgens de Wet openbaarheid van bestuur is alle informatie openbaar, tenzij er goede gronden zijn om inzage te weigeren. In de praktijk hanteert de overheid echter een tegenovergesteld beginsel.

In alle commotie over de inbraak van voormalig activist en GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak op het ministerie van Economische Zaken in 1985, is één aspect onderbelicht gebleven: de structurele onwil van de overheid om informatie te verstrekken. Duyvendak wilde via de inbraak documenten bemachtigen die maatschappelijk van belang werden geacht maar die de overheid niet wilde vrijgeven. Openbaarheid van bestuur was in 1985 nog niet bij wet geregeld. Pas in 1991 werd de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingevoerd. Volgens die wet is alle overheidsinformatie openbaar, tenzij.  Een burger, actievoerder of journalist mag alles inzien, tenzij er goede gronden zijn om inzage te weigeren. Die gronden zijn in de wet exact gedefinieerd. Is zo’n weigeringsgrond (bijvoorbeeld de staatsveiligheid) niet van toepassing, dan dient de overheid de informatie onverwijld en tijdig te verstrekken.

 

In de praktijk is er bij de overheid, vooral op ministeries, een cultuur gegroeid van niet verstrekken, tenzij. Omdat dit onwettig is, gebeurt het niet openlijk. Men traineert, pleegt bureaucratisch verzet en hoopt dat de ‘tegenstander’ de strijd staakt wegens geld-, tijd-, of motivatiegebrek, of door een procedurefout onderuit gaat in de rechtzaal. Uitzonderingsgevallen van fanatieke doorbijters daargelaten (Oltmans, Spijkers) wint de overheid die ongelijke strijd altijd.

 

Twee weken geleden tikte de Nationale Ombudsman het ministerie van Justitie op de vingers vanwege vergaande termijnoverschrijding in een Wob-zaak van een KRO-journalist over de speciale terroristenafdeling in de gevangenis in Vught. ‘Volstrekt onaanvaardbaar’, oordeelde de Ombudsman over het aan de laars lappen van de termijnen. Maar het gebeurt wèl, sterker, het is schering en inslag, zo heeft ook Binnenlands Bestuur de afgelopen jaren in tal van Wob-procedures mogen ervaren. En de informatiezoekende burger is al helemaal machteloos.

 

Binnenkort komt er een sanctie op de termijnoverschrijdingen: te laat beantwoorden wordt bestraft met een dwangsom. De reactie daarop mag typerend heten voor het klimaat rond ‘openbaarheid van bestuur’: het kabinet wil de termijn waarbinnen een beslissing moet worden genomen op een Wob-verzoek verruimen van 28 naar 56 dagen.

 

Deze (geheim)houding sijpelt door naar gemeenten: steeds vaker krijgen stukken het stempel ‘vertrouwelijk’ of ‘geheim’ en overal duiken vormen van overleg op in gremia die niet democratisch gekozen en niet controleerbaar zijn, ook niet achteraf: korpsbeheerdersberaad, regionale driehoek, bestuurlijk overleg. In het regeerakkoord wordt afgesproken dat het ware verhaal rond de oorlog in Irak niet naar buiten mag. Selectiecriteria en rangorde van de Vogelaarwijken? Niet openbaar. De kans dat via de Wob in dit soort kwesties helderheid wordt verkregen is nagenoeg nihil. En wat dan? In 1996 zei de Bredase bisschop Muskens dat een arme best een brood mag stelen. Een debat is vereist waar de grenzen liggen in het geval van informatiehonger.

 

Sjors van Beek

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.