of 62236 LinkedIn

Zonder bezieling is nuttig waardeloos

Voor wie kan teren op een jeugd vol vakanties in eigen land, leest Het landschap, de mensen van Auke van der Woud als een feest van herkenning. De kilometers fietspad die onder mij door gleden, de oudheidkamers vol verroest landbouwmaterieel, het oerdorp Orvelte en het Woudagemaal: alle educatieve uitstapjes uit mijn jeugd staan in het boek. En zo zal iedereen zijn eigen herkenningspunten aantreffen. Het lijdt dan ook geen twijfel waar het boek over gaat: over ons landschap. Dus wij zijn het.

Wat zegt dat landschap over ons? Van der Woud knoopt knap lokale geschiedenis en landschapskarakteristieken aan elkaar tot een nationale mentaliteitsverandering. Tussen 1850 en 1940 werden ‘de moderne waarden en normen van de grote stad op het platteland verbreid en overgenomen; rationalisme, materialisme en nuttigheidsdenken veranderden het landschap en de mensen die er woonden’.

Illustratief is de ruilverkaveling. Het nut van deze coöperatieve vorm van onteigening is evident. Zeker in het extreme voorbeeld van Staphorst. Daar was landbouwgrond door lokaal erfrecht voortdurend in de lengte verdeeld, met lange stroken tussen de 5 en 25 meter breed als resultaat. Staphorsters liepen dus hoofdzakelijk heen en weer op hun eigen grond. Dat kon efficiënter en gaat inmiddels ook beter.

Maar wat doet, omgekeerd, een tijdbesparend landschap met de bewoners? Dat lijkt de eigenlijke kwestie die Van der Woud aan de orde wil stellen. In een prachtig hoofdstuk peilt hij van welke niet-efficiënte wereldbeschouwing de versplinterde grond in Staphorst de uitdrukking was. De economische nadelen zijn bekend, maar wat waren de voordelen van die smalle strookjes? Vermoedelijk een bepaalde vorm van bezieling. Daarmee komt hij tot de centrale stelling van zijn boek: het verband tussen een nuttig landschap en materialistische normen en waarden waarvan dat landschap de uitdrukking wordt. Boven een aarde die steeds minder woest en ledig is, zweeft ook steeds minder van Gods geest. Het boek van Van der Woud is eigenlijk de proloog van het boek Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak.

Was een kort godvruchtig leven in een klamme plaggenhut dan zo veel beter? Natuurlijk niet. Geen twijfel over de realiteit van de bittere armoede die met betere landbouw is bestreden. Vraag is alleen wanneer de industriële revolutie haar eigen kinderen opeet. Van der Woud kiest daarvoor het beeld van koning Midas. ‘Hij kon geweldig goed waarde creëren, alles wat hij aanraakte veranderde in goud. Maar toen bleek dat ook zijn voedsel goud werd, dreigde hij te verhongeren.’ Wat dan? De sleutel die Van der Woud daarvoor aanreikt is de inspiratie waarmee we ons landschap vormgeven.

Toevallig hoorde ik onlangs van de landinrichting Saasveld-Gammelke in Twente. Daarin werd de vinding van de 19e eeuw, de ruilverkaveling, juist gebruikt om wat nuttige landschapsontwikkeling terug te draaien. De Gammelkerbeek kreeg weer een meer natuurlijk verloop. Niet uit nostalgisch idealisme, maar uit noodzaak van modern waterbeheer.

Arie Mentink, een katholieke melkveehouder die boert op voorvaderlijke grond, was de voorzitter van de Grondcommissie. Ik vroeg hem naar zijn inspiratie om twintig jaar lang zo veel tijd en energie in het project te steken. Hij vertelde graag over zijn levenswerk en mailde over de kansen die hij als ondernemer zag, de verantwoordelijkheid die hij als bestuurder voelde en zijn liefde voor het landschap. Maar ook over zijn geloof dat ‘het haalbaar is om met elkaar voor elkaar te krijgen dat je er voor elkaar bent. Waarbij ook de mensen die zich ondergewaardeerd voelen hun belangen in resultaten terugzien.’ Niet alleen nuttigheid dus, maar toch weer bezieling.

Oudejaarsdag werd mijn tweede dochter geboren. Als we straks met haar op pad kunnen, gaan we eerst naar Gammelke om de beek te zien. Ter inspiratie en voor haar als eerste jeugdherinnering aan een vakantie in eigen land.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.