of 59318 LinkedIn

Woonplaatsvereiste niet altijd even helder

D.J. Elzinga Reageer
Burgemeesters en wethouders moeten ingezetene zijn van hun gemeente. De wet biedt de mogelijkheid om hier ontheffingen te geven voor bijzondere gevallen, maar dat is de uitzondering op de regel. Als de ontheffing voorbij is, moet het ingezetenschap alsnog zijn gerealiseerd. Met een zekere regelmaat ontstaan hier echter problemen, zoals nu in de gemeente Dinkelland.

Een van de wethouders had voor twee keer een periode van een jaar ontheffing gekregen van de eis van ingezetenschap. Op 11 juli van dit jaar liep de tweede ontheffing af. De betreffende wethouder had zich voor die datum ingeschreven in de gemeente Dinkelland, een pand gekocht in de gemeente, waardoor hij ook een adres in de gemeente bezat. Omdat de betreffende woning nog moest worden verbouwd en de daarvoor noodzakelijke vergunningen nog moesten worden afgegeven, woonde de wethouder ook na afloop van de tweede ontheffing nog in een andere gemeente en wel de gemeente Oldenzaal.

 

De oppositie in de gemeenteraad van Dinkelland redeneert dat nu aan de eis van ingezetenschap niet is voldaan de wethouder op moet stappen. Indien de wethouder dat niet doet, zou de raad hem moeten ontslaan. En indien de raadsmeerderheid dat weigert, zou de burgemeester moeten interveniëren om aan deze onrechtmatige situatie een einde te maken. Hoe moet de positie van deze wethouder worden beoordeeld?

 

De Kieswet schrijft: ‘Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.’ Is derhalve aan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet voldaan dan eindigt de functie van rechtswege.

 

Het raadslid of de wethouder is verplicht deze feiten te melden aan het vertegenwoordigend orgaan. Laat deze dit achterwege dan volgt een waarschuwing van het college, heeft deze waarschuwing geen effect dan kan de kwestie aan het oordeel van het vertegenwoordigend orgaan worden voorgelegd. Valt de situatie in Dinkelland nu onder dit regime? Dat is maar gedeeltelijk het geval.

 

Ingezetenschap betekent het hebben van een werkelijke woonplaats in de gemeente. Inschrijving in de basisadministratie wordt geacht voldoende te zijn als bewijs voor het hebben van een werkelijke woonplaats, behoudens bewijs van het tegendeel, aldus de Kieswet en de Gemeentewet. Nogal eens is er discussie over gevallen waarbij wel een inschrijving in de basisadministratie is gerealiseerd en er ook wel een adres is, maar geen of verminderd feitelijk verblijf.

 

Bijvoorbeeld burgemeesters die alleen enkele dagen per week in de gemeente verblijven, maar vervolgens in de weekenden of langer structureel buiten de gemeente verblijven. Voor wethouders (vooral die van buiten) en raadsleden worden er soms vergelijkbare discussies gevoerd.

 

Voor de wethouder in Dinkelland geldt dat hij nog niet daadwerkelijk in de gemeente woont. Daarbij moet echter meteen worden aangetekend dat aan de plicht tot ingezetenschap door de wethouder wel grotendeels is voldaan. Er is een inschrijving en een adres. Dit betekent in ieder geval dat van een ontslag van rechtswege (nog) geen sprake kan zijn, hoezeer er ook nog een gebrek kleeft aan de feitelijke woonachtigheid. Er is reden en ruimte om dat gebrek op te heffen; blijft die opheffing achterwege dan is er wel een duidelijke ontslaggrond.

 

In dat verband is ook van belang dat art. X 1 Kieswet spreekt over: ‘onherroepelijk is komen vast te staan’. In deze casus is van die onherroepelijkheid nog geen sprake, omdat het ingezetenschap vrijwel is gerealiseerd, maar nog een belemmering ondervindt door vergunning en verbouwing. Weigert de wethouder deze belemmering op te heffen, dan is er wel sprake van onherroepelijkheid en moet de wethouder vertrekken of tot vertrek worden gedwongen.

 

Prof. mr. Douwe Jan Elzinga Hoogleraar Staatsrecht, RU Groningen

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.