of 59345 LinkedIn

Windmolen-moraal

In het handelen van raadsleden ligt voor inwoners opgesloten de erkenning en herkenning. Raadsleden gaan over kwesties die inwoners bezig houden. Veel onderwerpen die in een gemeenteraad aan de orde komen, lijken op het oog onschuldig. De raad lijkt dan als een besluitmachine van het college te werken.

Maar altijd blijft de spanning aanwezig dat over een kwestie het ongenoegen onder inwoners kan oplaaien. De enige manier om ongenoegen een plaats te geven is wanneer raadsleden duidelijke morele keuzes zichtbaar maken. Want lokaal vreedzaam leven betekent niet dat het iedereen alleen maar naar de zin gemaakt kan worden. Wat daarbij helpt is het besef dat inwoners geen klanten zijn maar burgers. En burgers hebben er baat bij de morele dilemma’s van raadsleden te kunnen herkennen. Met als gevolg dat je als raadslid niet mag blijven steken in de wereld van technische vragen en vragen om informatie. Van een raadslid wordt gevraagd dat hij op z’n tijd in staat moet zijn een stevig debat over de publieke moraal te voeren.

Zo’n kwestie waarbij een beroep wordt gedaan op morele keuzes zijn de windmolens. In de ‘windmolen-provincie’ van Nederland zie je sinds eind vorige eeuw de molens groeien. En daarmee vraagstukken als slagschaduw, geluid en horizonvervuiling. Bij de bouw gaat het over economie, het behoud van werkgelegenheid, over voortbestaan agrarische bedrijven en daarvoor inkomsten genereren, over verkrijgen van subsidie. Niet of nauwelijks niet over klimaat/energie/milieu. Molens lijken echter tot leven komen en groeien maar door. Ze worden hoger en dominanter. De nieuwste zelfs voorzien van rode lampen voor het nachtelijk beleven! Niet bijzonder om te constateren dat de onrust onder bevolking recht evenredig toeneemt.

En dan is er in dat dossier plotseling het ‘stikstof-monster’. Betekent dat geen bouw van nieuwe molens? Neen, niet in deze provincie. Want in leegstaande agrarische bedrijven worden overeenkomstig de bestaande vergunning weer dieren geplaatst. Later sluiten we die bedrijven en kan de stikstofverschuiving worden gerealiseerd. Volgens de één een truc, volgens de ander is het gewoon je aan de regels houden. Volgens een derde een voorbeeld van een goede Hollandse koopmansgeest. En een vierde vindt het van juridische kwaliteit getuigen. Alles gereed voor nog meer onrust. En voor het passeren van het omslagpunt van onverschilligheid naar ongenoegen.

Wat moet je dan als gekozen burger? Welles-nietes discussies voeren in raden en staten? Of werken aan geloofwaardigheid? Maar dan kun je als gekozene of bestuurder niet volstaan met het adagium van ‘wij gaan er niet over’ of ‘wij houden ons aan de regels”. Wet (sregel) bijvoorbeeld zijn nooit bedoeld het nadenken te stoppen. En de vraag onder ogen te durven zien of een handeling wel in de geest van de wet ligt. De bouw van windmolens wordt dan een voorbeeld waarbij een ogenschijnlijk simpele kwestie plotsklaps een stevig debat kan vragen. Maar stevige debatten kunnen pas als de angst om van mening te verschillen wordt overwonnen en het lef bestaat niet te blijven steken in vastgeroeste – en van wrok vervulde standpunten. Raadslid zijn is mooi maar niet eenvoudig. Met lef om naar de morele vragen te gaan wordt het wel betekenisvol.

Jan Dirk Pruijm

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Joost op
En in het verlengde hiervan zou ik graag zien dat raadsleden zaken niet te smal bekijken. Zo gaat het niet om industriële windturbines maar om een energietransitie waarbij duurzaam opwekken centraal staat, dus zijn industriële windturbines van meer dan 200 m tiphoogte niet zaligmakend. En heeft de sinds 1 juli 2019 geldende informatieplicht van bedrijven omtrent energiebesparing hier ook mee te maken. Handhaaft u deze wet? Ik hoop het want dat heeft in de meeste gemeenten een direct verband met de hoeveelheid benodigde duurzaam opgewekte energie. Ook heeft u als volksvertegenwoordiger een zorgplicht en kunt u zich dus afvragen waarom de WHO en vrijwel alle landen andere geluids- en afstandsnormen hanteren dan wij in Nederland. Ook zou u de oproep van de Hoeksche Waard kunnen volgen en ook aandringen op onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van industriële windturbines en industriële windparken in de nabijheid van omwonenden.
Door Jaap Oosterveld op
De koppeling die dhr. Pruijm hier maakt in zijn opening van zijn artikel, nl. ogenschijnlijk onschuldige onderwerpen in raden en staten met windmolens (of nog beter gezegd windturbines), ontgaat mij volledig. Dit onderwerp is er een van de categorie zwaargewicht. Duidelijk is dat hij het heeft over de provincie Flevoland en Windplan Groen. Het kunstmatige opstapje om uit te kunnen komen bij het begrip moraal spreekt mij niet aan. De oproep om helder en duidelijk te zijn is naar mijn mening terecht, maar geldt altijd voor Raden en Staten. Het debat gaat dan tussen raads- of statenleden die een politieke partij vertegenwoordigen en dat is breder dan "gekozen burger". Jammer dat Jan Dirk suggereert dat raden en staten lijken op een "besluitmachine van het college". De oproep om het debat meer op te zoeken, te verdiepen en daarin morele vragen niet te schuwen is terecht en een ware uitdaging.