of 59345 LinkedIn

Wethouders van buiten

In het politieke hoogseizoen passeerde afgelopen week bijna ongemerkt de transfer van een wethouder uit het college van Utrecht naar het college van Amsterdam. 

Mijn eerste reactie? Wat teleurstellend als in de grootste stad van Nederland niet in eigen gelederen een wethouder kan worden gevonden. Overigens begint een wethouder van buiten de gemeentegrens al bijna gewoon te worden. Maar een transfer in een raadsperiode is weer een volgende stap. Een neveneffect is dat landelijke partijen op deze manier zelf bijdragen aan de beeldvorming over een partijkartel, beter een partijkaste. Zo langzaam maar zeker lijkt het met wethouders van buiten een zelfde kant op te gaan als het geschuif met waarnemend burgemeesters. Erg? Wel wanneer we het moment voor een principiële discussie overslaan en onszelf in een nieuw lokaal bestuurderssysteem rommelen.

De mogelijkheid die de wet in 2002 opende om wethouders van buiten de raad te kunnen rekruteren, was niet gericht op “buiten de gemeentegrens “. In het rapport van de commissie Elzinga staat o.a. als reden: “gekwalificeerde personen die wel een bestuurlijke functie maar niet een vertegenwoordigende functie ambiëren, eerder te kunnen benaderen”. Partijen kregen daarmee extra wervings-en selectieruimte. Het effect van steeds kleinere plaatselijke afdelingen en de wens uitsluitend in het eigen ledenbestand te kijken, heeft ‘creatief gebruik’ van regels uitgelokt. Dus zoeken naar bestuurders buiten de gemeentegrenzen. Toch is voorzichtigheid geboden. Want het is niet vanzelfsprekend dat wat van ver komt lekker is. Sinds 2006 doe ik ervaring op met een rijke cultuur aan externe bestuurders. Dat leidde niet alleen tot smeuïge verhalen over dienstauto’s en een stakende wethouder, wapperend met een treinkaartje op de tv. Maar leerde ook de toenemende spanning ervaren over het niet wonen in de gemeente waar je bestuurder bent. Te eenvoudig wordt veel waarde toegekend aan ‘vers bloed van buiten’. Gemakshalve wordt vergeten dat met externe wethouders je bestuurders in huis haalt die anders in het ambt staan. Wat hen overigens niet te verwijten is.

Wethouders van buiten hebben bijna altijd al een bestuurlijke ervaring elders. Net als een burgemeester. Indirect haal je daarmee een tweede of derde burgemeester in huis, met alle risico voor die bestuurder. Dat terzijde. Ten tweede groeien zij als wethouder in hun nieuwe omgeving niet als ingezetene vanuit de inhoud van de gemeentecultuur, maar vanuit hun vorige bestuurlijke ervaring. Wethouder zijn/worden vanuit gemeentelijke geïnvolveerdheid of vanuit een bestuurlijk carrière kan andere effecten hebben. Wethouder van buiten de gemeente zijn, om je eigen dromen te realiseren betekent niet dat die dromen vanzelfsprekend passen bij die gemeente.

Als deze sluipende trend van werven buiten de gemeentegrenzen doorzet krijgen we binnen politiek partijen steeds meer het systeem van klasjes met beroepsbestuurders. Bestuurders die overal inzetbaar worden geacht. Dat verandert een college in een groep beroepsbestuurders. Dat verandert de rol van politieke partijen in gemeenten. Dat verandert het lokale politieke representatieve systeem. Een dergelijke verandering verdient een brede discussie. Gemeentebestuurders geworven uit de lokale samenleving, dan wel uit een beroepspool in de partij? Tijd voor een boeiende discussie.

Jan Dirk Pruim

(lees hier de vorige columns van Jan Dirk Pruim)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.