of 64740 LinkedIn

Stiften op z’n Scherpenzeels

Een van de vele bijdragen van Jiskefet aan onze collectieve verbeelding is het kaartspelletje stiften. In de klassiek geworden reeks van stift, dubbelstift en jack in the box! – met de elleboog op tafel – wordt meneer Edgar compleet uitgekleed.

De sketch is ook heel bruikbaar in het staatsrecht onderwijs. Hij laat namelijk precies zien wat er gebeurt als het onderscheid vervaagt tussen het spel en de regels. Het is een universele waarschuwing dat een spel zonder spelregels uiteindelijk helemaal geen spel meer is. Maar een ordinaire beroving.

Ik weet niet precies hoe de commissaris van de koning van Gelderland het ontslag heeft aangezegd bij de waarnemend burgemeester van Scherpenzeel. Het schijnt wel in persoon te zijn gebeurd. Maar ik denk niet dat meneer John ook zijn elleboog op het bureau van meneer Eppie heeft geplant. Toch had dat prima gepast. Want dit was natuurlijk wel degelijk het betere interbestuurlijke stiften.

De Gemeentewet spreekt alleen over het ‘voorzien in waarnemers’ waar dat in het belang van de gemeente nodig is. In een ontslagregeling van deze waarnemers is verder niet voorzien. Ook de regels die er wel zijn, lijken er niet vanuit te gaan dat een commissaris zijn waarnemers ook weer naar welgevallen kan ontslaan. Dat is een nogal magere grondslag voor het ontslag van een ambtsdrager dat niet plaatsvindt op eigen verzoek of na een aanbeveling van de raad maar na een conflict met degene die de ontslagbevoegdheid claimt.

Nu is er op zichzelf weinig mis met een beetje staatsrechtelijk stiften in de politiek. Sterker nog, in de interbestuurlijke verhoudingen wordt voortdurend gestift. Vage voorschriften in je eigen voordeel uitleggen en dan met grote stelligheid een politiek feit creëren om de zaak jouw kant op te trekken. Zo schikken en plooien wij de bestuurlijke verhoudingen al eeuwen. Bovendien levert dat trekken en duwen tussen de verschillende bestuurslagen ook nog eens een verticale machtsbalans op. Ik ben dus niet zo tegen dat stiften.

Maar de sketch van Jiskefet laat zien waar de grens ligt. Als de verhoudingen ongelijkwaardig en de belangen groot zijn, dan creëert stiften geen machtsevenwicht maar machtsmisbruik. Het politieke spel moet dus ingekaderd blijven in de beginselen van de rechtsstaat. Bijvoorbeeld het beginsel van machtsevenwicht. Als de één stift, moet de ander terug kunnen stiften. De ene partij mag niet zomaar het kleed onder de andere partij weg kunnen stiften.

Om deze reden zijn de regels van het kiesrecht zo akelig gedetailleerd uitgewerkt. Stiften over een verkiezingsuitslag is immers bloedlink, zagen we pas nog in Amerika. En om dezelfde reden moeten we heel omzichtig omgaan met ontslagbevoegdheden in het openbaar bestuur. Die mogen namelijk geen onderdeel van het spel worden. Volstrekt terecht daarom dat de Tweede Kamer bijna unaniem een motie heeft aangenomen om de kennelijk gevoelde behoefte om een waarnemer te kunnen ontslaan fatsoenlijk wettelijk te regelen.

Voor Klein zelf zal die wettelijke regeling te laat komen. Zijn hoop is gevestigd op de rechter, maar die houdt zich vanouds graag afzijdig bij interbestuurlijk stiften. Bij het ontslag van wethouders, pepert de Gemeentewet de rechter zelfs nog wat extra terughoudendheid in. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden van het ontslag, bepaalt artikel 50 zekerheidshalve.

Rechters zullen daarom niet staan te trappelen om een oordeel te vellen over de vraag wie precies wanneer welke mail heeft gestuurd en of dat wel of niet een interventie in enig democratisch proces was. Zeker niet in een voorlopige voorziening. Maar het zou wel mooi zijn als de rechter voorkomt dat ambtsdragers elkaar zomaar hun kantoor uit kunnen stiften.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.