of 60715 LinkedIn

Regiobestuur eist nieuwe vormen en normen

Algemene beleidslijn is al geruime tijd dat de hoofdstructuur van het openbaar bestuur moet worden versterkt. Dat betekent het opruimen van hulpstructuren op regionaal niveau en het versterken van gemeente en provincie. Het gaat er niet van komen. In de huidige constellatie is zelfs volstrekt het omgekeerde het geval. 

Bij de grote decentralisatieoperatie is de provincie de grote verliezer. De provincies spelen bij die decentralisaties geen enkele rol. De effecten daarvan worden sterker nu in grote delen van het land de regionale besturen zwaar zullen worden opgetuigd. Bij decentralisatie van taken naar de gemeenten zou het lokale bestuur daardoor moeten worden versterkt. Het tegendeel is vooralsnog het geval. De grootstedelijke gemeenten krijgen weliswaar veel budget en nieuwe taken, maar voor honderden gemeenten is daarvan geen sprake. De overgedragen taken worden meteen weer overgeheveld naar het regionale niveau. In congruente samenwerkingsverbanden wordt straks het beheer gevoerd over miljarden euro’s die worden besteed in het sociale en in het zorg­domein.

Sinds 1945 is er nimmer sprake geweest van een zo grote impuls voor het regionale bestuur. Die regionale besturen zullen dan ook een geduchte concurrent worden van de gemeenten en de provincies. Wat betreft de vorm van dit regionale bestuur zal gebruik worden gemaakt van de  Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij de Wgr is sprake van verlengd lokaal bestuur. Gemeenten werken samen om te kunnen profiteren van schaalvoordelen. Vooral indien het gaat om politiek-neutrale of beleidsarme taken is deze vorm van verlengd lokaal bestuur adequaat. Vertegenwoordigers van de gemeente controleren of een en ander goed is georganiseerd. De politieke component in het verlengd lokaal bestuur is betrekkelijk gering en juist daarom kan op dat niveau doelmatig worden bestuurd. Dat beeld zal drastisch gaan veranderen.

Door de aan de decentralisatie verbonden budgetkortingen lopen de gemeenten grote financiële risico’s. De besluitvorming over de inrichting van het sociale en het zorgdomein vindt straks evenwel in hoofdzaak plaats op het regionale vlak. Afzonderlijke gemeenten zullen die besluitvorming kritisch volgen en invloed willen uitoefenen. Bij fouten of verkeerde inschattingen op het regionale  niveau wordt uiteindelijk de rekening neergelegd bij de gemeenten. Ook burgers en maatschappelijke organisaties zullen de gemeentebesturen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Het opereren van de algemene besturen op regionaal niveau zal daardoor sterk politiseren.

Gemeenteraden zullen de vinger aan de pols willen houden omdat een falend regionaal beleid voor de betreffende gemeente grote gevolgen kan hebben. Is nu de vorm van verlengd lokaal bestuur, zoals neergelegd in de huidige Wgr, geschikt en toegerust voor het toekomstige regionale bestuur?

In het aanhangige voorstel ter verandering van de Wgr zijn er enkele voorstellen die al rekening houden met de sterkere politieke rol van de algemene besturen. Het is echter zeer de vraag of die wijzigingen voldoende zijn. In tal van regio’s zijn er initiatieven om de rol van de algemene besturen sterker te maken. In diverse regio’s wordt bijvoorbeeld niet meer door de gemeenteraden geaccepteerd dat burgemeesters en wethouders het regionale bestuur domineren.

De verantwoordingsrelaties tussen de algemene en de dagelijkse besturen worden scherper. In diverse regio’s eisen de algemene besturen een eigen griffier en wel omdat de secretarissen toch in eerste instantie op het dagelijks bestuur zijn georiënteerd. De samenstelling van de algemene en dagelijkse besturen wordt steeds belangrijker. Gemeenteraden en griffiers zullen zich sterker gaan roeren bij die samenstelling.

De nu aanhangige wijziging van de Wgr zou een aanknopingspunt moeten zijn om goed na te denken over de meest wenselijke vormen en normen. Duidelijk is in elk geval dat de huidige structuren en instituties onvoldoende zijn om de belangen van de gemeenten en vooral die van de gemeenteraden voldoende te borgen. Er zal moeten worden uitgekeken naar vormen van invloed en controle die er voor zorgen dat het lokale bestuur niet door het regionale bestuur wordt weggeschoffeld.

Door de decentralisatie zullen het evenwicht en de ordeningen in het openbaar bestuur drastisch wijzigen. Gemeenten kunnen aan de rand van een faillissement worden gebracht door regionale bestuursbesluiten waar ze maar beperkt invloed op kunnen uitoefenen. Die situatie zal veel politieke en bestuurlijke ‘reuring’ geven. Daarom is het wijs goed na te denken over de relatie tussen lokaal  en regionaal bestuur. In elk geval moet de Wet gemeenschappelijke regelingen vergaand worden opgefrist.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.