of 60715 LinkedIn

Pas op met de vrijwillige brandweer

Het regent de laatste maanden lintjes bij de vrijwillige brandweer. De reden? Vanaf volgend jaar is twintig jaar lang vrijwillig uitrukken geen ‘automatische benoemingsgrond’ meer, aldus de Kanselarij der Nederlandse Orden. 

‘Een benoeming in de Orde van Oranje-Nassau vindt alleen plaats op basis van persoonlijke verdiensten en een automatische onderscheiding bij een (vrijwillig) dienstverband past op zichzelf dan ook niet bij de aard van de Orde. Hierop bestaan slechts enkele uitzonderingen die zijn vastgelegd in de wet. Bovendien bestaat er voor leden van de vrijwillige brandweer een — in vergelijking met andere koninklijk gedecoreerde vrijwilligers — ruime financiële vergoeding voor hun activiteiten.’

De kennelijk royale twee tot drieduizend euro die een brandweervrijwilliger gemiddeld jaarlijks opstrijkt voor de uren die hij heeft geoefend en de uren die hij stond te blussen of auto’s open te zagen, kosten hem dus zijn lintje. Automatisch lintjes incasseren, dat doen in Nederland alleen nog maar raadsleden na twaalf jaar, Kamerleden na tien jaar en bewindspersonen al na één jaar.

Maar daarover hoeven we niet dramatisch te doen. De Kanselarij wijst erop dat individuele verdiensten van een brandweervrijwilliger nog altijd een benoeming in de Orde van Oranje- Nassau kunnen opleveren. Bovendien deelt de Brandweer zelf onderscheidingen uit en misschien kunnen we regelen dat die worden erkend in de regels over de draagvolgorde. De Kanselarij der Nederlandse Orden is niet de enige instantie die het voorzien heeft op de vrijwillige brandweer.

Ook vanuit Luxemburg drijven donkere wolken het land binnen. Het lijkt onafwendbaar dat het Hof van Justitie van de EU op afzienbare termijn brandweervrijwilligers als deeltijdwerkers gaat aanmerken, waarna de afwezigheid van salaris verboden discriminatie wordt. In de juridische logica ligt dit ook wel voor de hand. Want zeker tussen de vrijwilliger met een zogeheten kazerneringsprofiel en de beroepsbrandbrandweerman is al dan niet betaald worden feitelijk het enige verschil. En dat is uitbuiting waartegen we regels hebben.

Sommigen vrezen dat het inlijven van vrijwilligers als deeltijdwerkers gevolgen zal hebben voor de lokale gemeenschapszin waarvan de vrijwillige brandweer nog altijd het resultaat is. Maar daarover hoeven we evenmin dramatisch te doen, aldus hoogleraar sociaal recht Verburg in zijn analyse van de kwestie. Tegen een hogere vergoeding zal toch niemand protesteren en en we kunnen de Europese deeltijdwerker nog altijd zelf gewoon ‘vrijwilliger’ blijven noemen als die daar zo aan hecht.

Ook ik denk niet dat het verlies van de automatische decoratie of het substantieel verhogen van de vergoedingen nu opeens de broederschap in de lokale brandweerkazerne zal doen opdrogen. Die is tegen een stootje bestand, zoals uit de achterliggende jaren van regionalisering en professionalisering van de brandweerzorg wel is gebleken. Er wordt zeker geklaagd en gemord, maar een massale uitloop is volgens het CBS niet aan de gang en zagen de onderzoekers van de Kenniswerkplaats Veiligheid en Veerkracht van de Vrije Universiteit in 2018 ook niet aankomen.

Maar dat lijkt mij geen reden voor opluchting. Er bestaat een juridische en bestuurskundige dynamiek waarmee de overheid burgerinitiatieven opzuigt en bij zichzelf inlijft. Het volgen van protocollen en afleggen van verantwoording overwoekeren dan de autonomie van het maatschappelijk eigenaarschap. Als burgerinitiatief zakt het hele zaakje dan vervolgens in. Dat gaat meestal niet bewust of op één moment met één specifiek besluit. Het zijn geleidelijke processen vol goede bedoelingen maar wel met een zogenaamd tipping point. Opeens is het niet leuk meer, en dan loopt het onomkeerbaar leeg.

Ik zou dus toch oppassen met die druppels professionele bureaucratie in de emmer van de vrijwillige brandweer. Leeg is die emmer zeker niet. En als die overstroomt, is het te laat.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.