of 65101 LinkedIn

Niet tijdelijk aftreden tot de storm voorbij is

Het aftreden van alle gedeputeerden in de provincie Noord-Holland heeft diverse vragen opgeroepen. Dat de bestuurders – uitgezonderd de CdK – hun aftreden bekend hebben gemaakt om een signaal naar de samenleving af te geven, is goed te volgen en ook te prijzen. De provincie heeft aanzienlijke schade geleden door de Ice-Save-affaire. Dat bestuurders daaraan consequenties verbinden, is begrijpelijk.

Maar daar moet wel meteen worden bij gezegd dat een dergelijk signaal dan ook consequent moet worden aangehouden. Er is enige twijfel over de vraag of dat in Noord-Holland het geval zal zijn. Nu het college geen grondslag meer heeft door het gezamenlijke aftreden, moet een nieuw college worden gevormd. In beginsel zou het kunnen zijn dat dezelfde coalitiepartijen doorgaan. Maar het kan evengoed een college in andere samenstelling zijn.

 

Tijdens de persconferentie werd door CdK Borhouts gesuggereerd dat ook de afgetreden gedeputeerden in dat nieuwe college zouden kunnen terugkeren, een en ander onder verwijzing naar de landelijke verhoudingen waar soms ook afgetreden ministers weer terugkeren.

 

De laatste vergelijking gaat mank. Hirsch Ballin trad bijvoorbeeld af naar aanleiding van de IRT-affaire, maar keerde pas later terug in een ander kabinet. Directe terugkeer van om politieke redenen afgetreden bestuurders is strijdig met de geest van het stelsel van politieke verantwoordelijkheid. Wie A zegt, moet ook B zeggen en de consequenties daarvan aanvaarden.

 

Een en ander klemt te meer nu werd afgetreden voordat het verantwoordingsdebat in de staten plaats had gevonden. Een dergelijke manier van handelen kan in die omstandigheden een leuke truc van bestuurders zijn om even uit de wind te gaan staan en vervolgens - als het politieke stormpje is uitgewoed - weer vrolijk terug te keren.

 

Bij dit alles speelt bovendien de wettelijke regeling uit de Provincie- en de Gemeentewet een rol. De wet bevat sinds kort de regeling dat wethouders en gedeputeerden meteen aftreden als zij het politieke vertrouwen hebben verloren van  de gemeenteraad of de staten. Gaat de bestuurder daarentegen op eigen initiatief weg – zo bepaalt de wet – dan blijft deze nog een maand in functie. In die tussentijd kan een opvolger worden aangetrokken.

 

Deze laatste regeling is vooral bedoeld voor situaties waarin een gedeputeerde bijvoorbeeld  een nieuwe functie heeft aanvaard. In dergelijke gevallen wordt een mooie overgang gerealiseerd. In de casus Noord-Holland wordt echter de termijn van een maand mogelijk gebruikt om tijdelijk uit de politieke vuurlinie weg te lopen en als het vuur is gedoofd weer terug te keren. Mocht deze bedoeling bij de gedeputeerden hebben voorgezeten toen zijn hun aftreden bekend maakten, dan zal blijken dat men zich ernstig heeft vergist. Het signaal naar de samenleving heeft dan een geheel averechts effect gekregen. Een dergelijke U-bocht constructie, waarbij het afleggen van verantwoording uit de weg wordt gegaan door voortijdig en tijdelijk af te treden, zal in diezelfde samenleving worden weggehoond.

 

Nog een andere vraag betreft de positie van de CdK. De Zuid-Hollandse CdK Leemhuis trad destijds af naar aanleiding van de Ceteco-affaire; CdK Borghouts maakte een andere afweging. In dat opzicht is de positie van burgemeester en CdK anders dan die van de minister-president. Indien alle ministers aftreden, is het ondenkbaar dat de premier aanblijft. Gezien de afwijkende positie van burgemeester en CdK – naast lid en voorzitter van het college, ook afzonderlijk bestuursorgaan en voorzitter van de volksvertegenwoordiging – kunnen daar andere redeneringen worden gevolgd. Daarbij speelt wel een rol de vraag in hoeverre de voorzitters van de colleges geïnvolveerd zijn geraakt in de dossiers die ter discussie staan.

 

Bovendien kunnen ook hier raad en staten invloed uitoefenen. Niet door ontslag aan te zeggen – daarover gaat de Kroon – maar wel door onder omstandigheden aan de verantwoording de aanbeveling te verbinden dat ook de burgemeester of de CdK beter af kan treden. 

 

Douwe Jan Elzinga

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door A. de Vries (ambtenaar) op
Dat argument van benoemd zijn door de Kroon is toch al lang niet meer valide ! Denk aan de vele burgemeesters en zelfs een CdK die moesten aftreden na het vertrouwen te hebben verloren. Daarvoor is gekozen zijn helemaal niet nodig.
Door h.medema (senior beleidsmedewerker) op
Zo zie je maar weer: de samenleving moet bestuurders weghonen voordat ze in de gaten krijgen dat ze kunstjes uithalen die ECHT niet kunnen. Dat de CdK denkt aan te kunnen blijven ondanks zijn grote betrokkenheid bij de problematiek duidt er maar weer eens op dat het systeem van benoemde bestuurders vermolmd, achterhaald en ongewenst is en niet recht doet aan de democratie. Juist de belangrijkste bestuurlijke post in het regionaal, maar natuurlijk ook die van de burgemeester op gemeentelijk niveau dient democratisch gekozen te zijn en ook aan diezelfde democratie verantwoording af te leggen en mag zich niet kunnen verschuilen achter het feit dat men 'benoemd' is. Onmiddellijk aftreden dus!