of 64621 LinkedIn

Lof der inconsistentie

Over decentraal versus centraal - voor bestuurskundigen een klassiek thema - valt opnieuw weer hartstochtelijk van mening te verschillen.

Bovendien lijkt het huidige kabinet over deze kwestie van schaal even consistent als vroeger Pim Fortuyn over markt of overheid. Diens analyse van de puinhopen die Paars zou hebben achtergelaten, was heel helder: alles wat naar de markt was gebracht, moest terug naar de staat. Alles wat bij de staat berustte, moest terug naar de markt. Daarin schuilt veel populistische continuïteit.

Nu weten we van wijlen Thijs Wöltgens dat consistentie geen kernwaarde van de politiek hoeft te zijn. Ook de moederkerk is gebouwd op heel wat ambiguïteit: probeer tussen alle heiligen maar het monotheïsme te ontdekken en tracht de betekenis van Maria eens aan gereformeerden uit te leggen. De postmodernist in mij zal van de politicus evenmin betrouwbare voorspelbaarheid verwachten. Democratie is het fundamentele recht periodiek van koers te veranderen.

Toch is het interessant de voornemens van de regering eens te bezien als het gaat over centralisatie en decentralisatie. Met name de gehanteerde argumenten behoeven dan nadere beschouwing. Neem bijvoorbeeld het gekrakeel over het bestuursakkoord. Daarin is decentralisatie het alles overheersende mantra. Veel taken gaan van Rijk naar provincie en gemeente. Met volle instemming van de lagere - excuseer - andere overheden, behalve als de gratis bijgeleverde taakstelling wat al te gortig is. Mooi dat de sociale werkvoorziening cause célèbre geworden is. Uit eigen onderzoek weet ik dat de burger aan sociale zekerheid hecht, maar de toegang ertoe aanzienlijk beperkt wil zien. Behalve als er erbarmen is met de ontvangers en dat geldt uitgerekend voor deze voorziening.

Wat mij in de argumentatie voor decentralisatie vooral opvalt, is de veronderstelde positie van de gemeente: die zou dichter bij de burger staan en niet als echte overheid tellen, want aardiger zijn. Dat noem ik de paradox van deze decentralisatie. De rol van de overheid lijkt kleiner te worden, maar neemt fiks toe. Het Rijk kan zijn controlezucht ook na decentralisatie natuurlijk niet onderdrukken, terwijl de gemeente inderdaad dicht bij de burger staat: achter de voordeur, onder het bed en als het kan tussen de oren. Heel Nederland Rotterdam, zal ik maar samenvatten.

Dat het Rijk tamelijk ambivalent tegenover het lokaal bestuur staat, blijkt op een heel ander beleidsterrein: de politie. Daar is het een en al centralisatie die de klok slaat. Onder aanvoering van onze nationale burgemeester wordt Bromsnor van al zijn voormalige collega’s afgepakt. Met een toonzetting die van een bruuskerende naïviteit en grimmigheid is. Nationale politie maakt een eind aan de automatiseringsellende. Zoals ze in Den Haag kennelijk lijken te weten, staat een centralistische aanpak van ICT garant voor creatieve oplossingen en vooral ook efficiëntie. De gedistribueerde logica van de nieuwe media blijkt volledig aan de beleidsbepalers voorbijgegaan. Nauwelijks bekomen van de millenniumsamenzwering (weet u nog?) denk ik maar.

En voor de causale samenhang tussen efficiëntie en gecentraliseerde bedrijfsvoering zou ik graag wat empirische bewijsvoering uit de publieke sector zien. Als nieuwe baas van de politie zou ik bovendien allerminst blij zijn met het epitheton ‘houwdegen’ dat met nauw verholen bewondering wordt uitgesproken. Ik neem tenminste aan dat de politie slimmer en professioneler moet worden, niet bruter.

Over slimmer en professioneler gesproken: in cultuur, zorg en onderwijs is centralisatie ook het adagium. Elke organisatiekundige ter wereld zal benadrukken dat in professionele domeinen klassieke centralisatie niet werkt, omdat kennis nu eenmaal gedijt bij verschil en competitie. Natuurlijk: hoogwaardigheid is soms gebaat bij concentratie. Tussen frequentie van complexe operaties in ziekenhuizen en kwaliteit bestaat een verband.

Tegelijkertijd weten we ook dat concentratie voorzien moet zijn van de tegenkrachten van creatieve competitie en destructie. In handen van bestuurders worden de Veermanvoorstellen voor het hoger onderwijs al snel stalinistische verdeelmodellen. En hoezeer ik ook van verzekeraars houd, we weten ook dat een al te stringente koppeling tussen financiering en kwaliteitsbewaking vroeg of laat stuit op de logica van schadelastbeperking. Dat tenslotte een bij uitstek liberaal idee als het persoonsgebonden budget moet sneuvelen, is de wrange ironie van een verzorgingsstaat, die nu eenmaal niet anders dan collectivistisch kan zijn en daarmee onvermijdelijk tot pervertering van ooit goede bedoelingen leidt. Daarvoor is centralisatie al helemaal geen oplossing. Aanvaarding van ongelijkheid en verschil des te meer.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.