of 59082 LinkedIn

Lessen uit de digitale raadszaal

Vanaf het start van de coronacisis is voor gemeenteraden digitaal vergaderen het gewichtigste item. De tijdelijke wet digitale beraadslaging moest er aan te pas komen om de lokale besluitvormingsmachine in stand te houden. 

En dan te bedenken dat gemeenteraden altijd achter de digitale ontwikkelingen aan hobbelen. Raden hebben nauwelijks belangstelling voor het informatiebeheer en de effecten van digitale ontwikkelingen. Een vergader informatiesysteem wordt wel voldoende gevonden. En dan raken raadsleden door deze crisis opeens in de digitale raadszaal verzeild.

En wat kun je na de eerste weken zien? Weer een inlogdilemma voor velen. Blijken er plotseling verschillen te zijn tussen het werken met een computer of met een tablet. Is de wifi thuis toch niet zo stabiel. Is het gebruikte programma niet zo betrouwbaar. Wordt zichtbaar dat je nog wel een digibeet bent. Moet je zwaaien, appen, of chatten om het woord te krijgen. Ontdek je dat praten tegen een scherm iets anders is dan praten met elkaar. Moet je niet vergeten dat je als raadslid toch ook een zekere autoriteit uitstraalt, dus ook als je voor de webcam zit.

Oppassen dus dat het geen vermakelijke beelden oplevert. Misgaan mag niet, want naast besmuikt leedvermaak worden er zelfs Kamervragen over gesteld. Allemaal veroorzaakt door de verwachting dat de lokale democratie zonder digitale raadsvergaderingen niet zou werken. Misschien leeft wel de hoop dat met de digitale raadzaal inwoners overtuigt worden van de daadkracht van de raad in crisis tijd. Of gebeurt het omgekeerde en wordt hiermee geprobeerd te vermijden dat zichtbaar wordt dat een bestuurscultuur en- hygiëne ontbreekt om in crisis tijd de democratie krachtig te laten zijn?

Eén ding is wel duidelijk de digitale raadzaal kan nooit de echte raadszaal vervangen. Politiek discussies vragen lijfelijke aanwezigheid. De hele heisa is eigenlijk ook nog eens onnodig omdat de gemeentewet genoeg ruimte biedt om ook in crisis tijd als raad(slid) te kunnen besluiten.

Toch wordt het oppassen niet zo’n verhaal lijn te krijgen. Want nu raadsleden toch in die digitale vergaderomgeving zijn terecht gekomen is het zaak de digitale vaardigheden die worden opgedaan vast te houden en uit te bouwen. Zo kun je die ervaring over digitale (on)mogelijkheden bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van het vakmanschap van raadsleden prima gebruiken. Of voor de fractiewerkzaamheden. En bij de meer technische raadsinformaties/-consultaties.

Om die kans niet te laten passeren zou je nu al moeten starten met onderzoek en evaluatie naar raadswerk in crisis tijd en de digitale beraadslaging. Op dit moment kan dat met deskundigen en betrokkenen. Kies je voor dit moment dan helpt dat om de klassieke politieke onderzoeksvraag te vermijden. Namelijk om met de kennis van vandaag de situatie van gisteren te beoordelen en te veroordelen. En dus op zoek te gaan naar fouten.

In het laatste geval is de uitkomst te voorspellen. Het had beter, veiliger en betrouwbaarder gemoeten. De communicatie was onvoldoende. Te weinig centrale coördinatie, een eilandencultuur en gebrek aan een integrale benadering. Nu starten met evalueren en onderzoeken biedt de grootste kans dat raden leren van deze crisis en het geleerde blijven gebruiken.

Jan Dirk Pruim
Lees hier alle columns van Jan Dirk Pruim

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.