of 59082 LinkedIn

Klassieke doofpotaffaire in gemeente Delft

Al meer dan vijf jaar wordt de gemeente Delft geteisterd door de zogenaamde gondelaffaire. Politiek Delft snakt naar het einde van de zaak, maar het wil maar niet lukken om het dossier definitief te sluiten.

In de kern komt de kwestie op het volgende neer. VVD-wethouder Christiaan Baljé zet ambtenaren onder druk. Tegen de regels in wordt een subsidie verstrekt aan een pizzeria-eigenaar voor een gondelproject. De wethouder had toezeggingen gedaan zonder gedekt te zijn door college en ambtenaren. Uit bandopnames in de pizzeria blijkt overigens ook dat de wethouder een vastgoedhandelaar tipte over een grondtransactie en daar een persoonlijke tegenprestatie voor vroeg. Uit de bandopnames blijkt tevens dat de toenmalige wethouder van Den Haag en de huidige burgemeester van Delft - Bas Verkerk - in de affaire is betrokken. 


De betreffende grondtransactie speelde op Haags grondgebied, waar Verkerk toen wethouder was. In dezelfde tijd speelde de benoeming van Verkerk tot burgemeester van Delft. De sterke indruk wordt gevestigd dat er tussen de VVD-ers Verkerk en Baljé over die benoeming is gecommuniceerd, terwijl Baljé niet in de vertrouwenscommissie zat en de noodzakelijke geheimhouding dus mogelijk niet in acht is genomen.

Bij een dergelijke samenloop van feiten gaan alle politieke bellen rinkelen en staan alle bestuurlijke signalen op rood. Zo niet in de gemeente Delft. Het raadslid Martin Stoelinga stelt de kwestie aan de orde, maar wordt door de raadsmeerderheid als een politieke querulant weggezet. Via een kort en uiterst onvolledig onderzoekje door de gemeentesecretaris worden burgemeester en wethouder afgedekt. De wethouder – gesteund door het college – begint vervolgens juridische procedures tegen het raadslid wegens smaad, maar verliest tot in hoogste instantie. De Hoge Raad bevestigde in november jongstleden dat het raadslid Stoelinga de kwestie aan de orde mocht stellen en er dus van smaad geen sprake kon zijn.

Het raadslid Stoelinga heeft nu een grote schadeclaim ingediend bij de gemeente Delft en de kans is niet gering dat de gemeente hiervoor financieel flink op de blaren moet zitten. Herhaalde malen heeft de gemeenteraad over de kwestie discussie gevoerd en overwogen of er aanleiding was voor nader onderzoek, een raadsenquête of extern onderzoek. Steeds trok een raadsmeerderheid de conclusie dat dergelijk onderzoek niet nodig was en dat men graag het dossier wilde sluiten. Dat de kwestie steeds blijft voortwoekeren en doorzeuren, heeft vooral te maken met deze afwerende houding van de gemeenteraad. De kwestie bezorgt de gemeente Delft een enorme imagoschade. En als er straks ook nog een fiks bedrag als schade aan het raadslid Stoelinga moet worden betaald, dan zijn de rapen opnieuw gaar.

In politiek Delft begrijpt men kennelijk niet dat de gondelaffaire ondertussen alle trekken heeft van een klassieke doofpotaffaire. Burgemeester Verkerk treft blaam. Indien een burgemeester is betrokken in een dergelijke affaire, dan moet de kwestie meteen in een externe lijn worden gezet. Door te volstaan met een zeer onvolledig onderzoekje door de gemeentesecretaris wordt in ieder geval de schijn gewekt dat er het een en ander moest worden afgedekt.

De gemeentesecretaris treft blaam omdat deze had moeten weten dat een dergelijk brisant feitencomplex niet op deze wijze had moeten worden afgedaan. Het college als bestuursorgaan had moeten besluiten tot een grondig onderzoek en had moeten afzien van het ondersteunen van de wethouder bij zijn juridische procedures.

De gemeenteraad van Delft heeft keer op keer de verkeerde beslissing genomen door nader onderzoek weg te houden. Daarbij was de hoofdoverweging dat waarschijnlijk geen nieuwe feiten aan het licht zouden komen. Het is echter zeer de vraag of deze aanname juist is. Door een raadsonderzoek, waarbij onder ede kan worden gehoord, kan definitief worden vastgesteld of in deze affaire grensoverschrijdend gedrag heeft plaats gevonden. De eventuele conclusie dat dit niet aan de orde was, is ten minste even belangrijk als de slotsom dat hiervan wel sprake is geweest. Laat politiek Delft een dergelijk onderzoek achterwege dan zal de gondelaffaire de gemeente nog lang achtervolgen.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan (Delftse burger) op
Hierbij nog een kleine kanttekening: De Delftse burgemeester Bas Verkerk was in dezelfde periode ook bestuurslid bij de stichting ABP (IB2001 aangifte verplicht inkomen van 30 mille per jaar), en trok tegelijkertijd een wachtgeld (1 mile per maand) ten laste van de gemeente Den Haag om zijn Delftse burgemeesterswedde aan te laten vullen. Volkomen in strijd met de APPA 1969 is dit wachtgeld uitgekeerd, tenslotte had niet dhr. Verkerk zijn ABP vergoeding 50/50 aan de VNG en de Gemeente Delft moeten laten overmaken maar had de gemeente Den Haag deze belastbare ABP vergoeding met zijn wachtgeld moeten verrekenen. Dit gegeven maakte Verkerk zeer kwetsbaar in iedere verdere onderhandeling namens Delft met bijvoorbeeld de gemeente Den Haag. Tsja operatie Walvis had in die jaren ook zo zijn weerslag op dit soort eerder onbelaste vergoedingen en dat zijn alle betrokkenen gemakshalve vergeten. Kortom de prive persoon Verkerk zat op een gegeven moment ook helemaal klem. De rekenkamer van de gemeente Den Haag zal nog gek opkijken als zij deze wachtgeldkwestie (50 mille uitgekeerd in de periode 2004-2009) eens nader zou onderzoeken. Alles gegevens zijn inmiddels dankzij weekblad Elsevier en het Delftse raadslid De Wit publiekelijk bekend. De firma Berenschot krijgt het nog druk met zijn integriteitsonderzoek.