of 59345 LinkedIn

Joop Atsma overspeelt zijn hand

In heel Nederland ontstaan regionale uitvoeringsdiensten, de RUD’s. Deze gaan zich bezighouden met handhaving, toezicht en verlening van vergunningen.

De bevoegdheid blijft bij gemeente en provincie. In de RUD’s wordt vooral ambtelijke expertise gebundeld. De vorming van RUD’s is een interessant bottom-up-proces geweest. Op de valreep dreigt de boel echter uit de hand te lopen en worden er top-down-interventies voorbereid. De Wabo heeft het verlenen van omgevingsvergunningen een heel ander aanzien gegeven, maar deze wet bevat geen plicht tot de vorming van regionale uitvoeringsdiensten.

Door de regering en de beide Kamers is heel bewust afgezien van een wettelijke grondslag voor de RUD’s, vooral om het proces van onderop niet te verstoren. Wel werd in een motie-Boelhouwer door de Tweede Kamer aangegeven dat wettelijke vormgeving wellicht noodzakelijk is als de resultaten niet bevredigend zijn. Die resultaten zijn echter overwegend prima.

Er zijn verschillen in rechtsvorm en ook in takenpakket. In sommige provincies is er maar één RUD, in andere provincies zijn er meerdere. In sommige provincies wordt nog gezocht naar maatwerk en eventueel tijdelijke, afwijkende figuren. In Den Haag en bij VNG en IPO leidt vooral dit laatste tot zenuwachtig gedrag. De druk op de gemeenten en de provincies neemt sterk toe. Ineens moeten alle RUD’s min of meer in dezelfde mal worden gegoten en robuust zijn. Qua rechtsvorm wordt de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) als alleenzaligmakend gezien. Afwijkende arrangementen worden niet meer op prijs gesteld.

Staatssecretaris Joop Atsma van Infrastructuur en Milieu roept in een brief van 15 juli de gemeenten en provincies op om knopen door te hakken, zodat nog deze zomer het eindbeeld zichtbaar kan worden. Gemeenten die niet of anders mee willen doen, worden aangeduid als ‘witte vlekken’. Ten aanzien van deze ‘witte vlekken’ bezigt de staatssecretaris dreigende taal: onwilligheid of afwijking door gemeenten zal door een tijdelijke amvb worden bestraft met het afnemen van taken en bevoegdheden op dit terrein. Deze worden aan de provincie gegeven, zodat die ze in kan brengen in een RUD.

Dat is ferme taal van Atsma, maar het is zeer de vraag of de staatssecretaris wel bevoegd is tot deze zeer vergaande ingreep. De RUD heeft bewust geen wettelijke grondslag gekregen. De afspraken die VNG en IPO hebben gemaakt, zijn belangrijk, maar hebben geen enkele juridische status. De Wabo voorziet in mogelijkheden voor interventies van minister en provincies bij gemeenten die niet aan de handhavingsnormen voldoen. Dat zijn echter ex post-interventies: eerst moet er een stevig handhavingsprobleem zijn; pas dan kan onder strikte voorwaarden een interventie volgen. De Wabo biedt echter geen grondslag voor ex ante-interventies, zoals nu beoogd.

Ook overigens lijken er geen wettelijke grondslagen voorhanden voor de tijdelijke en vergaande amvb van Atsma. De kans dat deze ontwerp-amvb ongeschonden de Raad van State passeert, lijkt dan ook niet erg groot. Maar ook los van de twijfelachtige rechtskracht van de beoogde interventie is het zeer te betreuren dat het proces van onderop zo ruw en ook geheel onnodig wordt verstoord.

Het is bovendien de zoveelste keer dat er ongenoegen ontstaat tussen de koepelorganisaties VNG en IPO en sommige van hun leden.

Te vaak worden bestuurlijke afspraken, bestuursakkoorden et cetera gepresenteerd als waren ze wet en dwingend. Het is goed de oude plooi weer op te pakken. De wetgever slaat voor de decentrale overheid de verplichtende piketpalen. De koepelorganisaties kunnen bij de voorbereiding daarvan worden betrokken, maar moeten niet de positie van gemeente en provincie als partij overnemen. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Wilbert J. Willems (wethouder mobiliteit, duurzaamheid en cultuur te Breda) op
Prof. Elzinga slaat de spijker op de kop: ‘Joop Atsma overspeelt zijn hand’ waar het gaat om de RUD-vorming. Door een interventie van de Eerste Kamer is het top down-model van het vorige kabinet vervangen door een bottom up-proces. Dit om de autonomie van de gemeenten te respecteren en toch voldoende af te stemmen met de belangen van het bedrijfsleven, politie en justitie.

Ook de inzet van Sybilla Dekker leek er op gericht tegemoet te komen aan de veelvormigheid van het lokale bestuur en de verschillen in historie en omstandigheden. Daar lijkt nu nauwelijks meer ruimte voor. Er wordt teruggegrepen op ambtelijke afspraken (het Zeister Beraad) en een agreement tussen de koepelorganisaties waar de achterban en de bestuurders zich nooit aan hebben geconformeerd. Het is dan ook merkwaardig dat de staatssecretaris op 15 juli een dreigende brief aan de provincies stuurt dat hij wil gaan ingrijpen, waar de provincies voor 1 augustus op moeten reageren willen ze dit ingrijpen voorkomen. Dat soort power play past niet in een behoorlijk overleg.

De zorg om kwalitatief goede vergunningverlening, handhaving en toezicht op risicobedrijven is niet iets waar de staatssecretaris het alleenrecht op heeft. De meeste gemeenten, zeker de 100 duizend+, hebben hun zaakjes goed op orde. Het vraagt maatwerk om die expertise vast te houden en ook inzetbaar te maken voor al die (kleinere?) gemeenten die niet op eigen kracht voldoende kwaliteit kunnen leveren. Ten slotte verbaast het mij dat Atsma in zijn brief nergens meer rept van de korting op de RUD’s van 100 miljoen, die het kabinet op 5 juli in haar reactie op het bestuursakkoord weer boven tafel toverde. Alsof dat helpt om te voldoen aan de hoge verwachtingen van de staatssecretaris!