of 59212 LinkedIn

Het verhaal van de feiten

Grofweg kunnen we sociale wetenschappers - zo weet ik van mijn collega Arie de Ruiter- indelen in ‘tabbelaars’ en ‘babbelaars’. De eerste categorie is verzot op tellen en meten en ziet de wereld als een verzameling feiten die naar een theorie verlangen.

De waarheid ligt op straat, te wachten om door de onderzoeker te worden opgeraapt. Boven de feiten zwevend maakt hij de wereld transparant en begrijpelijk. De categorie van de ‘babbelaars’ is verzot op verhalen vertellen.

 

Feiten moeten betekenis krijgen en dat vraagt om interpretatie. De utkomsten daarvan zijn perspectivisch en voorlopig. De verteller staat niet buiten, maar in de wereld. De wereld praat terug, dat heet reflexiviteit. Elk verhaal dat ik over de wereld vertel, verandert deze wereld, omdat het aan de wereld wordt toegevoegd. Elke uitspraak is dus eigenlijk een leugen.

 

Tabbelaars hebben het wetenschappelijk ideaal van de natuurwetenschap. In het gecontroleerde experiment wordt de hypothese getest. De variabelen zijn bekend, de uitkomst ongewis. Falsificatie biedt zekerheid, verificatie slechts waarschijnlijkheid. Ook in de sociale wetenschap kan alleen het natuurwetenschappelijk model de waarheid brengen. En zoals dat bij overtuigde mensen past, verkettert men de andere categorie. Overtuigingen zijn voor de waarheid gevaarlijker dan leugens, wist Nietzsche al.

 

De ‘tabbelaars’ zijn brutaal en hebben inmiddels veel meer dan de halve wetenschappelijke wereld van tijdschriften en onderzoeksgelden. Ze doen dat slim: elkaar beoordeelt men steevast als excellent. De concurrentie komt er bekaaid af: die is immers niet wetenschappelijk, telt en meet veel te weinig en heeft geen modellen.

 

Tabbelaars hebben altijd een databestand waarin de ene na de andere correlatie kan worden opgetekend en tot artikel gemaakt. Dat gaat dan in de ‘peer review’ waar het wordt beoordeeld door een van de tien internationale collega’s die het specialisme kent. De procedure is anoniem, maar het moet al gek lopen als de ‘reviewer’ het onderwerp niet aan een bekende collega kan koppelen.

 

Als ik bijvoorbeeld een in de relatie mens-dier gespecialiseerde sociaal psycholoog zou zijn, zou ik een artikel over de ‘hufterigheid van vleeseters’ - hoe anoniem ook - al snel weten te relateren aan collega’s Stapel en Vonk. Zeker omdat ik de laatste enkele maanden geleden op een foto in de krant zag afgebeeld, liggend op een varken. Hoe overtuigend ze het toen ook had over de intelligentie van varkens, ik kan dat beeld inmiddels niet meer van mijn netvlies krijgen als ze op TV zich verbijsterd toont over collega Stapel die de feiten voor zijn onderzoek zelf produceert.

 

Nu ben ik zelf een erkende ‘babbelaar’ en betoog ik regelmatig met gepaste ironie dat de wereld nog gekker is dan ik hem in mijn verhalen voortdurend verzin. Ook heb ik mijn kinderen al vanaf zeer jong opgevoed volgens het axioma dat alles aan het dier eetbaar is, mits met liefde bereid. In winters Italië verheug ik me steeds op de bontjassen die de schoonheid van de vrouw dienen.

 

En net als al dit genot niet meetbaar is, geldt dat ook voor de symboliek van de politieke macht die ik onderzoek. Mijn wereld is niet te onderzoeken door tien studenten elektroden op hun hoofd te plakken en beelden voor te toveren. De keren dat dat gebeurt, tekenen de elektroden sterke weerzin bij foto’s van Wilders op. Dat is een verrassend feit, maar toch niet conform de stembus.

 

Bovendien schrijf ik boeken. Ook nog in mijn moedertaal. Dat staat in de wereld van de ‘tabbelaars’ gelijk aan wetenschappelijke suïcide. Artikelen in Engelstalige journals, dat is wat telt. Helaas is in ons vakgebied taal niet een neutraal instrument voor communicatie. Met het Engels komt een hele wereld aan politieke bestuurlijke betekenissen mee.

 

Sterker nog, als politiek iets is dan is het wel een talige werkelijkheid. Luttele kilometers ten zuiden van mijn woonplaats kunnen ze er van meepraten. Taal is oorlog. Bovendien word ik graag gelezen, zeker door het object van mijn onderzoek. En dat is gelukkig heel wat groter dan de 1.7 lezer van het gemiddelde wetenschappelijke artikel.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.