of 59318 LinkedIn

Heimelijke opname mag bij misstanden

Op 30 april j.l. heeft het gerechtshof in Amsterdam de oud-burgemeester van Maastricht en de huidige burgemeester van de Haarlemmermeer – Onno Hoes – in het ongelijk gesteld in zijn klacht en schade-eis jegens PowNed. Die rechterlijke uitspraak is van belang voor zowel de media, als voor bestuurders en politici. 

Waar ging het ook al weer om? De gemeenteraad van Maastricht waarschuwde burgemeester Hoes in 2014 om voorzichtiger te zijn met zijn privé- besognes en zijn seksuele oriëntatie, want een te grote vrijmoedigheid zou het aanzien van het burgemeestersambt kunnen schaden. Hoes beloofde beterschap, maar zowel in de politiek als in de media werd getwijfeld of de burgemeester die belofte ook waar zou kunnen maken. Toen die twijfel verder toenam, maakte PowNed met een verborgen camera een heimelijke opname van ontmoetingen tussen Hoes en een persoon die ook in contact stond met de omroep.

Betrokkene kreeg inzage in de agenda van de burgemeester, bezocht de burgemeesterskamer, er werd via gemeentelijk accounts gecommuniceerd, gevoelige informatie gedeeld etc. Deze hernieuwde relationele vrijmoedigheid kwam in ieder geval in het geheel niet overeen met de door Hoes beloofde terughoudendheid en prudentie.

PowNed zond vervolgens de met een verborgen camera gemaakte opnames uit. Daarover ontstond aanzienlijke commotie en debat over de vraag of media wel van dit soort methoden gebruik mogen maken. Ten behoeve van de uitspraak van de rechtbank schreef ik daarover een deskundigenadvies. Daarin betoogde ik dat in de regel dergelijke heimelijke beeld- en geluidsopnames niet mogelijk en ook onaanvaardbaar zijn, maar als het uitdrukkelijke doel is om een maatschappelijke of politieke misstand bloot te leggen, kan een en ander onder omstandigheden worden gebillijkt.

Nu Hoes publiekelijk – via RTL-Boulevard – zich uitte over zijn privéleven en daardoor zelf de bescherming van het private doorbrak, werd het recht op bescherming van de privésfeer deels verbruikt. Nog belangrijker is dat in dit geval Onno Hoes zich in een potentieel chantabele positie had begeven. De gemeenteraad van Maastricht had aangegeven waar de grens lag. Ondanks zijn belofte leek Hoes zich weinig van de gemeenteraad aan te trekken. De gemeenteraad eiste een waardige en onomstreden uitoefening van het burgemeestersambt. Naar inhoud en vorm toonde Hoes aan daar niet mee uit de voeten te kunnen.

Maar omdat hij wel per se burgemeester van Maastricht wilde blijven, werd Hoes daardoor uiterst kwetsbaar en vatbaar voor druk dan wel chantage. Om deze ‘misstand’ aan het licht te brengen, mocht PowNed naar mijn oordeel binnen zekere grenzen het middel van de verborgen camera gebruiken. De rechtbank verwierp dit betoog en kende de vorderingen van Hoes toe, maar het gerechtshof maakt nu terecht een geheel andere afweging. In dit geval moet volgens de rechter het publicatierecht van media en de vrijheid van meningsuiting in het algemeen domineren boven de bescherming van de privésfeer.

Bescherming van het private is weliswaar een belangrijk goed en moet ruim worden opgevat, aldus het hof, maar bij publieke ambtsdragers die ook zelf hun grenzen verleggen, is die bescherming minder sterk en dat geldt helemaal indien mogelijke misstanden – zoals een potentieel chantabele burgemeester – in het geding zijn en geopenbaard kunnen worden. De streep die het gerechtshof zet is van belang voor de onderzoeksjournalistiek en tevens is eens te meer duidelijk geworden dat Onno Hoes er in Maastricht een potje van heeft gemaakt en het burgemeestersambt te grabbel heeft gegooid.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Robert Bleeker op

1. Allereerst is het overduidelijk, dat het Gerechtshof in tweede aanleg, niets heeft heel gelaten van de stelling van Hoes, dat Powned (*), door het heimelijk opnemen en uitzenden van een duidelijk op het consumeren van sex gerichte privé-ontmoeting tussen Hoes en de twintigjarige student in kwestie, zijn privacy onevenredig zou zijn geschaad (waardoor hij per saldo eveneens zijn functie van burgemeester van Maastricht heeft moeten opgeven).

2. De Raadsheren geven daarbij overigens geen waardeoordeel over het feit, dat de op dat moment meer, dan vijftig jaar oude Hoes, bewust het initiatief heeft genomen, om (onbetaalde) sex met een jonge (20 jarige) adolescent te verkrijgen.

3. Dat is terecht want de rechter is in principe geen zedenmeester maar een meester in de rechten en het gaat - ook al is het leeftijdsverschil (en alleen al daardoor tevens het mogelijke onderlinge machtsverschil) tussen de beide mannen opmerkelijk groot te noemen - om twee personen die beiden de leeftijd van consent hebben.

4. Echter, uit de toelichting op het vonnis en de daaronder liggende gerechtelijke afwegingen en argumenten, lijkt het Gerechtshof - al dan niet met voorwaardelijke opzet - de contouren van een potentieel veel zwaardere categorie aanklachten bloot te (hebben willen) leggen, namelijk die van een strafklacht.

5. Immers, het Gerechtshof lijkt op enig moment - impliciet en ogenschijnlijk en passant - te suggereren, dat Hoes feitelijk zijn publieke ambt zou hebben kunnen misbruikt, om private gunsten (in dit geval sex) van een (in dit geval relatief jonge) derde te bemachtigen.

6. Het Gerechtshof heeft daarbij evenwel kennelijk de keuze gemaakt, om - aangezien het hier tussen Powned en Hoes in eerste instantie, om een civiele hoger beroepzaak handelde - eventuele strafrechtelijke implicaties van het handelen van Hoes, niet nader over het voetlicht te brengen, dan wel nader te (laten) onderzoeken.

7. Om de (strafrechtelijke) ernst van mijn stelling te onderstrepen zou ik de analogie willen zoeken met de (zeker niet vergezochte) hypothetische casus van een burgemeester die met behulp van de inhoud en het gewicht (maar ook de officiële faciliteiten) van zijn ambt, een (ook door zijn gemeentebestuur gecontracteerde) aannemer probeert over te halen, om tegen een sterk gereduceerd tarief, een bouwkundige ingreep aan zijn privéwoning te doen.

8. Omdat ik niet vermag in te zien, dat beide zaken in principe (en materieel) geen majeure overeenkomsten zouden vertonen, begrijp ik eigenlijk ook niet goed, dat niemand van de betrokkenen ooit de neiging heeft vertoond, om deze casus aan (het OM en daarmee mogelijk aan) de strafrechter voor te leggen.

9. Die "iemand" zou Powned hebben kunnen zijn geweest, en/of de gemeente Maastricht, dan wel het Gerechtshof zelf, omdat ook een rechter (bij voorbeeld in een civiele zaak) onder voorwaarden de bevoegdheid heeft, om aangifte te doen van strafbare feiten, die tijdens de behandeling van een civiele zaak aan het licht zouden kunnen treden.

10. Dat een dergelijke strafzaak niet direct bij voorbaat kansloos zou zijn, zou kunnen worden opgemaakt uit het feit, dat het Gerechtshof in de bewijsvoering van de civiele zaak heeft meegewogen, dat Hoes op enig moment de (expliciet seksueel getinte) digitale uitwisseling tussen hem en de 20 jarige jongen, welbewust van het gemeentelijke communicatiesysteem heeft gewist, TENEINDE “de kans op ontdekking" (uiteindelijk door de gemeenteraad, met wie hij een jaar daarvoor immers een zwaarwegende, subject-specifieke overeenkomst heeft afgesloten) tegen te gaan.

11. Ik destilleer uit die casus-beschrijving dan ook bewust mijn vooronderstelling, dat Hoes met voorbedachten rade, het gewicht van zijn publieke functie heeft ingezet om (klaarblijkelijk gratis) private sex met een jonge adolescent te verkrijgen, en zich uit dien hoofde mogelijk ook terdege heeft gerealiseerd, dat dit - niet alleen consequenties zou kunnen hebben voor de door hem op dat moment welbewust geschonden 'onthoudingsbelofte' met de Maastrichtse Gemeenteraad, maar tevens - een strafrechtelijke dimensie zou kunnen kennen.

12. Om mijn stelling nader te illustreren, zou ik u naar de voornoemde gerechtelijke toelichting op het hoger beroeps vonnis (**) willen verwijzen en dan met name naar de paragraaf 3.11 tot en met 3.16., maar het staat eenieder natuurlijk volkomen vrij, om van de uitspraak en de toelichting daarop door het Gerechtshof integraal kennis te nemen.

13. Opmerkelijk tot slot, zou ik in dit verband ook nog even willen wijzen op het feit dat Hoes enkele dagen na de recente verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart jl., plotseling is teruggekomen op zijn eerder gedane toezegging ("belofte" zo u wilt), om te solliciteren naar de vacante burgemeesterspost van Haarlemmermeer, die hij op dat moment slechts tijdelijk waarnam.

14. Hoewel vanzelfsprekend speculatief van aard, heb ik mij - na het openbaar maken van het vonnis in de hoger beroepszaak van Powned tegen Hoes op 30 april – onwillekeurig afgevraagd of Hoes wellicht op het moment van zijn herroepen besluit, al informeel op de hoogte is geweest van de teneur van de uitslag van dat voor hem bepaald niet gunstig uitgevallen vonnis.

(*) Hoewel ik Powned – dat als bekend, ooit is opgericht door het naar extreem-rechts tenderende GeenStijl – bepaald geen warm hart toedraag, kan in deze casus niet anders worden geconcludeerd, dan dat Powned al die tijd het gelijk voor de volle honderd procent aan haar kant heeft gehad en daarom in tweede instantie ook zeer terecht door het Gerechtshof VOLLEDIG in het gelijk is gesteld.
Dat feit heeft natuurlijk – ook zonder de mogelijke potentiele strafrechtelijke aspecten in dezen, die ik hierboven uiteen heb gezet – zeker consequenties voor de verdere openbaar bestuurlijke carrière van Hoes.
Dat wil zeggen, dit zou het normaliter in ieder geval moeten hebben, maar iedereen heeft de afgelopen jaren kunnen vaststellen, dat men – mede gezien de dominante positie van zijn partij (de VVD) in de landelijke, provinciale en lokale politiek – niet verbaasd zou moeten opkijken, als Hoes vandaag of morgen gewoon weer een functie in het openbaar bestuur zal worden aangeboden.
Denk in deze context bij voorbeeld aan iemand als Van Haga en aan de nog zeer recentelijk benoemde CvdK in Noord-Holland, Arthur van Dijk, waarbij met name aan de laatste (per heden nota bene belast met de portefeuille integriteitszaken) toch zeker enkele negatieve openbaar bestuurlijke antecedenten (uit zijn tijd als wethouder in Haarlemmermeer) kleven.

(**) https://linkeddata.overheid.nl/front/portal/docu …

N.B. Wij kennen de heer Elzinga natuurlijk nog van zijn essentiële bijdrage aan de - ten aanzien van de versterking van het democratisch gehalte van ons lokale openbaar bestuur - uitermate belangrijke Wet dualisering gemeentebestuur.
Door Filip S. op
Wellicht dat deze uitspraak, conform uw inbreng, u persoonlijk deugt doet en het is ook wellicht goed dat de parameters omtrent deze inbreuksituatie weer eens uiteengezet zijn, maar in hoeverre is hier daadwerkelijk sprake van nieuwe inzichten en interpretatie ? In zowel de handboeken journalistiek en recht van begin deze eeuw, als ook in menige tuchtrechtelijke uitspraak stonden deze voorwaarden (publiek belang, duidelijk doel, enige middel) toch altijd al voorop.