of 59345 LinkedIn

Gun Van Haga zijn draai

Niet alleen het vertrek van Wybren is nieuws. Ook zijn oude tweet, uit 2014, is momenteel razendpopulair op sociale media.

Afgelopen week brak de VVD met Kamerlid Wybren van Haga. De Haarlemmer is meermaals wegens wetsovertredingen, vermeende malversaties en berichten van weinig chique gedrag in opspraak geweest. Voor zijn fractiecollega’s – Van Haga kreeg al eerder een formele berisping van zijn partij – was het de druppel. Het water van de emmer klotste inmiddels over de rand.

 

Inmiddels houdt het hele Binnenhof zich bezig met de vraag wat Van Haga met zijn zetel gaat doen. Dat zijn fractiecollega’s de samenwerking met hem hebben opgezegd stelt hem voor een groots dilemma. 

 

Hij zou aan kunnen blijven als VVD-Kamerlid. De kiezersuitspraak van 15 maart 2017 heeft hem (weliswaar indirect) het recht gegeven zich VVD-Kamerlid te noemen, en wat mij betreft kan hij dat blijven tot hij zelf anders besluit. Een alternatief is dat Van Haga besluit zijn gehele volksvertegenwoordigerschap aan de wilgen te hangen, en de Kiesraad vraagt de eerst volgende op de kieslijst van de VVD zijn zetel aan te bieden.

 

De laatste optie betekent breken met de VVD en als zelfstandige fractie doorgaan — of aansluiten bij een andere fractie. Iets waar sommige handenwrijvend naar uit zien. Wanneer Van Haga dát besluit neemt en daarna ook zegt het Kabinet niet meer te steunen, is de regering haar automatische meerderheid in de Kamer kwijt. Van Haga’s vertrek uit de coalitie brengt het gezamenlijk aantal zetels van VVD, D66, CDA en ChristenUnie immers onder de 76.

 

Keuzes, keuzes, keuzes.

 

In 2014 leek Van Haga’s eigen standpunt over fractie-afsplitsers nog helder. ‘Breken is zetel inleveren!’ schreef hij toen kordaat op twitter, uit de fractie betekent ook uit de Kamer. Dit brokje ongeïnformeerdheid is momenteel razend populair. Links en rechts kon men er niet mee ophouden om Van Haga te confronteren met deze oud geworden woorden.

 

Van Haga zelf lijkt ze niet meer serieus te nemen. Zijn optredens in de media en geplaatste foto’s van steunbetuigingen doen niet vermoeden dat de huisjesverhuurder snel zijn zetel aan de Kiesraad ter beschikking stelt. Alles ademt dat Van Haga wil aanblijven.

 

Likkebaardend wordt er naar deze inconsistentie gekeken. Hypocriet, zegt men genoegzaam. Opportuun, roepen ze meesmuilend. Maar die gretigheid is eerder ergerlijk. Eigenlijk zouden vierders van de democratie in hun nopjes moeten zijn met Van Haga’s draai. Het is er een van Staatsrechtelijke kul naar Thorbeckiaanse zuiverheid.

 

Van Haga’s motieven doen daar niets aan af. Is het hypocriet of opportuun als Van Haga nu in de Kamer blijft? Wellicht. Maar iemands motieven betrekken in het oordeel om van rechtsbescherming gebruik te mogen maken, is een gang naar een gevaarlijk soort willekeur. En géén reden om te twijfelen, laat staan te morrelen aan de principiële bescherming dat volksvertegenwoordigers zonder last werken. 

 

Bij die beschermingsmaatregel hoort Van Haga’s recht om op zijn zetel te blijven zitten. Tenslotte hoort bij het vrije mandaat van kamerleden ook dat ze op een oude mening terug kunnen komen. Zeker als die oude mening Staatsrechterlijke kletspraat was.

John Bijl

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Geerten Boogaard op
staatsrechtelijke kletspraat zou het zijn als iemand beweert dat de rechter andere normen over zetelverdeling handhaaft dan de Kieswet doet. Maar dat is een kwestie van handhaven.

De stelling 'je moet de Kamer uit als je niet meer bij de fractie hoort met dezelfde aanduiding als de lijst waarop je bent verkozen' is binnen het staatsrecht prima verdedigbaar. Gebeurt niet vaak, geef ik toe, maar kletspraat is het niet.
Door Robert Bleeker op
1. Dat Van Haga in 2014 zou hebben gezegd ‘Breken is zetel inleveren!’ wil natuurlijk niet zeggen, dat hij - zo ver ik dat tenminste in weinige seconden kan nagaan - toen eveneens zou hebben beweerd dat dit stoere standpunt zou zijn gebaseerd op enige grondwettelijke bepaling.

2. Wat hij wel lijkt te hebben gedaan is een ( particuliere / politieke ) mening geformuleerd / geventileerd - ook toen al als gepokt en gemazeld gemeente-politicus naar alle waarschijnlijkheid – zeer wel wetende, dat een Kamerlid (of een Gemeenteraadslid of een Statenlid) In NL wettelijk / juridisch gezien, geheel op eigen merites wordt gekozen.

3. Uit dien hoofde wordt een volksvertegenwoordiger zelfs geacht in zijn of haar werkomgeving "zonder last" te functioneren (de in de parkrijk vaak hieraan gekoppelde bepaling "'zonder ruggespraak" is overigens reeds sinds 1983 uit de Grondwet geschrapt).

4. De auteur van bovenstaand stukje heeft zijn (dis)kwalificatie - Van Haga kent de grondwet niet (op dit punt) en heeft dus "staatsrechtelijke kletspraat" verkondigd - derhalve op een even simpele als doorzichtige stropop gefundeerd.

5. Een paar maanden geleden nog refereerde ik elders in BB (zie onderstaande link) – in iets ander verband - nog aan Van Haga en zijn relatieve sleutelpositie binnen de 'huidige', enigszins precaire Tweede Kamer coalitie.

6. Een aantal van mijn toenmalige aannames zijn inmiddels door de werkelijkheid achterhaald – zo is de door mij geanticipeerde (dreigende) electorale decompositie van het FVD al eerder en meer rigoureus ingezet dan ik toen voorzag en lijkt (de steeds minder omfloerst verkondigde rechts-extremistische ideologische opvatting van) Baudet daarin zelfs een groter aandeel te hebben gehad, dan ik hem alsdan toevertrouwde.

7. Echter de kern van mijn betoog – de ogenschijnlijk onaantastbare positie van de huidige (toenmalige) 75 plus 1 meerderheidscoalitie lijkt slechts een aantal (niet geheel onrealistische) variabelen verwijderd van een coalitie van aanzienlijk meer rechtse snit dan per heden het geval is – bevat ook nu zeker nog enige actualiteitswaarde.

8. Zelfs al lijkt Van Haga per heden niet – zoals ik toen, mede op aangeven van de boezemvriend van Van Haga, de (in ieder geval partij-politiek) ueber-opportunistische Bernt Schneiders, nog dacht met enige stelligheid te mogen aannemen – met groot enthousiasme door het FVD te worden binnengehaald.

9. Volgens de laatste geruchten wordt (in dit verband) in Den Haag nu zelfs serieus gezinspeeld op het toetreden door Van Haga tot de kersverse politieke partij van de onlangs met veel gekrakeel van het FVD afsplitste Otten, zijnde nota bene een van de (tenminste drie) ex-FVD leden, die zelf met behoud van (Eerste Kamer) zetel uit het FVD zijn gestapt.

10. Deze weinig verkwikkelijke ontwikkelingen – en wellicht de (niet geheel onterechte) vrees, dat Van Haga zich weinig gelegen zal laten liggen aan politiek-ideologische dan hiërarchisch-organisatorische ex cathedra uitspraken van de grote leider zelve - lijken ten grondslag te liggen aan de recente preventieve verklaring van Baudet, dat hij “de zetelrover” Van Haga (desgewenst) niet in zijn tweekoppige Kamerfractie zou willen opnemen.

https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-org …

Door John Bijl (Auteur) op
De staatsrechtelijkekletspraat is hier dat iemand de Kamer uit zou moeten als die uit de ‘fractie wordt gezet’. Dat beweerde Van Hage in 2014 immers.
Door Carol Stel op
John Bijl, dat is D66. Die nemen het niet zo nauw, niet met wet, democratie of moraal. Het zijn windvanen: zo de wind waait, zo gaan hun rokjes.
Door Geerten Boogaard op
Staatsrechtelijke kletspraat, met een hoofdletter nog wel.

Volgens mij knal jij hier de bocht uit, John. Dat politieke partijen in de Grondwet niet voorkomen of Thorbecke ze officieel niet wilde (maar er wel aan meedeed) maakt niet dat de partijendemocratie "staatsrechtelijke kul" is. De partijendemocratie is in 1917 evenzeer door de grondwetgever gewild als de parlementaire democratie in 1848. Ze staan naast elkaar. Niet onder elkaar.