of 59345 LinkedIn

Gemeenten verdienen een grotere zelfstandigheid

Sinds de decentralisaties van 2015 is het takenpakket van gemeenten enorm toegenomen. Juist omdat gemeenten dicht bij de inwoners staan, kunnen wij maatwerk leveren en efficiënter werken. Dat doen we graag, voor onze inwoners. Maar daar moeten we wel de mogelijkheden en de middelen voor hebben. En met name de middelen zijn voor ons een blijvend discussiepunt.

Tegelijkertijd met de decentralisaties kregen we een bezuinigingsopdracht: we moesten meer taken uitvoeren met een kleiner budget. Dat hebben we gedaan. Zonder al te grote inhoudelijke problemen hebben we de taken overgenomen van het Rijk én een enorme efficiencykorting doorgevoerd. Maar na verloop van tijd constateerden we dat maatwerk, hulp dichtbij, extra kosten met zich meebrengt. In het geval van de Jeugdzorg is er sprake van volumegroei. In de GGZ kwamen er door de extramuralisering extra kosten bij en ook de druk op de wet maatschappelijke ondersteuning, de wmo, neemt toe. Ouderen en mensen met psychische problemen wonen langer zelfstandig. Dat betekent dat er extra zorg nodig is om hen thuis te ondersteunen. Kortom: de gemeentelijke uitgaven stijgen, maar de inkomsten groeien niet evenredig mee.

Om het Rijk bewust te maken van de ernst van de situatie hebben we in aanloop naar de voorjaarsnota een open brief geplaatst in het Algemeen Dagblad en de regionale kranten. Een brief gericht aan onze inwoners, waarin we duidelijk maakten dat het water ons aan de lippen staat. Dat de taken die we voor onze inwoners uitvoeren in de verdrukking raken als er geen structurele oplossing komt.

Het resulteerde in nieuwe afspraken: een eenmalige financiële tegemoetkoming, verdeeld over drie jaar; een onderzoek naar de uitgaven over de periode 2015-2019, om te bepalen welke structurele compensatie nodig is; en een richtlijn voor de provinciale toezichthouders, zodat gemeenten een meerjarendekking in de begroting kunnen opnemen voor de uitgaven jeugd. De druk om op andere voorzieningen te bezuinigen wordt hiermee verlicht.

Deze afspraken zijn een eerste stap. Maar ze bieden nog geen structurele oplossing voor onze situatie. Want als er niets verandert in de verhoudingen zoals die nu zijn, dan lopen de tekorten na 2021 gewoon weer op. Dan blijven gemeenten financieel afhankelijk van het Rijk. En dat was nu juist niet de bedoeling van de decentralisaties.

Als gemeenten willen we onze zelfstandigheid vergroten, onze positie in het interbestuurlijk overleg verstevigen. Dat betekent ook dat wij opnieuw de discussie moeten voeren over de uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Niet als uitbreiding van de belasting die onze inwoners afdragen aan het Rijk, maar in plaats van. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van onze vereniging op 5 juni jongstleden in Barneveld hebben we dit signaal ook uitgedragen naar minister Ollongren. Wij blijven benadrukken dat structurele oplossingen nodig zijn. Samen met de mede overheden, de provincies en de waterschappen. Maar vooral met elkaar, gemeenten onderling. Daar ligt de kracht van onze vereniging.

Jan van Zanen is voorzitter van de Verenging van Nederlandse Gemeenten

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Twijn ter Braake op
4 jaar geleden sprak Jan van Zanen heel anders. Hij was groot voorstander om de jeugdzorg naar de gemeenten te halen. Zonder fatsoenlijke afspraken te maken over het budget.

Deze VVd-er zou zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. en per direct aftreden als voorzitter van de VNG. De huidige financiële ellende rond de jeugdzorg is voor een groot deel aan hem te danken.
Door Gerard op
Jan van Zanen is veel te kort door de bocht. De VNG stond te popelen om de decentralisaties. Doordat gemeenten dichtbij de burgers staan, zou het allemaal efficiënter worden. Het tegendeel lijkt waar: gemeenten staan dichtbij de burgers, waardoor populisme op de loer ligt en een gebrek aan lef om stevige maatregelen te treffen. De gevolgen zijn duidelijk: de jeugdhulp groeit, ja, door volumegroei, maar die ontstaat door indicaties, o.a. door de gemeentelijke wijkteams. De participatie loopt in vergelijking met de hoogconjunctuur met een schaarste op de arbeidsmarkt ook achter bij de verwachtingen. Het aantal bijstandsgerechtigden daalt maar zeer matig. Voor delen van de WMO zijn de gemeenten al langer verantwoordelijk; de onvrede bij veel burgers blijft. Het wordt de hoogste tijd deze decentralisaties eens te evalueren. De uitkomst zou best weleens kunnen zijn dat de samenwerkingsverbanden van gemeenten niet het juiste schaalniveau zijn voor deze taken, en dat provincie of rijk beter in staat zijn de wildgroei aan zorg te voorkomen. Nu zo maar extra belastingruimte aan gemeenten toestaan, is het falen van gemeenten op de burgers afwentelen. Als de decentralisaties teruggedraaid worden, is geen extra belastingruimte nodig. Het weer invoeren van de OZB voor gebruikers van woningen is in ieder geval geen goed idee. Dit is nadelig voor mensen met duurdere woningen, waaronder ook gepensioneerde ouderen die geen hoog inkomen meer hebben. Opcenten op de inkomensbelasting zijn logischer, onder gelijktijsige verlaging van de inkomstenbelasting van het rijk. Nadeel is ook bij deze regeling dat de laagste belastingschalen niet uit belasting, maar uit de premies volksverzekeringen bestaan. Ouderen, juist de WMO-doelgroep, betalen ook nig eens minder in de laagste schijf. Een andere optie zijn opcenten op de wegenbelasting, maar de wegenbelasting heeft niets van doen met het sociaal domein, en moet ook niet als dekking daarvoor gebruikt worden (wel voor wegenaanleg en wegenonderhoud, wat voor gemeenten als grootste wegbeheerder van het land wel een optie kan zijn). Andere kleine belastingen, als de hondenbelasting, reclamebelasting en zeker de onrechtvaardige forenzenbelasting op tweede huizen, zouden juist afgeschaft moeten worden. Maar eerst maar eens een evaluatie of de decentralisaties wel gebracht hebben wat de bedoeling was, en of de decentralisaties niet beter teruggedraaid kunnen worden. Roepen om extra belastinginkomsten vanwege falende gemeenten in het sociaal domein, is te kort door de bocht.