of 59147 LinkedIn

Eigen verschil eerst

Lokale bestuurders moesten het ontgelden bij een inspraakavond in Steenbergen. In Heesch werden twee dode varkens gedumpt op de plek waar een azc zou komen. In het Drentse Oranje blokkeerden bewoners de bussen met asielzoekers en belaagden ze de dienstauto van toenmalig staatssecretaris Dijkhoff. In Geldermalsen werd tijdens een raadsvergadering de raadzaal ontruimd, toen relschoppers hekken omver duwden en de politie met bakstenen bekogelden.

In Enschede waren bewoners bang dat ‘kinderen en vrouwen niet veilig voorbij kunnen fietsen of naar school kunnen’. Ook in Maastricht vreesde mensen ‘overvallen, verkrachtingen en grote ruzies’. Steenbergen, Maastricht, Enschede, Heesch, Geldermalsen, Oranje: het is een beknopte selectie van plaatsen waar de ‘Nederlandse nuchterheid’ snel omsloeg in angst, agressie en onzekerheid. Ineens was de ‘Boze Witte Nederlander’ overal. Hoe kan dat?

Om de opkomst van de ‘Boze Witte Nederlander’ te begrijpen biedt de socioloog Norbert Elias (1897-1990) uitkomst. Hij stelde namelijk dat ‘gevestigden’ altijd een beeld van buitenstaanders kunnen modelleren naar de slechtste kenmerken van het slechtste deel van de groep (onderwaardering). Daarentegen kan het zelfbeeld van de gevestigde groep opgehangen worden aan de toonaangevende ‘beste’ leden (overwaardering). Of zoals Elias dat stelt: ‘er is altijd wel enig bewijsmateriaal te vinden om aan te tonen dat de eigen groep “goed” is en de andere “slecht”.

Elias maakt duidelijk dat het niet gaat om feitelijke verschillen tussen groepen, maar om gepercipieerde verschillen die gevestigden de nieuwkomers kunnen aanwrijven. Dat kunnen ze doen omdat ze een machtspositie hebben en omdat nieuwkomers altijd als een bedreiging kunnen worden opgevat voor gevestigde belangen. En nieuwkomers hebben altijd een machtsachterstand, die maar moeizaam teniet wordt gedaan. Tegelijkertijd, omdat ze ergens al langere tijd wonen kunnen gevestigden altijd claimen dat ze juist dáárom bepaalde rechten hebben opgebouwd. Daarmee zit er altijd een ongelijkheid in de verhouding tussen gevestigden en buitenstaanders. En die ongelijkheid kan zich in het maatschappelijke of politieke debat uiten in een zogenaamde overwaardering van het eigene en onderwaardering van het onbekende.

Trumps America First en de lofzangen van Geert Wilders, Edith Schippers of Sybrand Buma op Nederland zijn daar allemaal op gebaseerd. Soms gaat die overwaardering van het eigene direct gepaard met een onderwaardering van het andere. Zo noemde voormalig vvd-minister Edith Schippers onze cultuur ‘een stuk beter dan alle andere die ik ken’, riep Geert Wilders op tot ‘minder Marokkanen’ en vindt Sybrand Buma dat we het Wilhelmus weer moeten gaan zingen: ‘omdat onze traditie, onze cultuur en onze waarden zo mooi zijn, die geven we niet op, die mogen we niet laten verwateren’. Zelfs het vvd-verkiezingsprogramma stelt dat Nederland ‘het beste land ter wereld is’, ‘Nederlanders het leukste volk ter wereld zijn’ en ‘andere landen of volkeren er nauwelijks toe doen’. Elias’ begrippen als ‘statusideologie’, ‘gezichtsbedrog’, ‘overwaardering van het eigene’ en een ‘onderwaardering van het onbekende’ zijn haast eufemismen.

Maar binnen de groep gevestigden kunnen óók buitenstaanders ontstaan. Mensen die het gevoel hebben er niet bij te horen, aan de zijlijn te staan en er niet toe te doen. Ook binnen de groep gevestigden Nederlanders kunnen sommige leden zich als ‘mindere’ beschouwen en dus als buitenstaander, waardoor ze angst- of onrustgevoelens ontwikkelen. Die angst moet ook begrepen worden als uitingsvorm van een relatief lage machtspositie. Geprivilegieerden in de gevestigden groep kunnen anderen een stigma bezorgen, zoals het Nederlandse begrip ‘tokkies’. Niet alleen door anderen (pro)actief buiten te sluiten, maar ook door het passief meebewegen met uitsluitingsmechanismen. Bijvoorbeeld door AZC’s op perifere locaties te ontwikkelen, door mensen sociaal te isoleren of door bezorgdheid te veroordelen als ‘boosheid’.

Met het veroordelen van die bezorgdheid als ‘Boze Witte Nederlander’ blijft de zichzelf superieur wanende ‘Betere Witte Nederlander’ buiten schot. Maar de boosheid in Steenbergen kan alleen begrepen worden als tegelijkertijd de intolerantie en privileges van de rest van Nederland (Bloemendaal, Hilversum, Blaricum, Laren, Rozendaal en Wassenaar) in ogenschouw worden genomen. Het is zoals de acteurs van toneelgroep De Verleiders stellen in de voorstelling Stem kwijt: ‘Slechte dingen komen niet voort uit slechte mensen. Slechte dingen komen voort uit goede mensen die er niks tegen doen’. Op vergelijkbare manier is die bezorgdheid en boosheid daarom niet alleen iets van Steenbergen, Heesch of Geldermalsen, maar een breed gedragen Nederlands fenomeen. En daarmee is het een fenomeen van ons allemaal.

Mark van Ostaijen

Bovenstaande komt voort uit het boek ‘Wij zijn ons. Een kleine sociologie van grote denkers’ van Mark van Ostaijen dat 1 oktober verscheen bij Uitgeverij Vantilt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.