of 59345 LinkedIn

Eénpartijstaat

Onder het veelzeggend opschrift ‘Het moet wel gezellig blijven in de Stopera’ publiceerde De Volkskrant afgelopen week in twee delen een weinig vleiend beeld van de verhoudingen binnen de Amsterdamse gemeenteraad.

Het deed mij denken aan de keer dat ik in 2008 voor NRC Handelsblad een zelfde soort portret mocht maken. Ook toen was er dankzij het groteske overwicht van één partij, de Partij van de Arbeid, in Amsterdam sprake van een éénpartijstaat. Op verkiezingsavond waarschuwde toenmalig burgemeester Cohen dat jaar al voor linkse bestuursarrogantie.

 

Qua zetelverdeling zou het makkelijk kunnen. Sinds de jongste verkiezingen heeft de PvdA vijftien zetels, GroenLinks er zeven, D66 ook zeven en de VVD heeft er acht. En van het college maken zowel GroenLinks, als de VVD, als Lodewijk Asscher, maar ook een krachtfiguur als burgemeester Eberhard van der Laan deel uit.

 

Aanleiding voor de Volkskrantreportages was het feit dat dit jaar 25 jaar in de Stopera vergaderd wordt. Er is ondertussen niet gekeken naar de al even overwegende machtspositie die de PvdA in de Amsterdamse deelraden heeft. Zonder de PvdA valt er in Amsterdam nul komma nul te regelen.

 

PvdA-fractievoorzitter Frank de Wolf herkent zich niet in het verwijt dat zijn PvdA niet de gewoonte heeft om achterom te kijken. Volgens hem mept zijn partij zichzelf ‘tot gekmakens toe’.

 

Volgens alle betrokkenen die in de twee reportages aan het woord komen, berust de werkelijke macht in Amsterdam bij het college en bij de ambtenarij. Op de vraag wie de baas is in de stad antwoordt een ruime meerderheid van de raadsleden: het college van Burgemeester en Wethouders.

 

Een florissant beeld van de gemeentedemocratie in Amsterdam levert het Volkskrant-onderzoek onder raadsleden niet op. Mij deed het sterk denken aan mijn eigen ervaringen in Arnhem waarover ik ooit een stuk schreef onder de titel: ‘Wij zijn allemaal God in het diepst van onze gedachten’. De lokale politiek werd daar bedreven door mannen en vrouwen die eigenlijk alleen maar met elkaar verkeerden. En die van daaruit het werkelijke belang van de stad makkelijk konden vergeten.

 

Amsterdam lijkt vandaag erg op het Arnhem van toen. Ik herinner me de bijdrage van wethouder Van Meurs die uit verzet tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid het college wilde laten ontploffen. Hij wilde per motie zijn politieke tegenstanders op hun onbenul wijzen. En hij slaagde erin om de inwoners van Arnhem hardhandig tegen zich in het harnas te jagen.

 

Zo erg als het in Arnhem was, is het in Amsterdam nog niet. Maar het gaat wel die kant op.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.