of 63908 LinkedIn

De kunst van goede vragen stellen

Voor welk probleem is dit de oplossing? Op het eerste gezicht is dat een slimme, nuchtere vraag die de politiek zich vaker zou moeten stellen. Twee dingen zouden dan veel eerder blijken. Dat er helemaal geen probleem bestaat, bijvoorbeeld, of dat een probleem wel bestaat maar het voorstel geen oplossing is. Zouden die vragen vaker en vooral ook eerder op tafel hebben gelegen, dan hadden we minder vaak met de gebakken peren gezeten.

Zo slim als deze vraag klinkt bij het weren van onzinnig beleid, zo misplaatst is hij in discussies over constitutionele kwesties. Driekwart van de Grondwet is niet echt de ‘oplossing voor een probleem’. Ons staatsbestel bestaat niet uit inkomensplaatjes. Maar toch krijgt elk voorstel om constitutionele toetsing in te voeren vroeg of laat de vraag die hoort bij het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd: voor welk probleem is dit de oplossing?

Terwijl de discussie over de invoering van de mogelijkheid dat rechters wetten aan de Grondwet toetsen zou moeten gaan over het gewenste evenwicht tussen de staatsmachten en de benodigde waarborgen daarvoor. Wie dat recht pas wil invoeren als de wetgever er een gewoonte van heeft gemaakt de Grondwet te schenden, heeft niet alleen teveel risico genomen en is sowieso te laat om het lek nog te dichten. Grondwetten gaan over het voorkomen van ellende.

Het oplossen ervan kan alleen met politieke wil. Het verwarren van dagelijkse beleidsvragen met de ontwerpvragen voor de langere termijn komt zeker ook voor in het binnenlands bestuur. Het Huis van Thorbecke is nooit de ‘oplossing voor een probleem’ geweest. Het was uitdrukking van een bepaalde visie, uitgedrukt in een set slimme spelregels. Maar toch wordt ook menige discussie over het onderhoud aan het Huis van Thorbecke vroeg of laat gedempt in de vraag voor welk probleem iets een oplossing is. Terwijl dat niet de belangrijkste vraag is.

Het burgemeestersambt is een voorbeeld. Het ambt is een bewezen schakel in het bouwwerk van het binnenlands bestuur, maar is in al zijn succes niet onbesproken gebleven. Recent werkte ik mee aan een onderzoek naar de huidige staat van het ambt. We constateerden dat het goed ging. Burgemeesters presteren naar veler tevredenheid.

Toch zagen wij dat er ontwikkelingen zijn die het ambt steeds meer onder druk zetten. Het takenpakket wordt steeds complexer; de financiële druk op gemeenten neemt toe; de raad versplintert; het debat polariseert; de uitvoering van beleid regionaliseert; het beleid ‘verveiligt’. En zo voort. Al deze ontwikkelingen zetten druk op de verschillende rollen van de burgemeester en de spanningen daartussen. Omdat de oorzaken voor deze ontwikkelingen nog niet zijn uitgewerkt, voorzien wij dat het burgemeestersambt op termijn onhoudbaar zal gaan worden.

Reden dus, menen wij, om een aantal opties onder ogen te zien. Ofwel sommige rollen van de burgemeester anders beleggen (het raadsvoorzitterschap aan een raadslid toekennen, bijvoorbeeld, of de integriteitsbewaking naar de commissaris van de koning verschuiven) ofwel de openbare orde-portefeuille nog eens kritisch tegen het licht te houden ofwel juist voor de vlucht naar voren te kiezen en de eigenstandige positie van de burgemeester te verstevigen.

Dat laatste kan met een gekozen burgemeester, maar zou net zo goed kunnen worden bereikt door de kroonbenoeming te versterken. Op het rapport valt ongetwijfeld veel af te dingen. Maar één ding heeft het nooit willen zijn: de oplossing voor een urgente nood. Laat staan de grootste nood.

Ik meen dat formerende partijen zichzelf bij constitutionele kwesties geen beleidsvragen moeten stellen. Het gaat niet om een actueel of prangend probleem dat onmiddellijke aandacht eist. Het gaat om evenwicht en waarborgen op de lange termijn.

Waar is de gemeenteraad het meest mee geholpen bijvoorbeeld? Of de burgemeester zelf?

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.