of 60156 LinkedIn

De digitale democratie

De ellende van Corona dwingt gemeenten om naar de digitale (on)mogelijkheden te kijken. Gelukkig zijn gemeenten al jaren bezig digitale stappen te zetten. Met name op het terrein van dienstverlening. Dat komt nu goed uit. 

Die digitale basis ontbreekt bij het werk van gemeenteraden en bij participatie met inwoners. Dat verklaart de aandacht voor het realiseren van een spoedwet om digitale besluitvorming mogelijk te maken. Nu die wet er is kunnen raden weer werken, zo is de gedachte. Maar een finaal politiek debat zal altijd de persoonlijke ontmoeting vragen. Wat zal deze digitale periode ons dan straks opleveren? Helpt digitaal werken bijvoorbeeld om een betere transparantie voor inwoners te realiseren? Vergroot het de mogelijkheid tot betrokkenheid van meer inwoners?

Verlaagt het de werktijd voor raadsleden? Draagt het bij aan de checks en balances tussen de drie bestuursorganen raad, college en burgemeester? Kortom leidt het tot een meer gekwalificeerde besluitvorming waarbij tegenwicht en tegenspraak wordt benut. Dan kan deze coronacrisis een aanzet zijn voor digitale vervolgstappen. Zo niet dan blijft het digitaal vergaderen, net als 10 jaar geleden de introductie van een tablet bij het raadswerk, een ‘excuustruus’. En hoeft niet verder nagedacht te worden over digitale toepassingen bij een eigentijdse representatieve democratie.

Stel die vragen laten zich straks wel positief beantwoorden. Dan zal niet alleen blijken dat de techniek taai en kostbaar is, maar wordt ook duidelijk dat de gemeentelijke- en politieke cultuur het meest bepalend is. Want de techniek lost niets op. Essentieel zal zijn de wil op raadsniveau tot verbeteren van de lokale democratie. De durf om richting te geven aan een eigentijdse representatieve lokale democratie. Het vermogen hebben over een raadsperiode heen te kijken. En het lef om de keerzijde van digitaal werken onder ogen te zien.

Komt het tot uitvoering dan is nu al duidelijk dat gemeenteraden op voorhand zich verantwoordelijk zullen moeten voelen voor het beheer en de eenvoudige ontsluiting van de eigen informatie over het democratische besluitvormingsproces. Dus regelen dat het vinden van die informatie eenvoudig en betrouwbaar is voor inwoners en raadsleden zelf. Dat klinkt simpel maar is het niet. Daarvoor is weer nodig dat colleges de basisinformatie in raadsvoorstellen veel duidelijker opschrijven. Basis informatie in de vorm van het onderwerp en het voorgelegde besluit ( dictum). Een goed dictum schrijven vraagt van ambtenaren deskundigheid en hoge professionaliteit. En het vraagt van wethouders dat ze de vertaling tussen beleidsrichting en gevraagde uitvoering scherp inhoud weten te geven.

Ook betekent het dat colleges veel meer uitgesproken zijn over de informatie die zij aan inwoners en raadsleden verstrekken. Informatie die aardig is om te weten, of nuttig is, of nodig is om te kennen. En het vraagt van raadsleden hun positie anders te delen met hun kiezers. Anders te leren vastpakken. Pas dan maakt een meer digitale democratie kans. Met vergadertools voor fracties en participatietools voor inwoners. Met digitale panels en ontwerptools bij zwaardere kwesties. Met toepassing van crowdfundingselementen bij budgettoekenning. Met digitale stemmodules bij consultaties etc.. Ik ben benieuwd welke gemeente(raad) straks een stap zet.

Jan Dirk Pruim
Lees hier alle columns van Jan Dirk Pruim

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.