of 59082 LinkedIn

Crisiscommunicatie

Crisiscommunicatie komt in het staatsrecht in verschillende vormen voor. Toespraken vanuit het Torentje of Huis ten Bosch, brieven van burgemeesters aan de kleuters in hun gemeente en departementale roadshows met een doventolk. Daarbij gaat natuurlijk wel eens wat mis. Maar in tijden van democratische schraalheid, is klagen over onduidelijke crisiscommunicatie een van de weinige democratische waarden die we nog kunnen waarmaken. 

Klagen over crisiscommunicatie kan namelijk alleen als de overheid niet uit één machtsblok bestaat en de overheid in het algemeen liever medewerking van burgers vraagt dan onderdanen rond commandeert. Klagen over crisiscommunicatie gebeurt ook alleen door een samenleving die zich door de overheid kennelijk op zijn eigen verantwoordelijkheid voelt aangesproken. In een politiestaat had ik mij niet afgevraagd of gastouders vallen onder de kinderopvang die moet worden gesloten. Ik was daar uit angst voor de overheid dan zekerheidshalve maar vanuit gegaan. Kortom: open crisiscommunicatie suggereert een functionerende democratie. Want in een dictatuur valt overal over te klagen, maar niet over de helderheid van de communicatie.

Een aparte categorie crisiscommunicatie betreft de boodschappen die instituties over hun eigen functioneren afgeven. Ook op dat punt ontstaan veel vormen. Bijna ontroerend was bijvoorbeeld het persbericht van de gezamenlijke Hoge Colleges van Staat waarin zij verklaarden dat de democratie gewoon zou blijven functioneren. Welke angst zou daarmee moeten worden bezworen? Dat de Rekenkamer de macht gaat grijpen? De Ombudsman op het pluche?

Ondanks de ferme boodschap over het voortbestaan van de democratie gaf de Eerste Kamer echter ook nog een andere boodschap af. Die was niet ontroerend, maar zorgwekkend. Begin april vroeg de Eerste Kamer zogenaamde voorlichting aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Was het mogelijk om commissies digitaal te laten vergaderen, wilde de Senaat weten. En: telt een virtueel quorum ook? Konden we het woordje ‘vergadering’ in de Grondwet niet gewoon gaan lezen als een begrip dat ook een groepsgesprek op Skype omvat?

Het zorgwekkende aan dit verzoek om voorlichting is niet de impliciete boodschap die dit afgeeft. Want hoewel de Senatoren het zelf ongetwijfeld allemaal als voorzorgsmaatregel bedoelden, de Telegraaf kopte toch: ‘Eerste Kamer loopt vooruit op lockdown’. Voor een chambre de reflexion een paniekerige boodschap. En voor de Rijksvoorlichtingsdienst een onhandige dissonant. Maar dissonanten horen bij een democratie.

Het zorgwekkende aan dit verzoek om voorlichting is zelfs niet, dat de Eerste Kamer kennelijk een vorm van grondwetsinterpretatie overweegt die op zijn best cynisch kan worden genoemd. Want als een vergadering na 200 jaar opeens net zo goed een groepsapp kan zijn, wat betekenen de andere woorden dan nog? In het decentralisatierecht dook dit soort verwoestende crisisinterpretatie eind maart ook heel even op. Maar gelukkig is daar komen vast te staan dat er expliciete wettelijke grondslag nodig is om tijdelijk digitaal te kunnen besluiten. Te verwachten valt, dat de Raad van State ook niet zal meegaan met dit soort grondwetsinterpretatie.

Het zorgwekkende aan dit verzoek om voorlichting is toch vooral dat de Eerste Kamer zo onzeker is geworden dat ze hier voorlichting over vraagt. Vanouds zitten de beide Kamers der Staten-Generaal zelf op de eerste hand als het om de interpretatie van de regels voor hun eigen interne orde gaat. Zolang de handtekening van de Voorzitter op het wetsvoorstel maar wordt onder geplaatst onder de conclusie die de Kamer had willen bereiken, is het verder vooral aan de Kamer zelf om de interne besluitvorming te organiseren en de regels daarover gewetensvol te interpreteren. Een trotse, zelfbewuste Kamer had deze voorlichting niet gevraagd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Geerten Boogaard (auteur) op
"Te verwachten valt, dat de Raad van State ook niet zal meegaan met dit soort grondwetsinterpretatie."

Mooi niet dus. Hoewel de Raad van State in hun advisering over de Spoedwet nog onderstreepte dat er wettelijke grondslag nodig is voor plotseling opkomende buitenissige interpretaties, zijn de trossen inmiddels losgegooid. Van de Raad mag inmiddels alles, als het maar tijdelijk is. Terwijl: afwijkingen zijn tijdelijk, crisisinterpretaties blijven.