of 59345 LinkedIn

Concordantie in rijk heeft ook nadelen

Het Statuut van het Koninkrijk regelt de verhoudingen tussen de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In het Statuut staat dat er wordt gestreefd naar concordantie op de belangrijkste rechtsterreinen, zoals het privaatrecht en het strafrecht. 

Eenvoudiger gezegd betekent dit dat de rechtsarrangementen in de vier landen zo veel mogelijk op elkaar moeten lijken. Er wordt naar rechtseenheid gestreefd. Ter gelegenheid van mijn afscheid als hoogleraar van de Universiteit van Aruba op 13 september j.l. verdedigde ik de stelling dat dit streven naar concordantie op zichzelf genomen allerlei voordelen heeft, maar ook onmiskenbare nadelen.

Het voordeel is in de eerste plaats dat Nederlandse juristen gemakkelijker ingezet kunnen worden in het Caribisch gebied, en dat gebeurt dan ook op ruime schaal. Deze Europese Nederlanders hoeven zich niet te verdiepen in het Arubaanse recht of het recht van Curaçao omdat dat recht vanwege de concordantie nauwelijks bestaat. Ook aan de universiteiten van Aruba en Curaçao wordt hoofdzakelijk Nederlands recht gedoceerd en dat betekent dan ook dat de wetenschappelijke staven van die universiteiten hoofdzakelijk bestaan uit Europese Nederlanders.

Een tweede voordeel is uiteraard de duidelijkheid en de overzichtelijkheid. Maar een aanzienlijk nadeel is dat het hier gaat om zuivere ‘legal transplants’. Het betreffende recht wordt overgeplant naar het Caribisch gebied. De in dat recht opgenomen Nederlandse rechtscultuur wordt mee geëxporteerd en dat betekent dat de aansluiting van diverse rechtsregels bij de samenlevingen in het Caribisch gebied er in verschillende gevallen niet is. Dat komt het draagvlak, de effectiviteit en de handhaving van deze regels bepaald niet ten goede.

Nu hebben de Caribische landen maar een beperkte capaciteit om over de gehele linie eigen en meer passende rechtsarrangementen in het leven te roepen, maar in de loop van de tijd zou er toch een beweging moeten zijn waarbij daar wel op belangrijke onderdelen in wordt voorzien. De ‘legal tranplants’ zouden partieel moeten worden omgevormd in regels die nabijheid hebben, goed passen bij de Caribische omstandigheden en vaak ook minder ingewikkeld hoeven te zijn dan de voor Nederland geldende regels.

Daar komt nog bij dat deze statutaire concordantie een olievlekwerking heeft naar andere rechtsen beleidsterreinen. Ook op andere beleidsvelden bestaat in het verband van het Koninkrijk een sterke neiging om Nederlandse uitgangspunten en normen als maat der dingen aan te merken en aan de hand daarvan wordt beoordeeld of de Caribische landen een beetje op de goede weg zijn. En dit uitgebreidere concordantiefenomeen vormt in toenemende mate een hindernis voor de Caribische autonomie, maar vooral ook een hindernis om Caribische functionarissen op de plekken te krijgen die nu door Europese Nederlanders worden ingenomen.

Strikt genomen is er dan sprake van ‘vreemd’ en ‘getransplanteerd’ recht dat door uitheemse functionarissen wordt toegepast. Europese Nederlanders – in hun rol als docent, rechter of officier van jusititie – hebben om die reden vaak een voorsprong omdat ze de kneepjes van het vak kennen vanuit Nederland. En dat betekent in feite veelal dat Caribische functionarissen op voorhand op achterstand staan. Dat is een vicieuze cirkel die maar moeizaam kan worden doorbroken.

Daarom is het zaak om het strikte beginsel van concordantie te relativeren en uit te zijn op rechtsarrangementen die beter passen bij de Caribische rechtscultuur. Want de vaak gehoorde beschuldiging dat Nederland neo-kolonialisme bedrijft in juridische gedaante is bepaald niet geheel zonder waarheidsgehalte.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.