of 59318 LinkedIn

College kan voorstel niet zomaar intrekken

Met enige regelmaat worden raads- en Statenvoorstellen door colleges van Gedeputeerde Staten (GS) en burgemeester en wethouders (B&W) ingetrokken. Soms is daar een goede aanleiding voor, soms ook niet. De vraag is echter of een dergelijke intrekking op ieder willekeurig moment in overeenstemming is met de regels. In een aantal gevallen is dat niet zo. In ieder geval kan de positie van B&W en GS niet worden vergeleken met die van de regering op nationaal niveau. 

De werkwijze die bestaat voor de formele wetgeving op nationaal niveau kan voor provincie en gemeente niet worden aangehouden. Het dualisme op nationaal niveau betekent voor de formele wetgeving dat de Kamers en de regering een geheel eigen positie hebben in dit samenwerkingsverband. De regering kan bijvoorbeeld tijdens de behandeling van een wetsvoorstel in de Tweede Kamer het voorstel wijzigen via een nota van wijziging. De regering kan het voorstel intrekken en zelfs indien de Kamers een voorstel hebben goedgekeurd, kan de regering het contraseign weigeren, hetgeen betekent dat de wet er niet komt.

In dat opzicht is de positie van GS en B&W bij de voorbereiding en behandeling van Staten- en raadsvoorstellen een geheel andere. Nadat het voorstel is aangereikt en het een definitieve plaats op de agenda heeft gekregen, is de procedurele rol van de colleges in belangrijke mate uitgespeeld. De colleges kunnen uiteraard het voorstel inhoudelijk verdedigen, maar de afdoening moet worden overgelaten aan de Staten of de gemeenteraad. De Staten en de gemeenteraden zijn dan immers het enkel bevoegde orgaan. Een aangenomen voorstel kan door GS en B&W niet meer worden veranderd of worden afgewezen.

Een discussiepunt is hier de vraag of de colleges op eigen gezag kunnen besluiten om het geagendeerde voorstel terug te nemen, dan wel de behandeling daarvan uit te stellen. In beginsel is die mogelijkheid er niet, want het impliceert een te vergaande bemoeienis met de werkwijze van gemeenteraad en Provinciale Staten. Uiteraard kunnen de colleges verzoeken om de behandeling uit te stellen, maar een uitstel van behandeling op eigen titel is niet mogelijk. Is de volksvertegenwoordiging van oordeel dat een uitstel of een intrekking niet wenselijk is, dan zal het college daarin moeten berusten.

Om alle onduidelijkheid over deze posities te voorkomen, verdient het aanbeveling om in het reglement van orde op te nemen dat het college tijdens de behandeling in de gelegenheid wordt gesteld om uitstel of terugneming te bepleiten, een en ander onder handhaving van het wettelijke uitgangspunt dat raad of Staten hier uiteindelijk een enkele en niet te beperken bevoegdheid hebben. Maatgevend zou moeten zijn het tijdstip waarop het voorstel definitief op de agenda is geplaatst. Dit impliceert dat de colleges tot dat moment het voorstel op eigen titel in kunnen trekken, na dat moment kan enkel een verzoek daartoe worden gedaan. Voorafgaand aan de agendadiscussie in raad of Staten is het college dan nog in de gelegenheid om het voorstel in te trekken dan wel tot uitstel van behandeling te besluiten.

Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen waardoor een dergelijke intrekking of een dergelijk uitstel van behandeling in de rede ligt. Aan de keuze van dit tijdstip liggen echter geen zwaarwegende of principiële uitgangspunt ten grondslag. Hier gaat hier vooral om een praktische en werkbare keuze. Om die reden zou ook kunnen worden gekozen voor een eerder tijdstip, zoals een agenderingsbesluit in het presidium. Een belangrijk principe is wel dat de colleges zich voegen naar het agenda-primaat van raad en Staten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.