of 59925 LinkedIn

Burgemeester worstelt met moties


Het aantal moties in gemeenten is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Meestal hebben de moties betrekking op het beleid dat door college of burgemeester wordt voorgesteld. Soms zijn er buitenissige moties, zoals de uitspraak van een gemeenteraad waarin de Chinese regering voor de laatste keer wordt gewaarschuwd om nu eens te stoppen met de schending van de mensenrechten. Of de motie waarbij de dienstwagens van de gemeente niet meer bij Shell mochten tanken vanwege de betrokkenheid van dit bedrijf bij het apartheidsregime in Zuid-Afrika. 

Een motie is vooral een politieke uitspraak en in principe niet op een direct rechtsgevolg gericht. Kan elke motie nu zondermeer ingediend en besproken worden? Het antwoord is bevestigend, mits zij aan alle vormvereisten voldoet. Zijn er problemen rond de uitvoering van een motie dan is dit in beginsel geen reden om de bespreking van de motie niet toe te staan of besluitvorming daaromtrent te verhinderen. Het gaat dan vooral om de reactie op de aangenomen motie. Soms is het geboden dat het college, de burgemeester als afzonderlijk bestuursorgaan of de raadsvoorzitter in de aanloop naar de stemming al signalen afgeven dat het aannemen van de betreffende motie problematisch is of zou kunnen zijn.

De raad kan dit dat meenemen in de stemoverwegingen. Het mogelijk ontstaan van dergelijke problemen is echter geen beslissende factor om aan de raad het bespreken en besluiten over de betreffende motie niet toe te staan, want de raad gaat in beginsel zelf over zijn agenda en werkwijze. Een door de raad aangenomen motie kan in de sfeer van uitvoering problematische kanten hebben. Als hiervan sprake is, kunnen de raadsvoorzitter, de burgemeester als afzonderlijk bestuursorgaan of het college hier de raad opmerkzaam op maken in de aanloop naar de stemming over de motie, maar het is onder alle omstandigheden gewenst hier de rollen en functies goed te onderscheiden. Bij strijd met hogere regelgeving of nationaal beleid kan een uit de motie voortvloeiend uitvoeringsbesluit leiden tot schorsing en/of vernietiging door de Kroon op voorstel van de burgemeester.

Ook kan het zijn dat uitvoering van een aangenomen motie strijdig is met lokale voorschriften of staand lokaal beleid. In dat laatste geval zal het college of de burgemeester als afzonderlijk bestuursorgaan – inzake bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid – hier positie moeten innemen.

De meest gewenste praktijk is hier dat deze posities pas definitief worden ingenomen nadat de raad over de motie heeft gesproken en deze heeft aangenomen. Onder omstandigheden kan deze positiebepaling worden verdaagd naar een volgende vergadering, zodat een goed gemotiveerde stellingname naar voren kan worden gebracht. In de praktijk komt het nogal eens voor dat de burgemeester als raadsvoorzitter tijdens de discussie of aanloop naar een stemming de betreffende motie ‘buiten de orde’ verklaart of overigens als problematisch aanmerkt, waardoor debat en besluitvorming worden gestuit. Deze gang van zaken is onwenselijk en wel omdat in dergelijke gevallen de rollen van de burgemeester dan snel door elkaar gaan lopen.

In de praktijk komt het nogal eens voor dat genoemde splitsing in functies en rollen niet goed wordt aangehouden en dat leidt met regelmaat tot onduidelijkheid, politiek chagrijn en soms tot verstoorde verhoudingen. In het Reglement van Orde van de raad kan worden opgenomen dat een positiebepaling ten aanzien van de uitvoering van moties in een apart traject wordt ondergebracht. Dat schept ook voor de raad de meeste duidelijkheid en voorkomt veel politiek-bestuurlijk ongemak.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.