of 62812 LinkedIn

Bounty hunters op integriteitsjacht

‘Een beetje integer bestaat niet!’ Onder dat motto is de afgelopen jaren menig scharrelaar in de publieke sector aangepakt. Stapels stempassen in je kelder, zaakjes regelen voor het bedrijf van je schoonzoon, wegkijken bij activiteiten van de onderwereld – allemaal zaken die bestuurders terecht in de problemen brengen. Maar het gaat steeds verder. Het motto lijkt te gaan gelden als het zero tolerance-beleid van het naoorlogse verzet. Geen genade voor grijstinten! 

De strijd tegen malafide bestuurders zal de aankomende jaren alleen maar worden opgevoerd. Inmiddels ligt er een wetsvoorstel in de Tweede Kamer met als titel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Als ‘eerste tranche’, belooft de memorie van toelichting. Van die voorstellen valt van alles te vinden. Maar onder de kerstboom past fundamentele reflectie. Wat betekent het motto eigenlijk?

Ien Dales heeft het in ieder geval niet letterlijk zo gezegd. ‘Een beetje integer kan niet’, zei ze in 1992 op het jaarcongres van de VNG. En, belangrijker, ze had het niet over individuele ambtsdragers die wel of niet deugen, zoals je wel of niet zwanger kunt zijn. Dales sprak over de overheid als geheel. ‘Nederland is een democratische rechtsstaat. Dat begrip draagt uitdrukkelijk het element van integriteit in zich. Een overheid kan niet én rechtsstaat zijn én niet integer. Een niet-integere overheid kan de rechtsorde niet handhaven. De overheid is óf wel óf niet integer. Een beetje integer kan niet. En met de integriteit van de overheid valt of staat het bestuur; aantasting van de integriteit van de overheid betekent niet minder dan dat de overheid het vertrouwen van de burgers verliest.’

Natuurlijk veronderstelt een integere overheid integere ambtsdragers. Maar wie streeft naar een personeelsbestand vol onfeilbare karakters in publieke dienst, zal altijd bedrogen uitkomen. Mensen zijn nu eenmaal geen engelen, constateerden de Amerikaanse Founding Fathers al, en dus ontwierpen zij een constitutie met checks and balances waarmee feilbare mensen elkaars zwakheden controleren. Deze benadering is niet gebaseerd op het feit dat mensen geen morele fouten maken, maar gaat juist van het bestaan van die fouten uit. Zowel door bestuurders als door degenen die op hun integriteit moeten toezien.

Een integere overheid ontwikkelt niet alleen een permanente waakzaamheid tegen malversaties, maar vooral ook integere procedures om schendingen vast te stellen. Het gaat immers om de geloofwaardigheid van de rechtsorde als geheel, niet om de afwezigheid van rotte appels. Het opvoeren van de jacht op integriteitsschendingen moet daarom gelijke tred houden met het waarborgen van de rechtsstatelijkheid ervan.

Daar schort het steeds meer aan. Het afgelopen jaar bestudeerde een slimme masterstudent voor haar scriptie onderzoeksrapporten van bureaus die gemeenten vaak inschakelen bij integriteitsissues. Zij vond gerenommeerde onderzoeksbureaus die in hun toetsingskaders meer met wetsartikelen smeten dan dat ze daar een consistente, correcte invulling aan gaven. Met de voorzichtigheid van een goede juriste concludeerde zij: ‘het lijkt cherrypicking’ en ‘het heeft iets weg van een black box’.

Met de overdrijving van een columnist voeg ik daaraan toe: we moeten oppassen dat de private integriteits jagers met hun rapporten niet feitelijk de bounty hunters van het openbaar bestuur worden. Het motto over het zwart-wit-karakter van de integriteit van de overheid ziet volgens mij niet op witte schapen die zwarte schapen opsporen. Het ziet op het evenwicht tussen de beweerde normschending en de zorgvuldigheid waarmee die wordt aangepakt. Dat klinkt ook veel logischer, want een beetje evenwicht bestaat inderdaad niet.

Schending en schande moeten met elkaar in balans blijven. De herders werden in de kerstnacht door de engelen immers niet aangesproken op hun onfeilbaarheid. Maar op hun goede wil. Et in terra pax hominibus bonae voluntatis.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door cri (jur. adv) op
Het artikel benoemt wel een probleem maar niet genoeg. Het punt is te vaak dat het oordeel over handelen aan het oordeel van de politiek zelf wordt overgelaten en dan weten wij genoeg. Men sluit als regeringspartijen of coalities de rijen en weg is probleem. Wij zien het van hoog tot laag; is het bestuurlijk integer als onze min. president op essentiele dossiers hieraan geen, let op: actieve herinnering te hebben, stukken niet heeft gelezen of hem niet hebben bereikt, de toenmalig sg van AZ was: jawel de huidige min. van BZK. Is het integer als een minister pres. zegt dat zijn ministerie zo weinig mogelijk op papier vastlegt met als argument dat hij maar een klein ministerie heeft, en dus WOB altijd zullen stranden, als kamerleden of burgemeesters zeggen dat zij nooit op loonstrookjes kijken, dat integriteitsregels in de 1 e 2 e kamer niet dan met de grootste moeite tot stand komen en het nog altijd neerkomt dat een persoonlijke beoordeling van de betreffende man of vrouw, het OM doet er niets aan of rukt met veel bravour uit in een verloren zaak (roermond).
Goede wil is niet genoeg want wat er in iemands hoofd omgaat weten wij niet, men moet iemand beoordelen op zijn of haar handelen. Het zit er in NL gewoon niet in om mensen aan te pakken ook niet bij OM. Er moest een bijzondere procedure aan te pas komen om de ceo van de ING alsnog voor gerecht te krijgen. In NL geil op geld dacht men met een boete (die voorals door USA is opgehoogd) voldoende te straffen, het was een signaal voor alle CEO ga rustig slapen je bent wel verantwoordelijk maar als toch van niets wist ?? OM traptje er in maar gelukkig de rechter niet. dat is nu gelukkig herstel maar met moeite en geeft het juiste signaal af: je kunt je disculperen, jij moet met bewijslast komen anders sta je voor de rechter. Nieuw voor NL maar niet voor andere landen waar CEO s aanhoudend voor rechters staan. Wat dat betreft is nederland een ontwikkelingsland.