of 59244 LinkedIn

Belangenverstrengeling is een hot item

De zogenaamde ‘Loenen-uitspraak’ van de Raad van State zorgt in gemeentelijk Nederland voor veel onzekerheid. In BB van 30 maart schreef ik dat die onrust vooral wordt veroorzaakt door de steeds vager geworden criteria voor belangenverstrengeling en de schijn van belangenverstrengeling.

In een eerdere Winsum-uitspraak van de Raad van State werd nog gezegd dat een besluit kon sneuvelen indien het betreffende meestemmende raadslid op de wip zat. In de Loenen-uitspraak werd duidelijk dat een besluit kan sneuvelen indien een of meer raadsleden een persoonlijk belang hebben in de zin van art. 2: 4 Awb, geheel los van de vraag of het meestemmende raadslid op de wip heeft gezeten.

Wil een gemeenteraad dat risico niet lopen, dan moet er scherp worden gelet op het voorkomen van een schijn van belangenverstrengeling. Maar dan is het ook wel goed om te weten wat precies die schijn van belangenverstrengeling inhoudt, wie dat moet vaststellen en welke mogelijkheid de raad als bestuursorgaan heeft om hier opheldering te bieden. In de eerdere bijdrage constateerde ik dat er veel onduidelijkheid heerst en weinig consistentie. Zo gelden de normen wel voor decentrale volksvertegenwoordigingen, maar niet voor Tweede en Eerste Kamer.

Er wordt veel druk op individuele volksvertegenwoordigers gelegd om niet aan de beraadslaging mee te doen of zich van stem te onthouden. Die druk verdraagt zich niet met de staatsrechtelijke positie van het individuele raads- of statenlid. Bij de Raad van State voelde men zich door deze kritiek op de staart getrapt. Rechters hebben echter niet veel mogelijkheid voor repliek en daarom werd Pieter-Bas Beekman, het hoofd communicatie van de Raad van State, de arena ingestuurd.

Beekman schrijft in een webreactie dat de Raad van State in maar heel weinig gevallen een besluit in strijd oordeelt met art. 2:4 Awb. In de afgelopen tien jaar zou dat slechts in drie gevallen zijn voorgekomen. De voorlichter – en die boodschap zal zijn afgestemd met zijn broodheren – vraagt zich dan ook af of hier eigenlijk wel een groot staatsrechtelijk probleem bestaat en of de lezer van BB hierdoor niet op het verkeerde been wordt gezet. Van de Raad van State is dat een wereldvreemde en ook bizarre reactie.

Dat in de afgelopen tien jaar weinig besluiten sneuvelden, kwam omdat de strakke norm van art. 28 Gemeentewet inzake stemonthouding domineerde boven de norm van art. 2:4 Awb. De Winsum-uitspraak vormde hier een inbreuk op, maar bood nog steeds weinig ruimte voor twijfel. Die twijfel is door de Loenen-uitspraak enorm vergroot. De Raad van State blijkt weinig inzicht te hebben in de worstelingen die hier plaats vinden. De ene gemeente na de andere vraagt adviezen over de vraag of men wel voldoende integer handelt.

Er is in tal van gemeenten een toenemende schuwheid bij raadsleden om zich te manifesteren. Er zijn gemeenten – vooral kleinere – waar volgens de nieuwe lijn in sommige dossiers meerderheden van de raad niets meer mogen zeggen en zich van stem moeten onthouden omdat ze een vermeend persoonlijk belang hebben. In menige gemeente vraagt men zich af of raadsleden nog wel kunnen meepraten en stemmen over bestemmingsplannen voor gebieden waar ze zelf wonen en werken of waar naaste verwanten een bedrijfsbelang hebben.

Er is twijfel over de vraag of raadsleden die ondernemer zijn wel kunnen meepraten en meestemmen over de heffingssystematiek die geldt voor de ozb voor bedrijfspanden. Kern van het probleem is dat de norm van art. 2:4 Awb wel goed toepasbaar is op ambtenaren en op bestuursorganen bestaande uit bestuurders, maar niet op bestuursorganen die bestaan uit volksvertegenwoordigers. Politiek bedrijven is heden ten dage in menig opzicht een vorm van belangenrepresentatie.

Om die reden is er nauwelijks een goede grens te trekken tussen de behartiging van een persoonlijk belang zoals de Raad van State dat ziet en het algemeen belang. De vroegere restrictieve uitleg van het stemonthoudingsregime uit de Gemeentewet paste daar wel heel goed bij. De nieuwe lijn van de Afdeling rechtspraak zorgt dan ook voor een baaierd van volstrekt onnodige problemen.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door dommel op
Socialistische beroepspolitici hebben minder last van belangenverstrengeling omdat ze minder in de maatschappij staan, die doen liever aan cliëntelisme, zie de talloze fraudezaken in Amsterdamse deelraden.