of 59162 LinkedIn

Zeven Leidse lessen over burgerbetrokkenheid

Leiden wilde met het programma ‘Samen aan de slag’ bewoners meer betrekken bij het inrichten van hun leefomgeving. Binnen drie jaar werden door de gemeente elfhonderd ‘convenantjes’ met Leidenaren gesloten. Projectleider Ronald van der Steen belicht de succes- en faalfactoren.

Leiden wilde met het programma ‘Samen aan de slag’ bewoners meer betrekken bij het inrichten van hun leefomgeving. Binnen drie jaar werden door de gemeente elfhonderd ‘convenantjes’ met Leidenaren gesloten. Projectleider Ronald van der Steen belicht de succes- en faalfactoren.

Nieuwe visie

In 2015 stelde Leiden een nieuwe visie op voor de openbare ruimte, vertelt Van der Steen. Daarin stonden drie pijlers. De leefomgeving moest schoon, heel en veilig blijven. Er moest meer ruimte voor de stad komen door het verwijderen van enkele duizenden ‘Leienaartjes’ (de Leidse paalvariant van het ‘Amsterdammertje’). Maar de misschien wel belangrijkste pijler was de derde: de inwoners waren aan zet. Zij kregen veel meer zeggenschap over de inrichting van hun eigen straat. Maar hoe krijg je die bewoners daadwerkelijk betrokken? Met tevredenheid blikt Van der Steen terug op de met het programma Samen aan de slag bereikte resultaten, waaronder 650 door bewoners onderhouden geveltuintjes. Maar er is volgens hem ook een aantal voor andere gemeenten interessante lessen uit te trekken: fouten die hij andere overheden graag zou willen besparen.

1. Maak het de burger zo makkelijk mogelijk
Van der Steen: ‘De burger kijkt graag de kat uit de boom. We zijn met inspraakavonden in de diverse buurten begonnen, waar de wethouder, ambtenaren en mensen van de groenvoorziening bij aanwezig waren. Niet alleen hadden we een plenair gedeelte, maar het tweede gedeelte van de avond bestond uit een ‘markt’. Bij de verschillende kramen konden gesprekken gevoerd worden met de wethouden en directeur, maar ook met de ‘mannen van de straat’. Daar bereik je vooral de mondige burgers mee. Al viel ons ook op dat er relatief veel jongeren bij aanhaakten. Vervolgens zijn we gewoon in de straat begonnen met de eerste geveltuinen bij die mondige burgers. Wij maken een paar vierkante meter trottoir vrij en stortten de juiste aarde. Vervolgens kon de bewoner zelf en op eigen kosten planten, struiken of ander groen plaatsen. Je merkt dat dan de buren ook aanhaken en zo stapje voor stapje de rest van de straat.’

2. Leg de gemaakte afspraken vast
‘De gemeente maakte de tuin vrij. Maar dat betekent ook dat de burger volgens het principe van wederkerigheid de volgende stap zelf moest zetten. Vroeger legden we daar nauwelijks iets op schrift over vast, laat staan dat we dat centraal beheerden. Nu sluiten we met alle mensen die een geveltuin of een tuintje rond een boom in hun straat beginnen een zogenaamd convenantje af. Dat woord is expres gekozen. Het is geen juridisch document, want we doen dit op basis van vertrouwen, maar we laten het wel door gemeente én burger ondertekenen. Dat zorgt voor meer commitment bij het proces.’

 

3. Voeg de daad bij het woord
‘Burgers zijn eraan gewend dat processen bij de gemeente vaak lang lopen. Daardoor verliezen ze gemakkelijk hun interesse. Wij hebben onze organisatie zo ingericht dat burgers die een geveltuin aanvragen ook binnen twee weken door ons worden bediend. Ook is diegene die het eerste contact met de burgers legt niet een beleidsambtenaar of projectleider, maar expres een collega van de groenvoorziening die alles van planten weet. Hij functioneert als groen- en onderhoudscoach. Zo kan de schop zo snel mogelijk de grond in en hou je de aanvragers enthousiast. Zij zijn vervolgens de voornaamste ambassadeurs om meer geveltuinen in de straat te krijgen.’

 

4. Zorg voor genoeg budget
‘De gemeente Leiden had in 2015 een budget van 1,2 miljoen euro voor de visie ‘Ruimte voor de Stad’ vrijgemaakt. Zo’n bedrag heb je wel nodig om de vele ambities te realiseren, zoals het verwijderen van objecten uit de openbare ruimte. En niet alleen omdat je goede tuinaarde moet leveren, maar je hebt ook behoefte aan extra administratieve ondersteuning. Ook hebben we flyers gemaakt met verschillende ideeën voor de inrichting van geveltuinen en boomspiegels ter inspiratie. Natuurlijk komen er vanuit de raad weleens kritische vragen. Daarom moet je ervoor zorgen dat je de resultaten zo goed mogelijk meetbaar maakt.’
 
5. Begin op plekken met de meeste noodzaak
‘Niet in elke straat ontstonden geveltuintjes. , merkten we de afgelopen jaren. Daarom gaan we nu de volgende fase in van opschalen en pakken we die straten aan waar de meeste noodzaak is. We beginnen in de sociaal zwakkere straten, waar veel behoefte bestaat aan extra waterberging en ook de hittestress in de zomer een rol speelt. Vooral in versteende straten dus. Daar is de meeste noodzaak en zul je bij bewoners ook makkelijker draagvlak vinden.’

 

6. Schaal op waar dat kan
‘Met geveltuinen en boomspiegels kom je er als gemeente niet. Er is natuurlijk meer nodig om klimaatrobuust te worden. Je merkt dat dit initiatief leidt tot meer bewustwording, waardoor burgers ook eerder bereid zijn om bijvoorbeeld de verstening in hun achtertuin aan te pakken. Daarnaast leidt deze aanpak tot meer sociale cohesie en betrokkenheid in de wijk. Zo hebben we nu ook het onderhoud van een aantal openbare prullenbakken bij burgers gelegd.’ Opschalen houdt in dat we niet alleen meer de individuele geveltuintjes en boomspiegels stimuleren, maar dat straats-, plein- of wijksgewijs stimuleren.

 

7. Accepteer dat het mis kan gaan
‘Wanneer je als gemeente met duizend burgers afspraken over groenonderhoud maakt, gaat het ook weleens mis. Doe daar niet moeilijk over, maar accepteer het. Ook als je daarvoor een geveltuin moet ontmantelen, en er weer trottoirtegels voor moet terugleggen.’  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Mirjam Jochemsen op
Wat bedoel je precies, Frank? De aanpak van de vergroening (geveltuintjes, boomspiegels), of de aanpak om burgers te betrekken? En wat voor modernere aanpak zie jij dan voor je?
Door Frank op
Wat een ouderwetse en achterhaalde aanpak