of 59345 LinkedIn

Waterschappen juichen extra investeringsruimte toe

Het CPB-advies aan het ministerie van Financiën om decentrale overheden meer ruimte te geven te investeren, zien de waterschappen als een erkenning ‘voor datgene waarvoor wij al heel lang pleiten.

De CPB-doorrekening die decentrale overheden meer ruimte geeft om te investeren, zien de waterschappen als een erkenning ‘voor datgene waarvoor wij al heel lang pleiten.’

Gemeenten en provincies

Binnenlands Bestuur berichtte gisteren op basis van een vertrouwelijke notitie van het Centraal Planbureau (CPB) aan de minister van Financiën dat gemeenten, provincies en waterschappen een ruimer EMU-tekort moet worden toegestaan. Dat EMU-saldo kan wat het CPB betreft in 2017 0,29 procent negatief zijn in plaats van nul. De consequentie is wel dat de centrale overheid die twee miljard euro door extra ombuigingen moet zien goed te maken. Het totale overheidstekort moet in 2017 immers nul zijn.

 

Stopzetten investeringen

Huub Hieltjes, die in het bestuur van de Unie van Waterschappen belast is met de portefeuille financiën, reageert in een eerste reactie opgetogen over het CPB-advies. ‘Wij pleiten er al geruime tijd voor dat het belangrijk is dat we als waterschappen ruimte houden om te investeren. Al die noodzakelijke en geplande investeringen stopzetten vanwege boekhoudkundige regels is onverstandig. Maar dat is wel wat dreigt, als wordt gerekend op basis van de kasboekhouding, zoals bij het rijk. Wij werken echter volgens het baten- en lastenstelsel, waarbij we de investeringen kunnen uitsmeren over een lange termijn.’

 

Lastenstijging

In een overleg met Liesbeth Spies en Frans Weekers, respectievelijk demissionair minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris van Financiën, hebben de waterschappen afgelopen maandag nog gewezen op de nadelige gevolgen van het wetsvoorstel Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof). ‘Wij hebben niet alleen grote investering op stapel staan in waterkeringen en zuiveringen, maar krijgen ook nog eens voor 200 miljoen euro per jaar aan rijkstaken gedecentraliseerd. Met name op het gebied van hoogwaterbescherming. Het daarvoor benodigde geld kunnen we onmogelijk uit lastenstijgingen bekostigen. Dat zou een lastenstijging van honderd procent betekenen’, aldus Hieltjes.

 

Overname rijkstaken

De investeringsruimte die het CPB voor decentrale overheden aanhoudt op basis van de investeringen in de afgelopen jaren – een EMU-tekort van 0,29 procent in 2017 – is volgens hem een aanzet in de goede richting. Hij houdt een slag om de arm, omdat het precieze aandeel van de waterschappen in dat tekort is nog niet becijferd. Hij maakt alvast één kanttekening. ‘Het CPB komt tot dat totaal voor de decentrale overheden door naar hun gepleegde investeringen te kijken in de voorbije jaren. Er zal echter ook vooruit gekeken moeten worden, omdat we door het overnemen van rijkstaken nog meer zullen moeten investeren.’

 

Decentrale overheden

De waterschappen hebben naar zijn zeggen voldoende aan een investeringsruimte van 0,07 procent: dat is de 400 miljoen euro aan geplande investeringen plus de investeringen in het kader van de decentralisaties.

Het CPB houdt in de nieuwe variant nadrukkelijk rekening met de investeringsbehoefte van decentrale overheden. In de andere drie varianten wordt uitgegaan van een voor gemeenten en provincies veel ongunstigere verdeling van het maximaal toegestane EMU-tekort. In die modellen was het toegestane tekortvoor decentrale overheden in 2017 teruggebracht tot nul – net als dat van het rijk overigens.

 

EMU-saldo

Het CPB stelt op basis van investeringsuitgaven van de voorbije vijf jaar, dat decentrale overheden veel meer investeren dan het rijk: liefst twee keer zo veel. Het aandeel van de centrale overheid in de periode 2007-2011 in de netto overheidsinvesteringen was één derde en dat van de lokale overheid twee derde. Met dat gegeven moet volgens het CPB rekening worden gehouden bij de verdeling van het EMU-saldo per overheidslaag. Om de continuïteit van de overheidsinvesteringen niet in gevaar te brengen, moeten de decentrale overheden dus een EMU-tekort mogen hebben: in plaats van 0 procent in 2017 een tekort van 0,29 procent van het bbp van circa 600 miljard euro. In absolute getallen uitgedrukt, komt die 0,29 procent overeen met 2 miljard euro.

 

IPO en VNG

De opvolger van financiënminister De Jager maakt een keuze uit de vier varianten waarin het pad van het EMU-saldo staat uitgestippeld. Dit gebeurt volgens het ministerie in overleg met de koepelorganisaties van de decentrale overheden, VNG, IPO en UvW.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.