of 59329 LinkedIn

Utrecht moet aanbesteding arbeidsmobiliteit aanpassen

Rechtbank Midden-Nederland heeft bepaald dat de gemeente Utrecht de aanbesteding ‘overname arbeidsmobiliteitscontracten’ voor inkoop van arbeidsmobiliteitsdiensten moet rectificeren en de opdracht moet aanpassen. Hierover was een kort geding aangespannen door arbeidsbemiddelaar Het Publieke Domein.

De gemeente Utrecht moet de aanbesteding ‘overname arbeidsmobiliteitscontracten’ voor inkoop van arbeidsmobiliteitsdiensten rectificeren en de opdracht aanpassen. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland bepaald in een kort geding dat door arbeidsbemiddelaar Het Publieke Domein (HPD) was aangespannen.

Omvang opdracht niet duidelijk
De rechter wijst er in zijn vonnis op dat de aanbestedende dienst inschrijvers voldoende helderheid moet geven over aard en omvang van de opdracht, zodat zij een verantwoorde inschrijving kunnen doen. HPD stelt volgens de rechter terecht dat er ook na aanpassing van enkele eisen nog steeds onvoldoende duidelijkheid is over de omvang van de opdracht. Uit de aanbestedingsstukken blijkt niet wat de situatie zal zijn als het UWV besluit geen uitkering te verstrekken aan de ambtenaar die door het arbeidsmobiliteitsbureau is overgenomen. De gemeente Utrecht laat dit in het midden, terwijl het voor betrokkenen van belang is dat hierover duidelijkheid bestaat wegens mogelijke aansprakelijkheid. ‘Maar ook vanuit de nieuwe verantwoordelijkheid van de inschrijver als beoogd (tijdelijk) werkgever van de voormalig werknemer van de gemeente.’

Inschrijvers kunnen WW-aanspraak niet garanderen
De gemeente Utrecht verlangt van inschrijvers dat kandidaten loonvormende arbeid verrichten, zodat hun aanspraak op een WW-uitkering blijft bestaan. Maar volgens de rechter kunnen de inschrijvers niet garanderen dat zij daar altijd aan kunnen voldoen. Medewerkers lopen een aanzienlijk risico, zowel financieel als in het begeleiden naar een baan na de overeengekomen periode. Als geen aanspraak bestaat op een uitkering zal het UWV die niet toekennen. ‘De gemeente Utrecht heeft aangegeven dat bij de inrichting van de aanbesteding voor haar het belang van de werknemer voorop stond, maar onduidelijk is hoe de onzekere en financieel mogelijk ongunstige positie waarin de medewerker mogelijk terecht komt in dat verband moet worden gezien.’

Onduidelijkheid over aansprakelijkheid
Ook voor de inschrijvers is onduidelijk in hoeverre zij aansprakelijk zullen zijn als het UWV bij een medewerker besluit dat deze geen aanspraak maakt op WW. Vooraf is lastig in te schatten hoeveel gevallen niet aan de vereisten zullen voldoen. Daarbij wijst de rechter erop dat HPD heeft gesteld dat contracten vaak van korte duur zijn en het met succes begeleiden naar een baan van een overtollige ambtenaar aanzienlijke inspanningen kost van zowel medewerker als bureau. De bureaus worden van tevoren bovendien niet geïnformeerd over de achtergrond van de kandidaten.

Aanzienlijk risico
Al met al wordt bij de inschrijvers een aanzienlijk risico neergelegd, is onduidelijk in hoeveel gevallen dat risico wordt verwezenlijkt en verlangt de gemeente een garantie die inschrijvers niet kunnen geven, omdat een derde partij (het UWV) beslissingsbevoegd is. De gemeente heeft onvoldoende aangetoond dat zij met deze constructie voldoet aan het proportionaliteitsbeginsel. HPD zou als inschrijver niet aansprakelijk zijn voor het mislopen van een WW-uitkering door oud-medewerkers van de gemeente Utrecht en er dus ook nooit financieel voor hoeven opdraaien, maar uit de aanbestedingsstukken valt dit niet op te maken. De aanbestedingsprocedure moet opnieuw worden ingericht.

Motivering laagste prijs niet toereikend
De rechter gaat ook in op een aantal andere argumenten van HPD waarom deze aanbesteding niet kan worden voortgezet, zoals dat het gunningscriterium ‘laagste prijs’ niet deugdelijk is gemotiveerd. Daar gaat de rechter in mee. Het ligt in de rede dat de gemeente Utrecht de opdracht zal gunnen op basis van de meest voordelige inschrijving, vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Maar het bestaan van een financiële prikkel voor snelle bemiddeling is geen garantie voor kwaliteit, stelt de rechter, en snelle succesvolle bemiddeling is ook niet noodzakelijkerwijs duurzaam. Inschrijvers moeten zich wel degelijk op meer punten kunnen onderscheiden dan alleen een laagste prijs. De rechter noemt de motivering van de gemeente Utrecht om uitsluitend op de laagste prijs te gunnen dus niet toereikend.

Fee in rekening brengen
Het argument van HPD dat de begeleidingskosten van maximaal 5000 euro te laag zijn voor een op maat gesneden begeleidingstraject houdt volgens de rechter geen stand. Het staat de gemeente vrij om een bedrag te bepalen voor een dienst. De gemeente vindt het bedrag ook laag, maar wees erop dat inschrijvers ook een fee in rekening kunnen brengen bij de gemeente die zij zelf mogen bepalen in hun offerte. De rechter geeft HPD wel gelijk op het argument dat de werkwijze om tot een nadere overeenkomst te komen niet transparant en objectief is. De gemeente laat het geheel aan de kandidaat over te kiezen voor een raamcontract met een inschrijver. Pas na het gesprek met de kandidaat is voor inschrijvers duidelijk of zij met hen in zee zullen gaan en hoe groot de opdracht is. Dit is volledig afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van de kandidaat.

Geen prijsbepaling op functieschaal
Tot slot is het onmogelijk voor inschrijvers een prijs te bepalen enkel op basis van een functieschaal. Omdat er nog ‘klick-gesprekken’ moeten plaatsvinden tussen de inschrijver en de kandidaat en de omvang van de opdracht pas daarna komt vast te staan, acht de rechter het aannemelijk dat voor een zinvolle prijsopgave gegevens nodig zijn die HPD noemt: functieprofiel, leeftijd en duur van het arbeidsmobiliteitstraject. De gemeente Utrecht moet de opdracht dus aanpassen op alle genoemde punten. Aangezien er geen inschrijvingen binnen waren, moet de gemeente de huidige aanbesteding rectificeren en de opdracht opnieuw inrichten.

Maatschappelijk debat
Het Publieke Domein is blij met de uitspraak. ‘De rechter heeft bepaald dat de risico's van dit soort constructies niet op medewerkers mogen worden afgewenteld. De opmars naar een maatschappelijk debat?’, reageert directeur Rennie Hooi. ‘We hopen dat de gemeente Utrecht onze aanbevelingen en die van de rechter meeneemt bij de rectificatie van de aanbesteding.’ De gemeente Utrecht zegt de uitspraak nog te bestuderen. ‘We verwachten in de loop van de maand met een verdere inhoudelijke reactie te komen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.