of 59295 LinkedIn

Toezichtswet holt lokale democratie uit

Douwe Jan Elzinga waarschuwt in een rapport voor te veel bemoeienis van het met de manier waarop gemeenten hun onderlinge samenwerking regelen.

Het rijk bemoeit zich te veel met de manier waarop gemeenten hun onderlinge samenwerking vorm geven. De verplichte samenwerkingsvorm in het wetsvoorstel Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)  staat haaks op de gedachte dat gemeenten zelf vrijwillig met andere gemeenten samenwerken en zelf kiezen voor een vorm. Dat stelt bestuurskundige Douwe Jan Elzinga in het rapport Omgevingsdiensten onder de bestuurlijk-juridische loep dat hij vandaag aan VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma overhandigde.

Zelf kiezen
Gemeenten hebben zelf gekozen voor een bepaalde vorm van samenwerking bij het inrichten van de RUD’s. Sommige gemeenten werken in een via de Wgr in een gemeenschappelijke regeling. Een fysieke dienst waar ambtenaren in dienst zijn. Maar er zijn ook gemeenten waarbij het RUD meer een netwerkvorm kent. In het wetsvoorstel dat staatssecretaris Mansveld (I en M) in februari naar de Tweede Kamer stuurde, wordt de samenwerkingsvorm van de RUD’s vastgelegd. Daarbij kiest het rijk voor de vorm van een gemeenschappelijke regeling. 


Dubbele sturingspositie
Elzinga waarschuwt ervoor dat door deze verplichting een ongewenste dubbele sturingspositie ontstaat.  Het Rijk kan dusdanige verplichtingen voor samenwerkingsvormen en de aansturing daarvan in een wet opnemen. Daardoor kan het te veel bepalen hoe lokaal beleid moet worden uitgevoerd. Daarmee beperkt het Rijk de mogelijkheden van het lokaal bestuur om beleid te sturen.

Sociaal domein
Elzinga wijst er bovendien op dat als in de VTH de samenwerkingsvorm vanuit het rijk wordt opgelegd, dit een precedent kan scheppen voor andere samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld bij de decentralisaties van jeugd, werk en zorg vanaf 2015. Ook hierbij willen gemeenten zelf kiezen voor een samenwerkingvorm. Nu kan dat nog, maar als gemeenten de RUD’s op een vaste manier vorm moeten geven, zou dat ook in het sociaal domein kunnen gebeuren. Saillant detail daarbij is dat Pieter-Jan van Zanten, directeur van de RUD IJsselland, onlangs in Binnenlands Bestuur nog pleitte voor de netwerkvorm waarin zijn RUD gegoten is, als de meest ideale vorm voor de decentralisaties zorg, werk en jeugd.
 
Controle heeft weinig zin 

Een vaste, verplichte samenwerkingsvorm zou grote gevolgen hebben voor de decentralisaties, aldus Elzinga. Als gemeenschappelijke regelingen verplicht zijn, zijn er naast lokale kaders ook kaders van het rijk. ´Controle door gemeenteraden heeft weinig zin als de besluiten elders worden genomen en deze besluitvorming plaatsvindt op beleids- en rechtsgronden die ook van elders komen’, aldus Elzinga.

Gevolgen toetsen
De hoogleraar vindt dat minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) een belangrijke rol moet spelen. Omdat regionale samenwerkingsverbanden geen officiële bestuurslaag zijn, zou hij moeten toetsen welke gevolgen wet- en regelgeving hebben. Ook zou hij vanuit een ‘vogelperspectief’ moeten voorkomen dat verschillende overheden zich met hetzelfde punt bemoeien of dat er onduidelijkheid ontstaat over welke bestuurslaag waar verantwoordelijk voor is.

Duidelijkheid
De VNG is blij met het rapport van Elzinga. ‘Het bevestigt wat wij al dachten’, aldus een woordvoerder. ‘Er moet heel goed gekeken worden naar wie waarvoor verantwoordelijk is. Waar gaan gemeenten over, waarover de provincies en waarover het rijk. Dat moet helder zijn. En uit dit soort rapporten blijkt dat het niet zo is.’ Ze wijst daarbij ook op de drie decentralisaties die op stapel staan. ‘Daarbij kiezen gemeenten ook verschillende samenwerkingsvormen maar als het rijk die in de wet VTH kan opleggen, kan dat straks bij de decentralisaties ook.’

Commissie Wolfsen
Op 20 mei zal de VNG het rapport aanbieden aan de leden van de Tweede Kamer en aan de commissie Infrastructuur en Milieu. Eerder pleitte de VNG al voor uitstel van de Kamerbehandeling totdat een commissie onder leiding van oud-burgemeester Aleid Wolfsen met een evaluatie van de RUD’s komt. Dat rapport wordt in juni verwacht.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Annemiek Tubbing (Adviseur kennismanagement) op
Het is niet te hopen dat hiermee de gehele discussie weer van voren af aan begint. We zijn van zo ver gekomen. Het is tijd om met de blik vooruit een succes te maken van de RUD's/Omgevingsdiensten. De energie moet gericht zijn op het optimaal benutten van de RUD's met tevreden opdrachtgevers en uiteraard een tevreden burger. Dat zou het antwoord van VNG (en IPO) moeten zijn op te veel (gevoelde) bemoeienis van de rijksoverheid.
Door robert (ambtenaar) op
Interessant artikel, goed rapport. Mag best door mij en anderen gezegd worden. Ben benieuwd wat de reactie zal zijn van het Rijk na de aanbieding van het rapport. Pseudo-deconcentratie en inderdaad doet dat mij de decentralisatie bij de 3 D's het ergste vrezen. Plichten en lasten bij de gemeenten, bij wet in formele zin verordonneerd! En vervolgens krijgen ze dan nog te maken met allerlei aanvullende wensen van uit het Rijk bij wetten in materiële zin én, niet te vergeten een grote hoeveelheid 'beleidsvragen', controle-vragen, in het kader van het nieuwe toezicht (WRGPT) En dat zal dan ook door het Rijk plaatsvinden. Pseudo-deconcentratie dus.