of 61441 LinkedIn

Samenwerkingsverbanden lopen financieel risico

Het gros van de samenwerkingsverbanden waaraan provincies deelnemen, is financieel onverantwoord bezig. Het ministerie van Binnenlandse Zaken dwingt ze orde op zaken te stellen.

Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat van de 42 gemeenschappelijke regelingen waarover het ministerie het financiële toezicht voert, er maar twee volgens de regels handelen. De rest moet hun verordeningen en statuten aanpassen. Het gaat om samenwerkingsverbanden waaraan op zijn minst één provincie deelneemt. In hoofdzaak betreft het natuur- en recreatieschappen, vervoermaatschappijen en regionale bedrijventerreinen.

 

Pierre Heijnen, Tweede Kamerlid voor de PvdA, drong vorig jaar op zo’n onderzoek aan. Hij deed dat in de nasleep van de Icesave-drama en het omvallen van de DSB-bank. Overheden, waaronder ook gemeenschappelijke regelingen, bleken financieel risico te lopen door hun uitzetting bij die banken. Zo bleek de voormalige Bestuursacademie Noord-Nederland, waaraan drie provincies en 68 gemeenten deelnemen, 100.000 euro bij de DSB uit te hebben staan.

 

Streng

 

Na de Icesave-affaire werden de ratingeisen aan financiële producten in 2009 aangescherpt, alsook de eisen aan de inzet van meerdere rating agencies, zoals bijvoorbeeld Standard & Poor’s en Fitch. De meest voorkomende fout bij de 42 onderzochte gemeenschappelijke regelingen is dat ze die strengere richtlijnen nog steeds niet hebben nageleefd. Ook kon bij enkele gemeenschappelijke regelingen niet worden bepaald of de financiële verordening dan wel het treasurystatuut zoals vereist door het algemeen bestuur zijn vastgesteld. Bij twee gemeenschappelijke regelingen blijkt bovendien nog steeds de mogelijkheid te bestaan tot het verstrekken van hypothecaire leningen aan medewerkers. Wettelijk is dat al een aantal jaren niet meer toegestaan.

 

Eisen

 

Twee gemeenschappelijke regelingen – Groningen Seaports en Samenwerkingverband Noord-Nederland – hoeven geen aanpassing van de financiële verordening dan wel het treasurystatuut te doen. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken heeft de overige gemeenschappelijke regelingen verzocht dat voor het einde van het jaar wel te doen. Het gaat daarbij in veel gevallen om aanpassingen aan de verscherpte eisen van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Werk aan de winkel is er onder andere voor de Afvalverwijdering Utrecht, Collectief Vervoer Brabant Noord-Oost, DCMR Milieudienst Rijnmond, Grondbank RZG Zuidplas, Havenschap Moerdijk, Natuur- en Recreatieschap Nationaal Park de Biesbosch, Regionaal bedrijventerrein Twente, en de Regionale ontwikkelingsorganisatie Zuidplas.

 

Heijnen is blij met de daadkracht die Binnenlandse Zaken toont. ‘Die gemeenschappelijke regelingen bleken op financieel gebied een black box te zijn. Daar wordt nu een einde aan gemaakt’, zegt hij. Bovendien is met de provinciale financiële toezichthouders de afspraak gemaakt dat ook de provincies de gemeenschappelijke regelingen die onder hun toezicht vallen, zullen attenderen op de noodzaak van eventuele aanpassing van de financiële verordeningen of het treasurystatuut. Dit eveneens als gevolg van de wijziging in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.

 

Controle

 

Volgens de staatssecretaris is iedere medeoverheid zelf verantwoordelijk voor zijn eigen treasurybeleid en het naleven van de wettelijke voorschriften op financieel gebied volgens het stelsel van horizontale verantwoording en controle. Onderdeel daarvan vormt de jaarrekening controle door een onafhankelijke accountant. Sinds 2004 gaat de accountant in zijn verklaring bij de jaarrekening ook in op de recht matige totstandkoming van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook op de rechtmatige totstandkoming van de balansmutaties. In het geval van een gemeenschappelijke regeling legt het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur. ‘Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regelingen is primair verantwoordelijk om aan de hand van de desbetreffende accountantsverklaring te oordelen over de financiële rechtmatigheid, en daaraan zo nodig consequenties te verbinden’, benadrukt de staatssecretaris.

 

De toezichthouder beoordeelt de opzet van de verplicht in te zenden financiële verordening, controleverordening en het treasurystatuut van de gemeenschappelijke regeling. De toezichthouder zal doorgaans – afhankelijk van de (mogelijke) financiële consequenties en ernst van de knelpunten – alleen besluiten tot het instellen van onderzoek als het dagelijks of algemeen bestuur niet adequaat reageert op aanbevelingen en bevindingen van de accountant en eventueel de Rekenkamer.
Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Menting (Directeur ) op
Wij gaan alle provincies helpen bij de quick scan.

En dat eveneens precies de reden waarom wij de Bestuurlijke Risicobeheersing voor gemeenten hebben opgezet.
Kernvraag daarbij is: welke projecten, samenwerkingsverbanden lopen er allemaal binnen een gemeente en welke risico's loop ik als bestuurder t.a.v. projecten, samenwerkingsverbanden.
Hiermee worden alle NIEUW toetredende raadsleden en wethouders komende maanden toegerust.