of 59082 LinkedIn

Rapport: Asbeststelsel moet op de schop

Het huidige stelsel van het inschatten van risico’s van asbest, en de effectieve verwijdering ervan, werkt niet. Dat concludeert de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Volgens bestuurskundige en decaan van de NSOB Paul Frissen moet het stelsel fundamenteel veranderen.

Het huidige stelsel van het inschatten van risico’s van asbest, en de effectieve verwijdering ervan, werkt niet. Dat concludeert de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Volgens bestuurskundige en decaan van de NSOB Paul Frissen moet het stelsel fundamenteel veranderen.

Zorg

Asbestsanering is voor veel overheden en gebouweigenaren nog steeds een punt van grote zorg: in de woning- en utiliteitsbouw werd het materiaal van de naoorlogse jaren tot in de jaren tachtig veelvuldig toegepast. De verwijdering ervan is kostbaar: in de meeste gevallen moet een professioneel bedrijf het verwijderen, en zijn de kosten soms enorm.

Maar er bestaat ook veel discussie over de noodzaak van de zware veiligheidsmaatregelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het verwijderen van asbestdaken. Veel gebouweigenaren trekken de noodzakelijkheid van een professionele verwijdering met de hoogste veiligheidsmaatregelen, zoals witte pakken, in twijfel. Het wetsvoorstel om eigenaren van asbestdaken te dwingen ze te verwijderen, werd dit jaar door de Eerste Kamer afgewezen. Het zou gebouw- en woningeigenaren dwingen onnodig hoge kosten te maken.

 

Stelsel

Bovendien is er kritiek op de werking van het stelsel dat in het leven is geroepen om de veiligheid en de benodigde maatregelen voor verwijdering te beoordelen en om bedrijven te certificeren. Er zou een overmaat aan regels zijn, en tegelijkertijd te weinig controle van asbestverwijderingsbedrijven, waardoor er een groep ‘cowboys’ actief is die het niet zo nauw neemt met de regels.

De asbestketen is zelfregulerend: opdrachtgevers, die een asbestprobleem hebben, en asbestverwijderaars zitten samen in Ascert, de organisatie die de eisen opstelt voor de certificering van asbestwerk. ‘Een uitzonderlijk stelsel,’ concluderen de opstellers van het rapport, dat ze schreven op verzoek van woningcorporatiekoepel Aedes. ‘waar bij andere gevaarlijke stoffen bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het opstellen van zorgvuldige werkwijzen en plannen van aanpak, wordt in het asbestveld gewerkt volgens de eisen die zijn vastgelegd in certificatieschema’s door een private beheersstichting met publiekrechtelijke bevoegdheden, daartoe bevoegd op basis van een convenant met het ministerie van SZW.’

 

Tegengesteld

Volgens Frissen werd de inrichting van het stelsel sterk beïnvloed door de heersende politieke opvatting van der begin jaren negentig: een zelfregulerende markt met een overheid die op afstand opereert. ‘Maar de deelnemende partijen hebben allemaal een eigen, vaak tegengesteld belang. Een scherpe veiligheidseis leidt tot hogere kosten voor de opdrachtgever, maar andere hebben juist een economische belang bij strenge eisen. De vraag is: wie definieert het publieke belang hierin?’

De zelfregulering in de asbestketen is mislukt, stelt Frissen. ‘Het is een gepolariseerd veld geworden van botsende belangen, waarin niet naar elkaar geluisterd wordt, en het wantrouwen diep zit. Naar onze beoordeling is dit ook niet meer te herstellen. De normering en risicobepaling moet niet door belanghebbenden worden gedaan, maar door een onafhankelijke partij die vaststelt hoe men moet beoordelen en wie dat moet doen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.