of 63998 LinkedIn

Raadslid Roos in cassatie na nieuwe veroordeling

Het gerechtshof in Amsterdam heeft het Bloemendaalse raadslid Marielys Roos dinsdag veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur met een proeftijd van één jaar voor het schenden van het ambtsgeheim. Door het openbaar maken van geheime stukken heeft zij het vertrouwen van het college van B&W in de leden van de gemeenteraad ernstig beschadigd, aldus de rechter. Roos is het er niet mee eens en gaat in cassatie.

Het gerechtshof in Amsterdam heeft het Bloemendaalse raadslid Marielys Roos dinsdag veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur met een proeftijd van één jaar voor het schenden van het ambtsgeheim. Door het openbaar maken van geheime stukken heeft zij het vertrouwen van het college van B&W in de leden van de gemeenteraad ernstig beschadigd, aldus de rechter. Roos is het er niet mee eens en gaat in cassatie.

Vertrouwen college ‘ernstig beschadigd’
‘Gelet op het tijdsverloop’ matigt het gerechtshof hiermee de voorwaardelijke straf die de rechtbank haar eerder had opgelegd, en het Openbaar Ministerie opnieuw had gevraagd, met 20 uur en één jaar proeftijd. Alles afwegend acht het hof de straf ‘passend en geboden’. Roos heeft als gemeenteraadslid van de gemeente Bloemendaal stukken die haar onder geheimhouding waren verstrekt opzettelijk openbaar gemaakt op een (pers)bijeenkomst die door haarzelf was georganiseerd, constateert de rechter. Daarna heeft zij de stukken op de website van haar partij (Hart voor Bloemendaal) geplaatst. Door deze stukken openbaar te maken heeft zij het vertrouwen van het college in de leden van de gemeenteraad ‘ernstig beschadigd’.

Geen legale weg
Roos openbaarde de stukken, omdat zij het niet eens was met het optreden van de gemeente richting de eigenaren van Elswoutshoek. Het hof wil beste aannemen dat Roos ervan overtuigd was dat zij met haar handelen een belangrijk doel diende en dat dit ook de reden van haar handelen was. Maar: de verdachte heeft door openbaarmaking van geheime stukken niet de legale weg gekozen om haar ongenoegen kenbaar te maken en haar doel te bereiken. ‘Voor de effectiviteit en de geloofwaardigheid van verbodsbepalingen, zoals het verbod op openbaar maken van geheime stukken, is essentieel dat overtreding van deze verbodsbepaling niet vrijblijvend is en dat daaraan gevolgen worden verbonden. Dat dient ook in deze zaak te geschieden.’

Geen ‘direct recovery’ mogelijk
Het gerechtshof verwerpt de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, zoals de verdediging dat opwierp. ‘De verdediging heeft afdoende reële en effectieve mogelijkheden heeft gehad om haar verweren tegen de verdenking in te brengen en te onderbouwen.’ Het niet uitvoeren van een ‘digital recovery’ van de mailbox van oud-burgemeester Ruud Nederveen door het OM ziet het hof niet als het onthouden van informatie aan de verdediging, aangezien de mailbox volgens de gemeente Bloemendaal al in januari 2015 was gewist en er volgens hen geen back-up (meer) bestaat. Het hof twijfelt niet aan de juistheid van die mededelingen.

Geen politieke redenen
Ook acht het hof niet aannemelijk dat er ‘intensief contact’ was tussen de gemeente en het OM, noch dat er ‘politieke redenen’ aan haar vervolging ten grondslag hebben gelegen. En wat betreft het gelijkheidsbeginsel stelt het hof dat slechts aan twee personen, waaronder Roos, geheimhouding is opgelegd en één daarvan (Roos) het verwijt wordt gemaakt die te hebben geschonden. Er is dus geen reden om het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Verder stelt het hof dat het zich in de zaak dient te beperken tot een onderzoek van de vraag of de aan de verdachte opgelegde geheimhoudingsplicht formeel in overeenstemming is met de wettelijke regeling waarop deze plicht is gebaseerd. ‘Ter beoordeling ligt dus niet voor of het college (…) terecht geheimhouding heeft opgelegd (…).’

Rechtsgeldig besluit
Nochtans stelt het hof vast dat de brief met de geheime stukken die op 4 november 2014 door het college naar Roos is gestuurd een rechtsgeldig besluit is. Het is een schriftelijke beslissing, die door de waarnemend secretaris en locoburgemeester is ondertekend, genomen door een bestuursorgaan (het college, op 4 november 2014) en houdt een publiekrechtelijke rechtshandeling in: het opleggen van geheimhouding op de verstrekte stukken. Dat aan dit besluit verschillende collegevoorstellen ten grondslag hebben gelegen, waarvan er één op de dag na het besluit zou zijn gedateerd, maakt het voorgaande volgens het hof niet anders. ‘Een collegevoorstel is immers slechts een werkdocument voor intern beraad ter voorbereiding op door het college van burgemeester en wethouders te nemen beslissing.’

Geen bekrachtiging nodig
Het enkele gegeven dat de besluitenlijst (de niet-openbare notulen) niet is ondertekend, doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de beslissing, aldus het gerechtshof. Daarbij neemt het in aanmerking dat het destijds geldende reglement van orde van de gemeente Bloemendaal deze eis niet stelt. Het hof vindt ook dat geen bekrachtiging nodig was van het besluit tot oplegging van de geheimhouding door de gemeenteraad, omdat de stukken op eigen verzoek onder geheimhouding aan Roos (en één ander raadslid) zijn verstrekt. De bekrachtigingsprocedure van artikel 25, derde lid, Gemeentewet, waaraan de verdediging refereert, is daarom niet aan de orde. ‘Nu de geheimhouding niet door het college voor het einde van de tenlastegelegde periode was opgeheven, was het aan de verdachte gerichte besluit van 4 november 2014 in die periode onverminderd van kracht.’

Geen intentie
Ook het feit dat toenmalig wethouder Marjolein de Rooij (GL) haar interne dossier ter inzage heeft gelegd voor enkele raadsleden in september 2014, maakt nog niet dat dit dossier openbaar is, vindt het hof. In het dossier zaten ook e-mails van gemeenteambtenaren, waarin zij hun ervaringen deelden over de communicatie met de eigenaren van Elswoutshoek. ‘Juist ook uit het feit dat het college daarna tot geheimhouding heeft besloten, blijkt dat het college niet de intentie heeft gehad dit interne dossier openbaar te maken.’ Het hof vindt het niet aannemelijk dat buitenstaanders het interne dossier hebben kunnen inzien. Een verslaggever van het Haarlems Dagblad heeft onder ede verklaard dat zij enkel een A4’tje met enkele passages van het mailverkeer heeft gezien.

Overzicht
Tot slot wijst het gerechtshof er nog op dat Roos in hoger beroep een overzicht heeft ingebracht met een weergave van alle stukken waarop geheimhouding is opgelegd, waarbij zij meldt welke stukken al bekend zouden zijn geweest bij de raad. Zelfs met dat uitgangspunt voor beoordeling geldt volgens het hof dat Roos vier van de stukken waarop de plicht tot geheimhouding rustte, nog niet eerder had ontvangen, zodat moet worden aangenomen dat deze niet bekend waren bij de raad, terwijl verder voor de meeste van die stukken geldt dat zij deze direct van de eigenaren van Elswoutshoek heeft ontvangen en dus niet via gemeentelijke weg. Ten aanzien van deze stukken zou Roos, ‘ook indien haar eigen stellingen worden gevolgd’, de geheimhoudingsplicht hebben geschonden.

Willens en wetens
Volgens het hof wist Roos dat de stukken van het intern dossier geheim waren en dat zij verplicht was dat geheim te bewaren. Zij had toen een bestuursrechtelijke procedure tegen het (vermeende) collegebesluit kunnen starten, maar in plaats daarvan heeft zij, ‘onwrikbaar gelovend in haar gelijk’, op eerdergenoemde manier de stukken openbaar gemaakt. ‘Dit kan niet anders worden aangemerkt dan als willens en wetens handelen, zodat bewezen is dat de verdachte de aan haar opgelegde geheimhoudingsplicht opzettelijk heeft geschonden.’

Onbegrijpelijk
In een eerste reactie noemt Roos de uitspraak ‘jammer en teleurstellend’. Ze heeft besloten om in cassatie te gaan. ‘We hebben het idee dat het hof het, zelfs na vijf jaar, niet goed begrepen heeft.’ Ze wijst erop dat er zeven rechtszaken aan dit proces ten grondslag lagen. ‘Een van de te beantwoorden vraagstukken is dat de geheimhouding door de raad moest worden bekrachtigd. Daar geeft het hof nu een draai aan door de brief te beschouwen als een besluit.’ Roos vindt dat er een ‘rechtsgeldig collegebesluit’ moest zijn. ‘Dat wordt hier nu op een knullige manier weggepoetst.’ Als dat besluit al rechtsgeldig zou zijn, dan moet het alsnog worden bekrachtigd, vindt Roos. ‘Zij zeggen dan dat maar twee raadsleden geheimhouding is opgelegd. ‘Maar het gaat om de inhoud. Je kunt dan niet aan twee raadsleden geheimhouding opleggen. Dat zeiden hoogleraren Elzinga en Munneke ook: het had zeker door raad moeten worden bekrachtigd. De brief is alleen een bevestiging als je tenminste een besluit hebt genomen. Dat ze het nu nog niet hebben begrepen, vind ik onbegrijpelijk.’

Principe blijft leidend
Roos kreeg ook het advies van de VNG dat de raad de geheimhouding moest bekrachtigen, maar daar vond het hof de vraagstelling niet goed genoeg. ‘Maar wij hebben het voorgelegd en zei zeggen: bekrachtigen. En dan wijzen ze er ook nog eens op dat ik jurist ben en het dan dus juist beter zou moeten weten.’ Dit vonnis is echt niet goed, aldus Roos. ‘Geheimhouding moet zorgvuldig worden opgelegd. Het gaat hier wel om volksvertegenwoordigers. Je mag er dan met niemand over spreken, dat is een ernstige inperking van de democratie.’ Als het nu ook via een brief kan, dan wordt het wel heel gemakkelijk om geheimhouding op leggen, vindt ze. En daarom gaat ze door. ‘Het principe blijft voor mij leidend. Dit is nadelig voor alle raadsleden in Nederland, vooral voor de kritische raadsleden waar het bestuur vanaf wil. Zij kunnen via het processtrafrecht korte metten met je maken. Maar er moet geen angst zijn onder raadsleden. Je moet dit ambt kunnen uitvoeren zonder bang te zijn voor een brief. Ik blijf vol goede moed. Ik geloof er heilig in.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
@Rood Hesje. Zeer benieuwd hoe de cassatie uitpakt. Feitelijk draait het hier om de vraag of voor deze stukken terecht een geheimhoudingsplicht is opgelegd. Een college van B@W moet daar m.i. goede argumenten voor hebben.
Door Rood Hesje (werkt thuis) op
@Spijker: het Hof heeft daar juist aandacht aan besteedt in de overweging dat het heir gat onm de strafbaarheid van de schedning van de geheimhoudingsplicht en omdat het Hof als strafrechter niet bevoegd is om te toetsen of die geheimhoudingsplicht terecht is opgelegd. Dat is lijkt me een volstrekt correcte beoordeling.
Door Spijker (n.v.t.) op
Formeel getoetst aan de wet misschien juist, maar in deze situatie zouden ook andere maatstaven mee kunnen/ moeten tellen (bijv. algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaraan ook bestuursorganen zijn gebonden). Als Overheid moet je niet alles 'te kust en te keur' geheim kunnen verklaren.