of 59147 LinkedIn

Opmars lokale partijen zet door

De lokale partijen hebben het opnieuw beter gedaan dan in 2014. 33 procent van de kiezers stemde gisteren op een lokale partij, vier jaar geleden was dat 28 procent.

De lokale partijen hebben het opnieuw beter gedaan dan in 2014. Lokale verkiezingen zijn lokaler geworden, zegt de een. Er is nog steeds sprake van nationalisering van de lokale verkiezingen, zegt de ander. Over de voors en tegens van vergaande versplintering zijn de meningen verdeeld.

Lokale thema’s

33 procent van de kiezers stemde gisteren op een lokale partij, vier jaar geleden was dat 28 procent. In heel veel gemeenten, zoals in Den Haag en Rotterdam, zijn lokale partijen als grote winnaar uit de bus gekomen. ‘Lokale verkiezingen zijn lokaler geworden. Kiezers bepalen steeds vaker hun keuze op basis van lokale thema’s. In het verleden was het nog wel zo dat gedacht werd dat mensen lokaal stemden om zich af te zetten tegen een landelijke partij, maar daar kan je nu niet meer van spreken. Dat is een goede zaak. Bij de raadverkiezingen gaat het echt om lokale kwesties en niet over bijvoorbeeld de dividendbelasting’, stelt politicoloog Hans Vollaard (Universiteit Utrecht) in een eerste reactie op de verkiezingsuitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen.

 

Nationalisering

Hoogleraar bestuurskunde Frank Hendriks (Universiteit van Tilburg) spreekt nog steeds van nationalisering van de lokale politiek. Een deel van de uitkomst van raadsverkiezingen wordt voor een belangrijk deel nog altijd bepaald door wat er op nationaal niveau gebeurt, stelt hij. ‘GroenLinks heeft flink gewonnen en D66 heeft flinke tikken gekregen. Regeringsdeelname, het afschaffen van het raadgevend referendum en de steun van D66 voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) heeft de partij geen goed gedaan’, aldus Hendriks. De populariteit van GroenLinks-Leider Jesse Klaver hebben de lokale GroenLinks-fracties geen windeieren gelegd, al heeft de partij het, zoals in Utrecht, op eigen kracht gered. ‘Zij besturen daar al een tijd en doen dat goed.’

 

Op één hoop

De winst van lokale partijen lag in de lijn der verwachting, aldus Hendriks. ‘Het is een mooie score, maar ook een zeer brede kerk. We hebben het over hele verschillende partijen en partijtjes die nu op een hoop worden geveegd.’

 

Signaal

De opkomst lag met 55 procent een procentje hoger dan vier jaar geleden. ‘De kiezer heeft gesproken, nu moeten raadsleden zien te achterhalen wat burgers willen. Want 45 procent van de kiezers is niet komen opdagen. Burgers hebben andere voorkeuren dan kiezers, welk signaal hebben burgers hiermee willen afgeven?’, vraagt Vollaard zich af. ‘Het is belangrijk dat partijen zich blijven verdiepen in de vraag wat burgers willen. Mensen kiezen raadsleden, maar willen geen partijsoldaten. Wel mensen die als procesbewaker voor en met de burgers opereren, met hen overleggen.’

 

Hogere opkomst verwacht

‘De vrees dat de opkomst lager zou zijn dan vier jaar geleden is niet uitgekomen. We blijven boven die 50 procent zitten’, aldus Hendriks. ‘Maar gezien de tijd, de energie en het geld dat gemeenten in opkomstbevorderende maatregelen hebben gestoken, had je een wat hogere opkomst mogen verwachten.’

 

Hyper-differentiatie

De trend van versplintering lijkt zich, zoals nu is te overzien, verder door te zetten. Bestuurskundige Martin Schulz (NSOB) wil niet van fragmentatie spreken: ‘Het systeem is niet stuk, maar eerder hyper-gedifferentieerd.’ En daar is niets mis mee, stelt hij. ‘Dit is wat de kiezer wil.’ Volgens hem moet je niet meer denken in termen van democratie is de helft plus een.

 

Legitimiteit

‘Bij versplintering denken we vaak alleen dat het ingewikkeld is in termen van effectiviteit van het bestuur. Maar het gaat ook om legitimiteit en representativiteit. Je moet in het bestuur recht doen aan die hoeveelheid partijen’, stelt Schulz. ‘Met deze hyper-differentiatie moet je zoeken naar nieuwe vormen van bestuur. Kies je voor een gesloten of een open akkoord of ga je een brede coalitie vormen. Een raad met meer partijen biedt ruimte voor een opener akkoord, of voor raadsbrede akkoorden.’ Hij verwacht dat er bredere en grotere coalities zullen ontstaan. Ook open vormen van coalitievorming, zonder ijzeren coalitiediscipline, behoren tot de mogelijkheden. ‘Ik ben heel benieuwd hoe in gemeenten met veel partijen in de raad en een gelijkmatige zetelverdeling een bestuur tot stand gaat komen. Het is de kunst de politiek anders vorm te geven, waarbij je de effectiviteit in het oog houdt zonder de representativiteit uit het oog te verliezen.’

 

Vuist is moeilijker

‘Versplintering is een probleem omdat het als raad moeilijker wordt om een vuist te maken tegen het college. Voor de controlefunctie van de raad is het problematisch’, vindt Vollaard. ‘Met kleine fracties is het ook lastig om je grote dossiers eigen te maken, neem de jeugdzorg, of de begeleiding naar werk.’ Daar zijn echter wel oplossingen voor te bedenken, tekent hij daar meteen bij aan. ‘Groepjes raadsleden kunnen zich toeleggen op bijvoorbeeld de jeugdzorg, of je wijst een rapporteur aan die bepaalde beleidskwesties voor de raad volgt. Je stijgt dan uit boven de partijpolitiek.’

 

Verhoudingen

In een versnipperd politiek landschap is het wel zaak om te investeren in goede verhoudingen, voegt Vollaard daaraan toe. ‘Dat is belangrijk voor de raad als geheel, maar ook binnen partijen, om afsplitsingen binnen partijen te voorkomen. Coalities met meerdere partijen hebben een iets grotere kans om uiteen te vallen.’ Wethouders moeten eveneens investeren in de verhoudingen, ook in de verhoudingen met hun fracties. ‘Van burgemeesters vraagt het om nog meer stuurmanskunst om de verhoudingen goed te houden. In dagjes hei voor de raad als geheel - hoe ga je als raad met elkaar om - en als het college moet flink worden geïnvesteerd.’

 

Ingewikkeld

‘Verscheidenheid is een goed ding. Maar het kan ook te veel van het goede worden. Dat beeld doemt nu op’, vindt Hendriks. ‘Coalitievorming wordt ingewikkeld. Het hebben van een goed raadsdebat wordt moeilijker, evenals het voeren van een goede oppositie.’ Voorstander van een kiesdrempel is hij niet, maar vrijwillige clustering van partijen zou niet misstaan.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door loekoek (vm.jur.medewerker gsd) op
Bij de raadverkiezingen gaat het echt om lokale kwesties en niet over bijvoorbeeld de dividendbelasting’, stelt politicoloog Hans Vollaard (Universiteit Utrecht) in een eerste reactie op de verkiezingsuitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen.Einde quote.

Hoe kom je er op; alsof kiezers zo ontstellend dom zijn dat zelfs wekenlange indoctrinatie niet mochten helpen.

Voorts.‘De kiezer heeft gesproken, nu moeten raadsleden zien te achterhalen wat burgers willen. Want 45 procent van de kiezers is niet komen opdagen. Burgers hebben andere voorkeuren dan kiezers, welk signaal hebben burgers hiermee willen afgeven?’, vraagt Vollaard zich af. Einde quote

Dus de burgers die hun stem uitbrengen heten voortaan kiezers en die 45% die niet kwam opdagen, heet (helaas)geen kiezer maar nog steeds burger.

Wat een niet gerechtvaardigd onderscheid wordt hier gemaakt.
Net zoiets als Rutte MP noemen als hij gaat stemmen. Hij is gewoon de burger Mark Rutte die gaat stemmen meer niet.

Als iemand weg blijft heeft hij/zij daar een reden voor en neemt dus op de koop toe dat er beleid wordt gemaakt/uitgevoerd waar hij/zij wellicht niet op heeft gewacht. Maar dat geldt natuurlijk ook voor de kiezers. Die stemmen op een persoon/partij en merken dat er geen bal terecht komt van het programma van die persoon/partij omdat door het noodzakelijk compromis een slap bakkie leut is ontstaan.

Vollaard moet minder fantaseren en geen nieuwe feiten maken.