of 63000 LinkedIn

Onderbouwing kabinetsbeleid veelal ondermaats

De onderbouwing van nieuw kabinetsbeleid is vaak onvoldoende waardoor achteraf niet kan worden vastgesteld of het beleid het gewenste effect heeft. En of gemeenschapsgeld doelmatig is besteed. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer na onderzoek.

Te vaak is nog onduidelijk wat het kabinet met nieuwe maatregelen en wetgeving beoogt. De onderbouwing van nieuw beleid is veelal onvoldoende waardoor achteraf niet kan worden vastgesteld of het beleid het gewenste effect heeft. En daarmee of gemeenschapsgeld doelmatig is besteed. Bij eenmaal vastgesteld beleid wordt nauwelijks gekeken of het wel werkt en of het niet moet worden aangepast of afgeschaft.

Concreet doel ontbreekt

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in zijn woensdagmiddag verschenen onderzoeksrapport ‘Operatie inzicht in kwaliteit.’ ‘Informatie over wat het concrete doel is, wanneer dat doel wordt bereikt en hoeveel geld daarvoor wordt ingezet, ontbreekt in veel gevallen’, licht Ewout Irrgang, collegelid van de Algemene Rekenkamer, toe. Het nieuwe kabinet moet zijn beleidsvoornemens beter onderbouwen en de Tweede Kamer moet er bovenop blijven zitten dat dit ook gebeurt. Inzicht in doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid moet vanzelfsprekend worden.

 

Nieuw kabinet

De Algemene Rekenkamer komt juist nu met de onderzoeksresultaten zodat een nieuw kabinet met de constateringen en aanbevelingen aan de slag kan, aldus Irrgang. ‘Een nieuw kabinet gaat nieuwe prioriteiten stellen. Het is dan belangrijk om vooraf goed na te denken wat je wilt bereiken, hoe je dat wilt doen en om te leren van de afgelopen kabinetsperiode.’

 

Operatie niet geslaagd

In het vorige regeerakkoord (kabinet Rutte III) is afgesproken dat bewindslieden meer inzicht moeten geven in de doelmatigheid, doeltreffend­heid en maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid. Als uitwerking daarvan is door minister Hoekstra van Financiën Operatie Inzicht in Kwaliteit gestart. Doel van de operatie is meer inzicht te krijgen in de impact van beleid en daarnaar te handelen, opdat de maatschappelijke toege­voegde waarde van publiek geld wordt vergroot. De Algemene Rekenkamer heeft twee delen van die operatie onder de loep genomen. ‘We hebben tussen 12 juni en 18 november 2020 alle 26 onderbouwingen van nieuw beleid bekeken. Daarnaast hebben we gekeken of departementen eenmaal ingezet beleid evalueren en wat ze met de uitkomsten daarvan doen.’ Conclusie: operatie niet geslaagd.

 

Beoordeling onmogelijk

Bij elk wetsvoorstel of maatregel moet tegenwoordig een bijlage zitten waarin de bewindslieden aangeven wat de doelen van hun beleid zijn, welke instrumenten ze inzetten om dat doel te bereiken en welk financieel belang daarmee is gemoeid. Van de 26 onderzochte bijlagen worden er 16 door de Algemene Rekenkamer als onvoldoende beoordeeld. ‘De onderbouwing is veelal onvoldoende. Hier is nog veel winst te boeken’, aldus Irrgang. Wat de Algemene Rekenkamer betreft, is dat niet vrijblijvend. ‘Het is voor zowel de Tweede Kamer als de minister belangrijk om beleidsdoelen te concretiseren. Als je vooraf niet aangeeft wat je wilt bereiken, hoe je dat gaat doen en hoeveel geld daarmee is gemoeid, kun je achteraf niet beoordelen of het beleid werkt en of gemeenschapsgeld doelmatig en doeltreffend is besteed.’


Draagvlak

De controlerende functie van de Tweede Kamer wordt daardoor niet alleen bemoeilijkt, maar ook wordt het voor een minister of staatssecretaris lastig om te bepalen of het ingezette beleid wel werkt zoals bedacht en bedoeld en of het niet moet heroverwogen of aangepast. ‘Inzicht in de werking van beleid maakt goede publieke verantwoording mogelijk, draagt daarmee bij aan het maatschappelijk draagvlak voor dat beleid en vergroot het vermogen tot aanpassing aan veranderende maatschappe­lijke omstandigheden’, benadrukt de Algemene Rekenkamer in zijn onderzoeksrapport.

 

Bestaand beleid ongemoeid

Zorgelijk vindt de Algemene Rekenkamer dat bestaand beleid nauwelijks ter discussie wordt gesteld. ‘Vragen of de oplossing nog bij het probleem past en of het probleem nog wel bestaat, worden nauwelijks gesteld’, verduidelijkt Irrgang. ‘Er wordt vrijwel nooit de afweging gemaakt of het beleid zelf nog wel wenselijk is. Dat moet echt veel beter.’ Ook wordt nauwelijks gekeken of een eenmaal ingezet instrument wel het juiste instrument is om een bepaald doel te bereiken. Als voorbeeld noemt Irrgang de fiscale regeling om elektrisch rijden te stimuleren, dat tot CO2-reductie moest leiden. ‘Die fiscale subsidie is een heel duur instrument. De fundamentele vraag of fiscale subsidie wel het goed instrument was om tot CO2-reductie te komen, is nooit gesteld.’  Op de vraag waarom departementen zichzelf die vragen niet stellen, moet Irrgang het antwoord schuldig blijven. ‘Departementen moeten in ieder geval leren zich die vraag wel te durven stellen.’

 

Herziening nodig

Een van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer aan de minister van Financiën is dat in alle evaluaties en beleidsdoorlichtingen expliciet de vraag moet worden gesteld of fundamentele herziening van beleid nodig is, dan wel of beleid beter beëindigd kan worden. Ook moet de minister borgen dat nieuw beleid en maatregelen goed worden onderbouwd. De Kamer wordt geadviseerd de onderbouwing en verantwoording van beleid te bespreken en te controleren. Dat geldt ook voor evaluaties en beleidsdoorlichtingen. Als beleid moet worden bijgesteld, heeft de Kamer daarin als medewetgever een belangrijke rol.

 

Publiek geld

De Algemene Rekenkamer heeft niet berekend, en heeft dat ook niet kunnen doen, hoeveel geld er mogelijk is weggelekt vanwege slechte beleidsonderbouwingen en doorgaan met bestaand beleid dat mogelijk niet effectief is. ‘We hebben niet kunnen berekenen hoeveel geld er niet doelmatig is besteed.’ Onder meer omdat in beleidsvoorstellen geen heldere financiële onderbouwing staat. ‘Als onduidelijk is wat de doelmatigheid en doeltreffendheid van een wet of maatregel is, is het lastig te berekenen en beoordelen of gemeenschapsgeld adequaat is ingezet. Als we wel meer inzicht hebben, leren we hoe we publiek geld zuiniger kunnen inzetten.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Het probleem bij wetgeving is dat beleid en uitvoering regelmatig onvoldoende op elkaar aansluiten. Bij het invoeren van nieuwe wetgeving dient daaraan veel meer aandacht te worden, net als de noodzaak om nieuwe wetgeving in het vierde jaar na invoering te evalueren. Datzelfde proces geldt trouwens ook voor de financiële onderbouwing.
Door Toine Goossens op



Ik heb zo mijn vragen bij de doelmatigheid van dit onderzoek. De Rekenkamer kijkt of de Comptabiliteitswet juist wordt toegepast.

Het is de Rekenkamer blijkbaar al 12 jaar ontgaan dat er een verplicht Rijkskwaliteitssysteem bestaat: Het IAK. Het Integraal Afwegings Kader.

Hilarisch vind ik het citaat over het kwaliteitssysteem van VWS. VWS staat met stip op 1 bij het negeren van het IAK. Dramatische transitiedossiers, dramatisch gebrek aan projectmanagement kwaliteit bij de aanpak van Corona. Dat VWS, zoals onderstaand verwoord, haar eigen vlees keurt, is een schande.

Bij de pilot Lerend evalueren van het Ministerie van VWS wordt beleidsmedewerkers
zelf een centrale rol gegeven bij het opstellen en uitvoeren van de evaluatieagenda.
Dat moet eraan bijdragen dat de kloof tussen evaluatie en beleid wordt gedicht.
Maar ook in dit voorbeeld zien we nog niet dat dat ook leidt tot het daadwerkelijk
ter discussie stellen van beleid zelf.
Door Willem (Volger) op
Toch apart dat nieuw beleid en wetgeving niet in een evaluatie-cyclus standard worden beoordeeld op doel. effectiviteit (bereiken doel) en efficiëntie (tegen welke inzet middelen). Geen wonder dat we veel stapelwetgeving en uitvoeringsregelingen hebben. Kijk alleen al in het Sociaal domein waar iedereen omkomt in techno- en bureaucratie. De ene omissie - die vervolgens in stand blijft - wordt opgelost met een nieuwe wet of regel er boven op. Er gaat nooit wat af, er komt alleen maar bij. Heeft ook te maken met bestuurscultuur en een kritische opstelling en telkens perioden van 4 jaar pappen en nathouden.
Door Bimie Janssen (Ambtenaar) op
Op dit moment worden kamer-vragen vooral gesteld naar aanleiding van wat er in de media verschijnt. De politiek is volstrekt reactief geworden en is vooral bezig om naar buiten toe duidelijk te maken wat ze niet willen. De populistische partijtjes hebben deze trend alleen maar versterkt. Bovendien worden wetenschappers en echte deskundigen voortdurend aan de schandpaal genageld. 4 jaar is de maximale levenscyclus van de TK en het kabinet en daar is de overlevingsstrategie op gericht. Lange termijndoelstellingen of wetenschappelijk onderbouwde maatregelen zijn niet sexy, dus gaat de regering daar niet voor: het falende woningbeleid is daar een voorbeeld van. Economen weten echt wel waardoor de huizenprijzen zo exorbitant gestegen zijn, en da's echt meer dan vraag en aanbod. Maar wie durft het subsidiestelsel voor woningbezit echt aan te pakken? Dat moet wel heel goed kunnen en willen uitleggen en daar moet je lef en visie voor hebben.

Vacatures

Van onze partners