of 59123 LinkedIn

‘Nederlandse maffia? Ja, hij bestaat’

Wethouder Bouke Arends moest dit voorjaar een paar weken onderduiken in het buitenland.

Wethouder Bouke Arends moest dit voorjaar een paar weken onderduiken in het buitenland. In Binnenlands Bestuur van deze week vertelt de met de dood bedreigde Emmenaar uitgebreid zijn verhaal.  

‘Ik werd op vrijdagmiddag 10 maart gebeld door de basisteamchef van de politie in Zuidoost-Drenthe. Ze zou even langskomen op het gemeentehuis om met mij te praten. Zij was hier rond een uur of vier. Naar aanleiding van de sluiting van het clubhuis van No Surrender op last van het college, twee maanden eerder, waren signalen binnengekomen die wezen op een bedreiging. De ernst kon zij niet goed inschatten, maar het was wel serieus.’

Naïviteit
’s Avonds, op de tribune bij FC Emmen werd hij wéér gebeld, nu met het verzoek om meteen naar de museumruimte van de club te komen. “Wij adviseren u om vannacht niet thuis te slapen”, zeiden ze. “We begeleiden u nú naar huis.” ‘We hebben thuis een koffertje ingepakt, want we zouden bij Van der Valk gaan slapen. In mijn naïviteit dacht ik aan de Van der Valk even verderop in Emmen, maar we reden naar een andere Van der Valk in Noord-Nederland. Toen dacht ik nog steeds: morgen slapen we weer thuis’, vertelt Arends.

De volgende avond kwam hoofdofficier van justitie op hun kamer. Ze hadden de bedreiging geanalyseerd en het leek hem beter als Arends en zijn vrouw een tijdje naar het buitenland zouden gaan. ‘Geen denken aan, was mijn eerste reactie. Ik wilde het naadje van de kous weten. Hij vertelde hoe ze aan de informatie waren gekomen, hoe ik die moest duiden, wat er bekend was, wat het voor mij betekende. Toen pas realiseerde ik mij hoe groot het gevaar was.’

Naar Schotland
De hoofdofficier van justitie vertelde hem in vertrouwen over de ins en outs van de dreiging. ‘Misschien kan ik er over een tijdje meer over zeggen, maar nu niet’, zegt hij. ‘Ze vroegen waar welk buitenland we wilden. We keken elkaar aan: waar zouden we naartoe willen? We wilden nergens naartoe; we wilden naar huis! Dat kon niet. “Wat vinden jullie leuk om te doen”, vroeg iemand.’ Het werd Schotland.

Ze werden in een gepantserde auto met blauw zwaailicht naar een hotel in Amsterdam gereden. Arends spreekt van ‘een frustrerende tijd’ in Schotland. ‘We moesten eropuit en iets sociaals doen! De kinderen waren niet mee. De dreiging was op mij gericht, maar uiteindelijk moesten ook zij het huis uit. Eerst alleen ‘s nachts, later ook overdag. En in mijn auto mochten ze ook niet meer rijden’, zegt hij. ‘Later is ons verteld waarom de kinderen het huis uit moesten, maar op dat moment ben je machteloos en totaal de regie kwijt. Dat is gekmakend.’

Gestuurd worden
‘Als iets niet goed gaat, dan ben je als bestuurder gewend om er wat aan te doen. Je roept ambtenaren bij elkaar en je bespreekt de situatie. Hoe zit dat? Dit moet gebeuren, dat. Als bestuurder zit je erbovenop. Jij stuurt. Hier werd ik gestuurd. Ik ben een vechter. Als ik moet vechten, ben ik in mijn element. Maar dat mocht niet. Mijn post is niet in een Schotse stad maar in Emmen. Het heeft heel veel met mij en met mijn vrouw gedaan. Zij had er uiteindelijk genoeg van en we zijn op vrijdag 24 maart teruggegaan naar Nederland. Een dag later vertrok ik voor een geplande reis voor de gemeente naar Vietnam.’

Daar kreeg hij van de politie te horen dat ze de zaak onder controle hadden en hij niet meer hoefde te vrezen voor zijn leven. Arends: ‘Opeens geen gevaar meer? Het OM en de politie hebben mij verteld wat er was gebeurd.’

Verlies onbevangenheid
Eind maart landde Arends op Schiphol en op 1 april werd in Emmen de 4 Mijl van Emmen gelopen. ‘Het was lang van tevoren vastgelegd dat ik op die dag  wereldkampioen 1.000 meter schaatsen Kjeld Nuis zou huldigen. Er waren duizenden mensen. Ik liep zonder mijn schaduwen tussen de menigte alsof er niets was gebeurd. Ik heb nog nooit zo’n unheimisch gevoel gehad. Bij iedere stap die ik deed, keek ik om mij heen’, zegt hij. ‘Het was net alsof ik weer moest leren leven. Een paar jaar geleden had ik een lichte beroerte. Dan moet je ook weer vertrouwen krijgen in je eigen lichaam. Dat is gelukt. Nu moest ik weer vertrouwen krijgen in mijn eigen omgeving. Dat is gelukkig grotendeels gelukt, maar ik ben wel alerter en niet meer zo onbevangen.’

Arends nam zich voor zijn verhaal te vertellen. ‘Dat begreep het OM’, zegt hij. ‘Het gaat mij niet om mijzelf, maar ik vind dat iedereen moet weten dat dit gebeurt in ons land. Als bedreiging niet benoemd wordt maar wel voorkomt, dan is het ook voor bestuurders verleidelijk om de andere kant op te kijken. Laten we dat noodzakelijke besluit maar even niet nemen. Dat mogen we nooit accepteren! Het is ook een signaal aan onze ambtelijke medewerkers, met name van toezicht en handhaving. We verwachten dat zij hun werk doen, maar dan moeten bestuurders wel voorop gaan en niet wijken voor dreigementen.’

Onderwereld
‘Ondermijning is in ons land genesteld en geworteld. Het gebeurt niet alleen in Colombia of op Sicilië, het gebeurt ook in Nederland. Het gebeurt zelfs in Emmen, of all places. En wat hier gebeurt, kan morgen ergens anders gebeuren. Weten we dat er een soort Nederlandse maffia is?
Als wethouder wist ik dat niet, daar ben ik eerlijk in. Als locoburgemeester ben ik mijn naïviteit kwijtgeraakt. Ik heb díngen gezien en gehoord over de verwevenheid van de onderwereld met bovenwereld. Het boek van Tops en Tromp gaat over Brabant, maar je kunt net zo goed Drenthe of Overijssel invullen.’

Lees het volledige interview in Binnenlands Bestuur nr. 24 (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door G.Valk (medewerker) op
Wat betreft die verheerlijking van criminaliteit in de media ben ik met de schrijver eens. Zo wordt er ook gesproken van "topcriminelen" , het woordje top suggereert een positief iets, terwijl het gewoon misdadigers zijn.
Door HALLO wakker worden eerst naar jezelf kijken op
En de gemeenten zelf dan zijn die niet crimineel ?
Door Rob kos (gepensioneerd) op
In ons schatrijke land moet het toch mogelijk zijn criminele elementen de wind uit de zeilen te nemen. Neem als voorbeeld het softdrugsbeleid van de vorige regering. Ipv de winsten te marginaliseren heeft het mijns inziens de handel lucratiever gemaakt. Je zou bijna denken dat de verwevenheid zich tot de politici uitstrekt.
Door Norman Waalre op
ONDERWERELD BEDREIGT RECHTSSTAAT
Ik wens alle bedreigde beleidsmakers sterkte en wijsheid. Waarom hebben we het zover laten komen? Waarom hebben we pakweg veertig jaar weggekeken van de groei van de Nederlandse onderwereld?

Ik waarschuw als linkse kiezer, al jarenlang voor de groeiende verwevenheid van bedrijven en overheid met de georganiseerde misdaad. Want in veel landen is gebleken, dat die ontwikkeling haast niet is terug te draaien. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Italië, Rusland, en bepaalde landen in Zuid-Amerika en Afrika.

De huidige veelal onethische mentaliteit en morele verharding in Nederland, en de verheerlijking van de gangster-cultuur op tv, vormen volgens mij een vruchtbare voedingsbodem voor de georganiseerde criminaliteit.

VEEL CRIMINELEN VOLLEDIG TOEREKENINGSVATBAAR
De farmaceutische industrie heeft voor criminelen en asocialen discutabele diagnostische categorieën bedacht, omdat ze dan meer pillen (psychofarmaca) verkoopt. Bijvoorbeeld antisociale persoonlijkheidsstoornis, borderline-persoonlijkheidsstoornis, narcistische persoonlijkheidsstoornis, periodieke explosieve stoornis, sociopathie, psychopathie, enz. Je kunt dat nalezen in het DSM-V, het diagnostisch handboek.

Die diagnostische labels voor criminelen kunnen tot het ernstige misverstand leiden, dat de daders zelf eigenlijk slachtoffers zijn van criminaliteit. Veel Nederlandse beleidsmakers denken, dat die discutabele psychologische diagnoses betekenen, dat de dader minder toerekeningsvatbaar is. Maar dat is vaak niet het geval.

Veel leden van misdaadbendes kúnnen wel stoppen met misdaad, maar willen dat niet, omdat de misdaad hen veel geld oplevert, en status, macht, seks, spanning, een kick, de verslavende roes van geweld, een mooi huis, een partner die profiteert van zijn criminele geld, enz.

NIEUWE STRAFFEN
Crimineel gedrag kan effectief worden belemmerd door jarenlange criminele incapacitatie. De overheid belemmert de crimineel daarbij fysiek tot het plegen van misdrijven.

Gewelddadige criminele veelplegers kunnen bijvoorbeeld 20 jaar lang in een heel sober werkkamp worden opgesloten. Of ze kunnen gedurende die tijd een zware werkstraf krijgen, waarbij ze buiten werktijden elektronische detentie krijgen in hun woonhuis. Door de zeer lange duur van die straffen, daalt de criminaliteit daarbij vermoedelijk sterk, hoewel de recidive-percentages niet zullen dalen.

Ook kun je criminele veelplegers verbieden, om met andere criminelen om te gaan, om in een auto te zitten, om winkels en horeca te bezoeken, spaargeld en luxe goederen te bezitten, om luxe kleding te dragen, enz. Dat kan potentiële nieuwe daders afschrikken. Ook zouden gangster-gebaren, gangster-taal, dure sieraden en tatoeages moeten worden verboden voor criminelen.

MORELE BEÏNVLOEDING
Ik heb het bij die straf van 20 jaar werkkamp dus niet over incidentele daders, waarbij morele resocialisatie en maatschappelijke reïntegratie nog wel een kans kunnen hebben.

De gedragsbeïnvloeding voor die minder zware categorie veroordeelden, kan deels plaatsvinden via kostenbesparende overtuigende internet-video's en internetforums. Werk daarbij intensief samen met veel andere landen voor kostenbesparing en meer deskundigheid.

Ik stem links.