of 59123 LinkedIn

Minder louter mannelijke colleges

In nog lang niet alle gemeenten zijn colleges gevormd. De tussenstand laat zien dat het aantal vrouwelijke wethouders is toegenomen. Het aantal colleges dat uit louter mannen bestaat, is gedaald. Het gemiddeld aantal wethouders per college is gestegen. Dat blijkt uit gegevens van de Wethoudersvereniging.

Precies drie maanden na de raadsverkiezingen in 335 gemeenten, zijn in nog lang niet alle gemeenten de colleges rond en de wethouders geïnstalleerd. De tussenstand laat zien dat het aantal vrouwelijke wethouders is toegenomen en dat het aantal colleges dat uit louter mannen bestaat, is gedaald. Het gemiddeld aantal wethouders per college is gestegen. De lokale partijen leveren de meeste wethouders; weer meer dan vier jaar geleden.

Wethoudersverlies

Dat blijkt uit gegevens van de Wethoudersvereniging. Bijna een op de drie wethouders (31 procent) is namens een lokale partij bestuurder. Na de verkiezingen van 2014 was dat 28 procent. Het CDA blijft als 'landelijke' partij de grootste ‘wethoudersleverancier’, maar gaat er qua wethouders wel drie procent op achteruit. D66 levert in absolute en relatieve zin de meeste wethouders in. Het wethoudersverlies van D66 (van 10 naar 6 procent) is gezien de zetelverlies bij de verkiezingen niet verwonderlijk. ‘Daarvan lijkt de VVD te profiteren, want 17 procent van de wethouders in van VVD-huize, tegen 14 procent in 2014’, aldus Jeroen van Gool, plaatsvervangend directeur van de Wethoudersvereniging. GroenLinks heeft, ook wat wethoudersposten betreft, geen slechte verkiezingsuitslag gehad. De partij verdubbelt het aantal wethouders bijna en stijgt van 47 naar 80 wethouders op dit moment. ‘Bij de PvdA valt de schade mee, al hebben ze natuurlijk in de vorige periode al een flinke jas uitgedaan’, aldus Van Gool. (zie ook tabel).


Gemiddeld 3,86 wethouders

Inmiddels zijn, volgens de registratie van de Wethoudersvereniging, 1.130 wethouders geïnstalleerd in 292 van de 335 gemeenten waar op 21 maart verkiezingen zijn geweest. Gemiddeld telt een college nu 3,86 wethouders, iets meer dan na de raadsverkiezingen van 2014 toen een gemiddeld college uit 3,63 wethouders bestond. In totaal komt dat neer op zo’n 70 extra wethouders over het land verspreid. ‘Meer wethouders betekent overigens ook niet altijd meer kosten’, stelt Van Gool. ‘Er zijn ook deeltijdwethouders geïnstalleerd.’ Het is nog niet bekend hoeveel wethouders in deeltijd aan de slag zijn gegaan. Dat wordt nog in kaart gebracht.

 

Deeltijdwethouders

De Wethoudersvereniging is overigens geen voorstander van parttime-wethouders, mits dat uit vrije wil gebeurt. ‘Zodra het om politieke redenen gebeurt, zijn we daar minder voorstander van.’ Een politieke reden kan zijn dat de grootste partij wil laten blijken dat ze de grootste zijn, door de tweede partij ‘slechts’ 0,8 fte te gunnen. ‘Dat is een slechte zaak. Deeltijdwethouders bestaan niet; het is een zware baan die je er niet even bij doet.’ Dat meer wethouders ook meer geld kosten, mag geen reden zijn om te bezuinigen op wethouders, vindt de Wethoudersvereniging. ‘We willen de beste kwaliteit, maar het mag niets kosten. We willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.’     


Versnippering

Dat er meer wethouders komen, is daarnaast te billijken, vindt de Wethoudersvereniging. ‘Bij gemeenten zijn er heel veel taken en verantwoordelijkheden bijgekomen. Dat rechtvaardigt een stevig bestuurlijk apparaat.’ Daarnaast is de toename van het aantal wethouders ook een gevolg van het versnipperde politieke landschap. ‘Er zijn meer partijen nodig om een meerderheidscoalitie te vormen, en collegepartijen willen nu eenmaal een eigen wethouder afvaardigen’, aldus Van Gool. ‘Ik vind het niet erg dat er meer wethouders komen. Het stelt me juist gerust dat gemeenten er serieus werk van maken.’

 

Iets meer vrouwen

De man-vrouw verhouding is in vergelijking met vier jaar geleden iets veranderd. Drie op de vier wethouders is man (74 procent), een op de vier (26 procent) is een vrouw. Na de verkiezingen van 2014 bedroegen die percentages respectievelijk 79 en 21 procent. Het aantal colleges met alleen mannelijke wethouders is afgenomen. Vier jaar geleden bestonden 175 colleges uit louter mannen, nu 106. Twee colleges – in Appingedam en Gemert-Bakel – bestaan uit louter vrouwen. ‘Het idee is dat kwaliteit voorop zou moeten staan. Ik zou graag een wat evenwichtiger beeld zien in de man/vrouw-verhouding. Daar is voor de verkiezingen ook op ingezet. Als Wethoudersvereniging hebben we bijvoorbeeld speciale oriëntatiedagen voor vrouwen georganiseerd. Een aantal van hen is ook daadwerkelijk benoemd tot wethouder.’


Vinger opsteken

Opvallend vindt Van Gool dat veel informateurs, op basis van hun rondje langs de politieke partijen, formateurs adviseerden (meer) vrouwen in colleges te benoemen. ‘Dat advies is in lang niet alle gevallen opgevolgd. Ik kan niet de vinger leggen op de oorzaak daarvan. Mogelijk dat nog steeds geldt dat mannen iets eerder hun vinger opsteken en vrouwen de race om het wethouderschap eerder laten voor wat het is. Het zou mooi zijn als de verhouding man/vrouw meer in balans komt.’

 

Veel nieuwkomers

Onder de 1.130 reeds geïnstalleerde wethouders zijn 605 nieuwkomers en gaan 496 wethouders door in dezelfde gemeente. Onder de overige wethouders zijn er bestuurders die in een andere gemeenten aan de slag dan in de periode 2014-2018. ‘Er zijn meer nieuwkomers dan in de vorige periode’, aldus Van Gool. ‘De belangrijkste reden om voor het wethouderschap te kiezen is de drive om zich voor de samenleving in te zetten. Voor het geld hoeven ze het niet te doen. Zeven op de tien wethouders gaan er wat salaris betreft niet op vooruit.’

 

In het diepe

Vol goede moed beginnen de nieuwe wethouders aan hun werk. ‘Ze springen in het diepe. Rond het kerstreces zie je veel nieuwe wethouders zich achter de oren krabben. Hoe ga ik dit volhouden en hoe zorg ik er voor dat ik niet te veel hooi op mijn vork neem’, weet Van Gool. ‘Sommigen houden het niet vol. Wij proberen hen, zeker in die eerste honderd dagen, zo veel mogelijk te ondersteunen.’

 

Wethouder 'van buiten'

Hoewel Van Gool nog geen totaalbeeld heeft, is zijn indruk dat het aantal wethouders ‘van buiten’ licht toeneemt. ‘Het is interessant om te volgen of dat aantal blijft stijgen.’ De toename kan niet het gevolg zijn van de (langere) ontheffing die de raad aan wethouders mag verlenen om niet in de gemeente te wonen waar zij wethouder zijn. ‘Die maatregel is nog niet geëffectueerd. Wethouders worden geselecteerd op hun ervaring. Als gemeenten niet zelf in staat zijn een ervaren bestuurder uit eigen gelederen te vinden, wordt over de gemeentegrenzen heen gekeken. De lokale verbondenheid is dan van minder belang dan ervaring.’ De lokale verbondenheid is volgens Van Gool ook snel te realiseren en is bovendien een relatief begrip. ‘Gemeenten worden steeds groter en bestaan uit veel kernen. Wethouders zullen zich in al die kernen bekend moeten maken, ook al woont hij of zij in die betreffende gemeente.’

 

Afbeelding

De Wethoudersvereniging heeft de geïnstalleerde wethouders van 292 colleges verwerkt (stand van zaken tot en met donderdag 14 juni).  

     

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.