of 59162 LinkedIn

Meer overlast van vuurwerk

Mensen ervaren in toenemende mate overlast van vuurwerk. Het draagvlak voor strengere handhaving wordt breder. Maar voor een vuurwerkverbod zonder alternatief is nog steeds geen meerderheid. Zo blijkt uit onderzoek van I&O Research voor Binnenlands Bestuur.

Mensen ervaren in toenemende mate overlast van vuurwerk. Het draagvlak voor strengere handhaving wordt breder. Maar voor een vuurwerkverbod zonder alternatief is nog steeds geen meerderheid. Zo blijkt uit onderzoek van I&O Research voor Binnenlands Bestuur.

Jaarlijks onderzoek Binnenlands Bestuur


Het onderzoek laat zien dat er steun is voor een verdere aanscherping van het vuurwerkbeleid. Dat wil zeggen, op een aantal punten. Zo is het aandeel Nederlanders dat pleit voor een beperking van de afsteektijden het afgelopen jaar gegroeid van 29 naar 33 procent. Daarnaast blijkt ook het draagvlak voor strengere handhaving van het verbod op illegaal vuurwerk toegenomen: ruim driekwart van alle Nederlanders is daar voorstander van. ‘Opvallend is dat vooral vuurwerkafstekers die maatregel vaker zijn gaan steunen’, zegt I&O Research-onderzoeker Laurens Klein Kranenburg.

De overlast die Nederlanders van vuurwerk ervaren, is sinds 2015 toegenomen van 28 naar 36 procent. De top 3 van grootste bronnen van overlast bestaat net als in eerdere jaren uit: harde knallen (76 procent), vuurwerkrestanten op straat (64 procent) en gestreste huisdieren (44 procent). Verder geven vuurwerkrestanten in de tuin en stankoverlast aanleiding tot ergernis. Lichamelijk letsel wordt door slechts weinigen (4 procent) genoemd, maar de impact daarvan kan niettemin groot zijn. Tegelijkertijd blijft de bereidheid melding van overlast te maken laag: slechts 15 procent doet dat.

Een algemeen vuurwerkverbod voor particulieren kan rekenen op steun van 47 procent van de Nederlanders. Hoewel de steun daarvoor in het afgelopen jaar licht toenam, is er vergeleken met 2015 geen sprake van een stijging. Het afsteken van vuurwerk is het meest populair in de niet-stedelijke gebieden, en dan vooral in het noorden en oosten van ons land. De top 5 van regio’s bestaat uit Zuidoost-Friesland (35 procent), Overig Groningen (35 procent), de Achterhoek (32 procent), Zuidwest-Overijssel (32 procent) en Oost-Groningen (31 procent).

Gemiddeld bedraagt het percentage vuurwerkafstekers in de niet-stedelijke gebieden 21 procent. In de zeer verstedelijkte gebieden is dit 15 procent. De vuurwerktraditie leeft bovengemiddeld in de grensregio’s. Inwoners van Zuidwest-Drenthe, Limburg, de Achterhoek, Twente en Oost-Groningen vinden volgens de onderzoekers relatief vaak dat het afsteken van vuurwerk een mooie traditie is die in stand moet worden gehouden. ‘Die mening wordt overigens ook gedeeld door enkele regio’s die niet tot het grensgebied kunnen worden gerekend, zoals Alkmaar en omgeving, en Delft en Westland’, aldus Klein Kranenburg.

Links-rechts
De mening over een algeheel vuurwerkverbod blijkt sterk samen te hangen met de voorkeur voor een politieke partij. Kiezers van linkse partijen (Partij voor de Dieren, GroenLinks, SP en PvdA) zijn per saldo voorstander van zo’n verbod. Aan de rechterzijde van het politieke spectrum (PVV, FvD, CDA en VVD) zitten de tegenstanders. ‘SGP’ers zijn overwegend voor een verbod, net als kiezers van CU en 50Plus’, aldus Klein Kranenburg. D66’ers zijn blijkens het onderzoek verdeeld.

Sinds 2015 is er één evenement duidelijk het populairst als alternatief bij een particulier vuurwerkverbod: een professionele vuurwerkshow op een centrale plaats in de gemeente. Daaraan geven ruim zes op de tien Nederlanders de voorkeur. Dat houdt in dat als een vuurwerkverbod wordt gecombineerd met een gemeentelijke vuurwerkshow, er wel een meerderheid is. Andere alternatieven, zoals een vreugdevuur, popconcert of gezamenlijk eten, volgen op grote afstand. Voor een op de zeven Nederlanders is er geen alternatief nodig.


OVV: knalverbod
Vuurwerk dat tijdens de jaarwisseling veel letsel en overlast veroorzaakt moet worden verboden. Het gaat bijvoorbeeld om vuurpijlen en knalvuurwerk. Dat schrijft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in het vorige week gepresenteerde onderzoek ‘Veiligheidsrisico’s jaarwisseling’. Het onderzoek werd gedaan op verzoek van de vier grote steden.

Tijdens de jaarwisseling eindigen jaarlijks bijna 500 mensen op de spoedeisende hulp, raken 200 ogen beschadigd, valt gemiddeld één dode per jaar en worden – over een langere periode – zo’n 11.000 incidenten per jaar geregistreerd, variërend van brandstichting, vernieling en openlijke geweldpleging. Daarmee is het volgens de Onderzoeksraad ‘op veel plaatsen het onveiligste feest van het jaar.’ Dat voortdurende patroon van veel letsel en de grote aantallen ordeverstoringen moet worden doorbroken. Vandaar de aanbeveling riskant vuurwerk, zoals vuurpijlen en knalvuurwerk, te verbieden. Verder moet de opsporing en vervolging van de handel in illegaal vuurwerk worden versterkt. Op Europees niveau moet worden gewerkt aan een verbod op de productie van zwaar professioneel knalvuurwerk waar geen legale markt voor is.

Om van de jaarwisseling een veilig feest te maken voor iedereen beveelt de Onderzoeksraad burgemeesters aan te zorgen dat de viering een meer georganiseerd karakter krijgt, zoals het organiseren van professionele vuurwerkshows.


Verantwoording
I&O Research voerde van 16 tot en met 26 november 2017 een online onderzoek uit. In totaal namen 3.339 Nederlanders (18+) deel aan het onderzoek.


Percentage eens met de stelling: 'Het afsteken van vuurwerk is een mooie traditie die we in stand moeten houden'

Hoogste vijf   Laagste vijf  
Zuidwest-Drenthe 71% Zuidwest-Friesland 37%
Zuid-Limburg 70% Zaanstreek 41%
Alkmaar en omgeving 68% Zuidoost-Drenthe 46%
Achterhoek 68% Het Gooi en Vechtstreek 46%
Noord-Limburg 67% Agglomeratie Haarlem 47%

 


Het afsteken van vuurwerk door particulieren moet helemaal worden verboden: 

Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.