of 63000 LinkedIn

'Lokale ondersteuning veel beter dan in Tweede Kamer'

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Absurd rommelig, heel eervol en een gebrek aan ondersteuning. Voormalig Tweede Kamerleden die de overstap naar de lokale politiek maakten, kijken met plezier terug op hun tijd in Den Haag. Maar de lokale politiek is veel concreter en staat veel dichter bij de mensen. Lokale politici die naar Den Haag vertrekken moeten zorgen dat ze dichtbij de mensen blijven, geeft een voormalig Kamerlid als tip. Een ander, die op het punt staat weer terug te keren in de Kamer, zegt: ‘Besef dat het een heel andere wereld is.’


 

Michel Rog (CDA) stopte in 2020 als Tweede Kamerlid en werd wethouder in Haarlem.

 

Hoe is de terugkeer bevallen?

‘ik doe het nu precies drie maanden en ik ben ontzettend blij met deze overstap. Wat ik heel mooi vind is dat je in je eigen gemeente heel direct betrokken bent bij wat mensen bezighoudt en het is echt een aantal stappen concreter dan in de Tweede Kamer.’

 

Wat was de reden voor uw overstap?

‘In de zomer besliste ik dat ik mij niet meer verkiesbaar wilde stellen. Ik wist dat ik zocht naar een bestuurlijke en maatschappelijke rol. Zes weken later maakte een wethouder hier bekend dat hij zou opstappen, wat leidde tot een gesprek met bestuur en fractie want er was niemand die zijn hand opstak. En zo is het gegaan.’

 

Wat mist u aan de Tweede Kamer? Dieptepunt? (onderzoekscommissie buitenlandse beïnvloeding van islamitische instellingen in Nederland?)

‘Het is natuurlijk de reuring. Dáár gebeurt wat je ’s avonds in de nieuwsprogramma’s ziet. De intensieve gesprekken, ook in de fractie, over de keuzes die je maakt. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik dat werk heb mogen doen. Tegelijk is het heel fijn dat ik nu kan meebouwen aan beleid in mijn eigen stad.’

 

Wat was voor u het hoogtepunt in de Tweede Kamer?

‘Ik heb best veel dingen gedaan, maar ten eerste is dat het voorzitterschap van de parlementaire ondervragingscommissie naar buitenlandse financiering van moskeeën in Nederland. Dat was een heel wezenlijk onderzoek. In mijn eigen portefeuille heb ik gewerkt aan het verminderen van de toetsdruk in het onderwijs. En als derde de initiatiefwetten waar ik een bijdrage aan heb mogen leveren die de rol van de onderwijsinspectie hebben veranderd. Daar ben ik heel blij mee.'

 

En het dieptepunt?

‘Dat weet ik meteen: dat het verzet in de oppositie tegen het leenstelsel niet is gelukt, waardoor een hele generatie is opgegroeid met veel meer schulden. Nu willen partijen het terugdraaien, maar het blijft een dieptepunt.’

 

U werkt pas sinds december in Haarlem, maar zijn er al duidelijke hoogtepunten?

‘Wat betreft de portefeuille sport ben ik heel blij dat we sportverenigingen kunnen steunen. Daar gebeurt heel veel belangrijks voor de gemeenschap, maar die verenigingen hebben het heel zwaar als gevolg van de coronacrisis.’

 

Wat zou u mee willen geven aan lokale bestuurders die nu naar de Tweede Kamer gaan?

‘Ik vind het heel fijn dat de ondersteuning in het lokaal bestuur veel beter is geregeld dan in de Tweede Kamer. Tweede Kamerleden krijgen onvoldoende ondersteuning. Ik kan dat nu zeggen omdat ik er zelf geen profijt meer van ga hebben, maar ik vind het echt belangrijk dat daar meer aandacht voor komt.’

 

‘Verder sta je als lokale bestuurder de hele tijd in verbinding met inwoners en dat moet je als Kamerlid ook echt doen. Je kunt niet zonder. In de Tweede Kamer word je zo opgeslokt door werk dat je daar echt de tijd voor moet inplannen.’

 


 

Isabelle Diks (GroenLinks) stopte in 2020 als Tweede Kamerlid en werd wethouder in Groningen.

 

Hoe is de terugkeer in de lokale politiek bevallen?

‘Heel positief is dat je als wethouder dichtbij mensen staat en ze bij moeilijkheden snel kunt helpen. Als bestuurder zit je echt aan de knoppen en heb je direct en heel concreet invloed op wat er in je gemeente gebeurt. Dit najaar zal ik bijvoorbeeld een maatschappelijk akkoord armoedebestrijding presenteren om langjarig grote groepen mensen uit de armoede te helpen.’

 

Wat was de reden voor uw overstap naar Groningen?
‘Het was een voorrecht om lid van de Tweede Kamer te zijn. Het was daarom echt een afweging voor mij om weer terug te gaan naar het lokale bestuur. Maar toen GroenLinks Groningen me vroeg om wethouder te worden, was dat een uitdaging die ik niet kon weerstaan. Zeker omdat er zulke grote opgaven en veel kansen op verbetering zijn rondom armoede, schulden en jeugdzorg.’

 

Wat mist u aan de Tweede Kamer, wat was het hoogtepunt?
‘Het Kamerlidmaatschap brengt met zich mee dat je altijd iedereen aan tafel kunt krijgen. Ik had natuurlijk een heel internationale portefeuille en die bracht mij in contact met zoveel mensen die je anders niet zo gemakkelijk te spreken zou krijgen. Ik heb goede herinneringen aan de mooie debatten over het CETA-akkoord en een aangenomen amendement om de vrouwonterende praktijk van meisjesbesnijdenis in Afrika tegen te gaan. Wat ik overigens niet mis, is de absurd rommelige agenda in de TK.’

 

En het dieptepunt? 
‘De rapporten over de Nederlandse bombardementen op de Iraakse stad Hawija. De wijze waarop ons land daarin heeft geacteerd, is beschamend.'

 

Wat is tot nu toe het hoogtepunt bij Groningen?
‘De presentatie van onze innovatieve en integrale schuldenaanpak in januari. Hiermee kunnen we inwoners nog sneller helpen om in deze coronacrisis te voorkomen dat ze in problematische schulden terechtkomen. Tegelijkertijd werken we er ook hard aan om mensen die langdurig in schulden zitten, goed te ondersteunen. Daarmee halen we inwoners zo snel mogelijk uit de stress en onzekerheid.’

 

Wat zou u mee willen geven aan lokale bestuurders die nu naar de Tweede Kamer gaan?

‘Blijf oog houden voor de praktische uitvoering van plannen op lokaal niveau. Ik zie te vaak dat wet- en regelgeving lokaal soms leidt tot enorme vertraging of zelfs tegenstrijdig is. Dat staat snel en adequaat handelen lokaal in de weg en daarmee zijn inwoners bepaald niet geholpen. Een ander advies: hou vast aan je eigen agenda en laat je niet afleiden.’



 

Joost Eerdmans (Leefbaar/JA21) stopte in 2006 als Tweede Kamerlid, werd een paar jaar later wethouder in Capelle aan den IJssel en vevulde die functie vervolgens in Rotterdam. Nu staat hij op het punt om terug te keren in de Tweede Kamer als lijsttrekker van JA21.

 

Gefeliciteerd met het resultaat. Kijkt u uit naar uw terugkeer in de Tweede Kamer?

‘Zeker. Ik vind het heel eervol om daar te mogen werken. Ik heb altijd al gedacht dat ik zou terugkeren - ik vond wel dat ik op de handrem zat wat landelijke ambitie betreft. Ik heb ook altijd al gedacht dat ik een keer lijsttrekker zou worden van een rechtse partij, maar dat gebeurde niet of anderen waren beter, zoals Baudet. Toen kwam dit voorbij.’

 

Hoe is de lokale politiek bevallen?

‘Uitstekend. Op lokaal niveau kun je veel meer resultaten boeken dan landelijk en ik houd er ook enorm veel van om bij de familie van Leefbaar te zitten. Het is geen zijlijnpartij. Het is een stevige partij die ook compromissen durft te sluiten.’

 

Waren er hoogtepunten?

‘Bijvoorbeeld de skaeve huse, woningen voor mensen die structureel woningoverlast veroorzaken, of de controleurs die in de metro voor extra veiligheid zorgen. En de afvalstoffenheffing die we met tientallen euro’s hebben kunnen verlagen. Los van de grote projecten zijn dat drie typische Leefbaar-wensen die we hebben gerealiseerd.’

 

Wat beviel minder?

‘In mijn lokale handwerk? We zijn natuurlijk op ons nummer gezet door bezuinigingen en de lobby heeft het niet gehaald. Ik denk zeker dat mensen tussen wal en schip terechtkomen en het is belangrijk dat landelijke politici dat doorhebben. Wat mij verder het meeste steekt is de verhouding tussen lokale partijen en afdelingen van landelijke partijen. De commissie-Veling heeft goed aangetoond dat het belangrijk is om dat recht te trekken. Het is anders voor lokale partijen geen eerlijke wedstrijd.’

 

Wat zou u mee willen geven aan lokale bestuurders die nu naar de Tweede Kamer gaan?

‘Besef dat het een heel andere wereld is. Het is een heel ander speelveld waar je veel minder snel concrete resultaten boekt en veel meer stappen moet zetten, masseren en tijd nemen. Het is meer theater. Er staan camera’s op gericht en je kunt op een kleine fout worden afgerekend. Lokaal is dat minder.’

 

‘Maar als je Kamerlid wordt en je neemt de controletaak heel serieus dan wordt dat heel erg gewaardeerd. Dat zie je aan Omtzigt. Uit de toeslagenaffaire blijkt dat fouten dramatische gevolgen kunnen hebben. Het controleren van de regering is daarom heel eervol, maar zeer verantwoordelijk werk.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Keijzer op
Is er wel een onpartijdig onderzoek geweest, of het klopt dat de Gemeente dichter bij de burgers staat? Dat is altijd het verkooppraatje geweest.
Logica zegt, dat dit per Gemeente heel veel zal verschillen, maar in het algemeen laag scoort. Wie altijd riep vanuit de happy few, dat Nederland een fantastisch land is waar alles zo goed geregeld is, mag zich in een hoekje diep gaan schamen, dat men aldus met hun oogkleppen op, mede de falende systemen decennia beschermde en slachtoffers als onredelijke klagers.

Bij een paar grote gemeentes heb ik van dichtbij een dienende Gemeente niet meegemaakt. Het tegenovergestelde zelfs: intensief tegenwerkend. Precies zoals de conclusies in het essay van de heer Polman (ROB) en uit meerdere hoeken. Een burger komt dan nog wel eens een pareltje in die keten tegen, waar die als burger inrolt, maar de weinige, zich begaand toonde medewerker, heeft geen enkele invloed op een verantwoordelijke en billijke uitkomst voor betreffende burger! De menselijkheid van die ene, vormt dan wel van enig belang zijnde, een kortstondig, wat verzachtend zalfje op de wonde.

Wanneer komt een variant van een Deltaplan commissaris, met een groot en zwaar mandaat? Er is nu algemene erkenning, dat het 30 jaar gruwelijk mis is gelopen. Wanneer komt nu dat grand design, waar Pim Fortuyn al een speerpunt van maakte 25 jaar terug? Indien de Tweede Kamer draalt is het met vertrouwen van burger in overheid helemaal gedaan.

Je wordt doodgegooid met enquêtes, ook bij overheden, maar zelfs die berg uitkomsten ieder jaar weer, hebben het falen van de systemen in afgelopen 30 niet kunnen tegen houden. Hoe kan dat? Waar ligt dat aan? Aan de vragen? Aan de interpretaties? Worden ze gelezen door de uitvoerders? Richten die bureaus zich teveel op wat hun opdrachtgever wil horen? Dit los nog van bergen mails, brieven en bezwaarschriften die ontvangen worden.

Veel zinvoller, goedkoper en effectiever is het, als managers binnen publieke sector, zelf verplicht worden om op gezette tijden, brieven/mails te lezen en beantwoorden, telefoontjes beantwoorden en op andere dagen willekeurige ontvangers van hun “dienst”verlening te bevragen, hoe de service is bevallen en verslag ervan te doen, die in jaarverslagen verwerkt dienen te worden en die voor de publicatie ook onafhankelijk gecontroleerd moeten worden. Medewerkers anoniem klachten kunnen neerleggen binnen organisatie, die ook behandeld dienen te worden. Ook die in jaarverslagen en gecontroleerd via eventueel steekproeven.

En ja, het jargon van De Markt is ingevreten in de publieke sector, maar niet de service, die je bij de wat betere bedrijven in de echte markt krijgt en bij slechtere meer moeite voor moet doen en hier en daar slopend. Niet elke keer zo energievretend en stressvol in elk geval als bij overheden en organisaties, die van overheidsgeld verzekerd zijn.
Een kernprobleem vormt: tegenover de trainerende grote macht tegenover zich, heeft de burger geen (adequate) tegenmacht naast zich.
Door p op
@Spijker, hoezo?
De basisordening is het parlementslid, niet de partij.

Door Spijker (n.v.t.) op
Met 21 partijen in de Tweede Kamer wordt het nog leuker! Het is toch gewoon onwerkbaar op de manier, waarop het nu is georganiseerd.

Vacatures

Van onze partners