Advertentie

Leren van participatie ondergeschoven kindje

Er wordt veel geparticipeerd in vooral gemeenten, maar er wordt te weinig van geleerd. Dat is jammer, want door van elk participatietraject te leren, wordt uiteindelijk de democratie sterker.

17 juni 2021
Digitale-samenleving-shutterstock-1039493233.jpg

Er wordt volop geparticipeerd in vooral gemeenten, maar er wordt te weinig van geleerd. Doodzonde, want door van elk participatietraject te leren, wordt uiteindelijk de democratie sterker.

Vertrouwen

‘Als mensen vertrouwen hebben in participatietrajecten, groeit uiteindelijk het vertrouwen in de democratie’, stelt Frederik van Dalfsen. Samen met zijn collega’s Steven Blok en Henk Wesseling van Bureau Berenschot schreef hij het recent verschenen boek ‘Leren in participatieland’. De drie hebben het daarin over het kleine en het grote leren. Het kleine leren gaat over het leren binnen een participatietraject en het grote leren gaat over het leren van alle participatietrajecten die een gemeente, provincie of waterschap hebben doorlopen. ‘Het rijk mag er ook van leren’, grapt Van Dalfsen.

 

Populisme

Het kleine en grote leren zijn belangrijk om de vraag te kunnen beantwoorden of participatietrajecten kunnen bijdragen aan het versterken van de democratie, en zo ja, hoe je dat dan doet. Dat is dan ook de centrale vraag die Blok, Van Dalfsen en Wesseling zich hebben gesteld. ‘Er gebeurt heel veel in participatieland en er verschijnen goed uitgewerkte ‘flarden’ met tips en ideeën, maar we hadden het gevoel dat het grotere plaatje ontbrak’, vertelt Blok. ‘We willen gemeenten houvast geven in de beantwoording van de vraag hoe je participatie nuttiger kunt maken voor de lokale democratie’, vult Van Dalfsen aan. ‘Niet onbelangrijk gezien het groeiend aantal complottheorieën en het opkomend populisme’, stelt Wesseling.

 

Participatie Leermodel

De drie doken 24 participatietrajecten in die door acht organisaties (gemeenten waterschappen, en een provincie) werden opgezet en pluisden ze helemaal uit. De gegevens ‘duwden’ ze bij wijzen van spreken door het door hen, voor dit boek, ontwikkelde Participatie Leermodel, dat mede op basis van theorie en ervaringen is gebouwd. ‘We hebben met een bestuurskundige blik naar participatie gekeken; naar de verandering in wat we noemen de gerichtheid van mensen. Veranderen de meningen, waarden en opvattingen gedurende het participatietraject. Komen ze gedurende het proces dichter bij elkaar of juist niet’, verduidelijkt Van Dalfsen. Bij dat ‘kleine leren’ moet worden gekeken naar de uitkomst van het participatieproces, naar de steun voor het gevolgde proces of het ontbreken daarvan en of het vertrouwen in de democratie door het proces bij de deelnemers is vergroot of verkleind. Bij het grote leren tel je de bevindingen van het kleine leren − kort door de bocht gezegd − bij elkaar op, en deel je die met collega’s en inwoners.

 

Schijnparticipatie

Een belangrijke boodschap die de drie auteurs aan vooral bestuurders, ambtenaren en raadsleden willen meegeven, is om vooral geen schijnparticipatie ‘op te tuigen’. Daarmee neemt het vertrouwen in de lokale democratie alleen maar af. Pak een participatietraject methodisch en gefaseerd op en begin met een goede analyse van het vraagstuk waarvoor je het traject wilt opzetten. ‘Zo’n analyse is cruciaal bij de vormgeving van het traject, maar wordt vaak vergeten’, benadrukt Wesseling. Het speelveld (de arena) moet eveneens nauwkeurig worden bepaald; wie zijn de deelnemers en wat zijn de spelregels om samen te werken. Vooraf moet ook de beïnvloedingsruimte worden gedefinieerd; over zowel de probleemstelling, de oplossingsrichting als de uiteindelijke besluitvorming. De rol van de raad moet daarin zeker worden meegenomen, om achteraf teleurstelling en frustratie te voorkomen.

 

Etterende wond

‘Er is vaak gedoe over beïnvloedingsruimte tussen overheid en inwoners’, weet Blok. ‘Dat is op zich bekend, maar je moet er echt wat mee. Als tijdens een traject inwoners meer invloed willen, kun je die roep niet negeren. Je hoeft ze niet per se meer invloed te geven, maar je moet er op zijn minst wel over praten. Anders blijft die wond etteren.’ Een andere tip is om gedurende het traject regelmatig de ‘stand van zaken’ te markeren, geeft Van Dalfsen aan. ‘Laat bijvoorbeeld een wethouder iets vertellen over wat er tot nu toe is bereikt. Markeer tussentijds dat je het steeds meer met elkaar eens wordt. Daar is relatief weinig aandacht voor.’ ‘Pleeg nazorg’, geeft Wesseling mee. ‘Bel de deelnemers na afloop nog een keer en vraag naar hun ervaringen.’

 

Angel eruit halen

Een absolute aanrader is volgens Blok om een participatietraject niet al te zakelijk te beginnen. Stel dat het over de plaatsing over windmolens gaat, een groot groenproject of over een verkeersaanpassing; vraag aan de deelnemers hoe ze erin staan, waar de pijn zit en maak bijvoorbeeld een wandeling door het gebied. ‘Zo kun je de angel eruit halen en heb je een beter proces, ook al ben je er inhoudelijk nog niet uit.’ ‘Of ga aan gezamenlijke fact finding doen’, vult Van Dalfsen aan. ‘Ieder komt met zijn eigen onderzoek; voer bijvoorbeeld samen een verkeertelling uit. Bouw samen kennis op van waaruit je kunt handelen.’

 

Bijsturen

En leer vervolgens van een traject, ook tussentijds zodat er eventueel kan worden bijgestuurd, benadrukken de drie auteurs. ‘Dat wordt vaak niet systematisch gedaan. Maak goede tussentijds evaluaties, organiseer werkoverleggen, met de betrokken inwoners erbij. Dit zijn allemaal aangrijpingspunten om aan dat grote leren te werken’, aldus Wesseling.

 

Grip

Dat grote leren kan op verschillende manieren worden vormgegeven, maar wordt vaak overgeslagen, terwijl het zo belangrijk is om tot betere resultaten én tot meer vertrouwen in de democratie te komen, stellen de drie auteurs. ‘Systematisch nadenken over hoe je participatie vormgeeft, overstijgt het niveau van ‘gezond boerenverstand’. Het gaat over onderscheid maken tussen soorten vraagstukken, daar de juiste participatieprocessen aan koppelen en leren van je ervaringen. Lessen uit de opgedane ervaringen (zowel aan de kant van de overheid als van de maatschappij) zorgen voor meer grip op de vaak weerbarstige participatiepraktijk. Alleen op die manier kom je samen tot betere resultaten’, aldus een passage uit het boek.

 

Ongemak

Een tip die Blok wil meegeven, is te kijken en vooral te begrijpen wat er in een participatietraject gebeurt. ‘Vaak nemen we standpunten voor waar aan. Maar waar zit het ongemak, waarom is iemand ontevreden. Begrijp wat er gebeurt en speel erop in. Hou je niet vast aan het format van je traject.’ Leren dus, bijsturen en daar ook weer van leren. Klein en groot.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie