of 63428 LinkedIn

Hoe samen te werken? ‘Wie het kan, mag het doen’

In een essay in Binnenlands Bestuur zetten Ard Schilder en Erik Roest de noodzaak voor betere samenwerking uiteen, met name vanwege de vele decentralisaties van taken van het rijk richting provincies en vooral gemeenten. Duidelijk is dat het na een paar decennia van decentralisaties het in de uitvoering begint te knellen en dat grootschalig onderhoud en wellicht ook verbouwing nodig is.

Het rijk en de decentrale overheden moeten beter gaan samenwerken. Opvallend is dat het in verkiezingsprogramma’s maar beperkt gaat over hoe een toekomstbestendig bestuur te bouwen.

In een essay in Binnenlands Bestuur zetten Ard Schilder en Erik Roest de noodzaak voor betere samenwerking uiteen, met name vanwege de vele decentralisaties van taken van het rijk richting provincies en vooral gemeenten. Duidelijk is dat het na een paar decennia van decentralisaties het in de uitvoering begint te knellen en dat grootschalig onderhoud en wellicht ook verbouwing nodig is.

Mankementen
De aanzet vanuit de gemeenten tot een wet decentraal bestuur juichen Schilder en Roest toe. Die wet, een voorzet van hoogleraar Douwe Jan Elzinga, moet een aantal mankementen kunnen ondervangen: te weinig integraal beleid vanuit de rijksoverheid richting decentrale overheid, te beperkte positie van decentrale overheden ten aanzien van de uitvoerbaarheid van beleid, te abstracte financiële kaders, te grote uniformiteit.

Mensen en middelen
Schilder en Roest voegen daar nog iets aan toe: het ‘resultaat op straat’ principe. Dat zou een leidende rol moeten krijgen om tot een betere overheid te komen. ‘In plaats van het principe ‘je gaat erover of je gaat er niet over’ dat vaak is gehanteerd om een einde te maken aan ‘bestuurlijke spaghetti’, zou het motto voor de toekomst moeten zijn ‘wie het kan en laat zien, mag het doen’. Ook een samengestelde coalitie van bestuurslagen, overheidsorganen of zorgverzekeraars is daarbij een optie.’

Voldoende capaciteit, zowel in mensen als middelen, wordt in hun ogen dan een onderscheidend kenmerk en kan een einde maken aan het wensdenken dat afgelopen decennia bij decentralisaties een rol heeft gespeeld. Dit niet alleen bij het rijk, ook bij decentrale overheden (‘wij kunnen dit wel’, ‘dit versterkt onze positie’, ‘wij zijn de eerste overheid’).

Rotterdamwet
‘Het ‘wie het kan en laat zien, mag het doen’ principe klinkt bestuurlijk en juridisch complex, maar er zijn al concrete voorbeelden en wetten die dit principe hanteren. Denk aan experimenten in Den Haag waarin een zorgverzekeraar en gemeenten een pragmatisch samenwerkingsverband hebben gesloten om verzekerden in Den Haag te helpen met hun bestaansonzekerheid. Daarbij wordt een integrale aanpak gehanteerd van schulden, armoede- en gezondheidsproblemen. Voorbeelden van wetgeving zijn de ‘Winkeltijdenwet’, de ‘Rotterdamwet’ en de ‘Taxiwet’. Individuele gemeenten spelen hierin een belangrijke rol en hebben zelf een aanpak voorgesteld voor een voor hen urgent vraagstuk. Laatstgenoemde decentralisaties blijken in de praktijk relatief succesvol uit te pakken. Dergelijke initiatieven verdienen navolging en een plek in de Wet op het decentraal bestuur.’

Ruimte voor de regio
De eerste aanzet voor de Wet decentraal bestuur biedt volgens hen een goede basis om het openbaar bestuur beter toe te rusten voor de toekomst. Wat echter nog ontbreekt, is een duidelijk perspectief op de regio, het bestuurlijk niveau tussen gemeenten en provincies. Het volledig verbouwen van het Huis van Thorbecke is volgens Schilder en Roest niet nodig. Zij pleiten voor een meer geleidelijke strategie: het introduceren van de federatiegemeente, een concept eveneens van Elzinga.

Voorafgaand aan een brede introductie van dit model, zou kunnen worden gestart met enkele experimenten op regionaal niveau. Regio’s die een hechte samenhang kennen en waar veel regionale indelingen samenvallen, zouden als voorbeeld kunnen dienen. Hebben zij goede plannen, dan verdienen zij naast betere democratische legitimatie, ook de kans op een regionale bijdrage vanuit het gemeentefonds en een verantwoording op regioniveau. Dat past goed bij een ‘resultaat op straat’-aanpak.

Lees het volledige essay in Binnenlands Bestuur nr. 4 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners