of 59345 LinkedIn

Groei steden voorspellen blijft linke soep

‘De winnaars van toen zijn dus de verliezers van nu, en omgekeerd: de verliezers van toen zijn nu de steden die het meest in trek zijn’, concluderen de onderzoekers van Atlas voor Gemeenten in de vandaag uitgebrachte editie 2019.
© Shutterstock

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Dat geldt zeker voor de populariteit van steden als woonplek. Acht van de tien steden die nu het snelst groeien, stonden in de jaren ’70 in de onderste helft van de ranglijst. 

‘De winnaars van toen zijn dus de verliezers van nu, en omgekeerd: de verliezers van toen zijn nu de steden die het meest in trek zijn’, concluderen de onderzoekers van Atlas voor Gemeenten in de vandaag uitgebrachte editie 2019.

Krimp
Wat vooral opvalt, is dat groei en krimp door de tijd helemaal niet stabiel zijn; steden en regio’s die in de jaren zeventig krompen, behoren nu dus tot de sterkste groeiers, en omgekeerd. Op de ranglijst voor bevolkingsgroei over de periode 1968-1983 staat Zoetermeer bovenaan, gevolgd door Nissewaard en Purmerend. Steden die nu als de meest aantrekkelijke steden worden gezien, stonden toen allemaal in de onderste regionen, zoals Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Arnhem.

Aanvankelijk hadden vooral gemeenten buiten de grote steden – en in de jaren ’90  vooral de new towns – een positief verhuissaldo. Pas in het laatste decennium is dat beeld gekanteld en verhuizen er meer mensen naar de grote stad. ‘De trek naar de grotere stad vanuit kleinere steden en dorpen is daarmee een veel recenter fenomeen dan veelal wordt aangenomen’, aldus de onderzoekers.

Woonvoorkeur
Zo was de voorspelling uit 2005 voor Amsterdam 790.000 inwoners in 2018, een toename van circa 50.000 inwoners. Maar op 1 januari 2018 waren dat er al bijna 860.000, een toename van ruim 100.000 inwoners. Voor Almere werd daarentegen veel meer groei voorspeld dan er feitelijk plaatsvond. Voor Emmen werd in 2005 een verdere groei tot en met 2025 voorzien, maar Emmen blijkt vanaf 2009 juist te krimpen.

Die grillige ontwikkeling brengt de Atlas-onderzoekers dan ook tot de vraag of de huidige bevolkingsprognoses wel geschikt zijn om langetermijnbeleid op te baseren. ‘De trek naar de (Rand)stad van de laatste jaren is overduidelijk ten koste gegaan van de gemeenten in de grens­regio’s, maar uit het voorgaande bleek ook dat dat niet van alle tijden is, en dat langetermijnvoorspellingen die gebaseerd zijn op historische bevolkingstrends niet veel waarde hebben. En dat betekent automatisch ook dat er nog hoop is voor de steden waar bevolkingskrimp wordt voorspeld. Deze onvoorspelbaarheid maakt dat het niet vreemd is dat veel voorspellingen uit het verleden die gebaseerd zijn op het doortrekken van toenmalige woonvoorkeuren niet zijn uitgekomen. Dit betekent ook dat het doortrekken van de huidige trends zeer waarschijnlijk zal leiden tot verkeerde voorspellingen over de toekomst.’

Overlast toeristen
Steden kunnen bijvoorbeeld aan aantrekkingskracht verliezen door de hoge vastgoedprijzen of de overlast door toeristen, zo luidt de waarschuwing aan het adres van de stedelijke beleidsmakers. ‘Voor steden in krimpregio’s biedt investeren in het voorzieningenniveau een kans om de aantrekkingskracht te verbeteren en daarmee mogelijk op toekomstige groei of het uitblijven van krimp.’

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 10 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Toine Goossens op
Rare conclusie die de samenstellers van deze Atlas trekken. Nederland kent een sterk gecentraliseerd beleid voor ruimtelijk ordeningsbeleid. Iedere 10 á 15 jaar wordt het beleid opnieuw geformuleerd. Als dan gekozen wordt voor ingrijpend andere regionale groeiscenario's, dan leidt dat automatisch tot het fenomeen dat deze onderzoekers achteraf denken vast stellen.
Wat zij constateren is en was de opzet.