of 59274 LinkedIn

Gemeenten moeten aan de bak met aanpak mensenhandel

Er moet meer worden gedaan aan het voorkomen van mensenhandel. Dat stelt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Gemeenten hebben daarin een belangrijke rol te vervullen.

Er moet meer worden ingezet op het voorkomen van mensenhandel, zeker door jonge daders. Dat stelt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Gemeenten hebben daarin een belangrijke rol te vervullen.

Wet Bibob

Het voorkomen van mensenhandel, het signaleren en stoppen van mensenhandel en het bieden van passende hulp zijn de drie doelen van de integrale aanpak mensenhandel, aldus Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar in zijn donderdag verschenen Dadermonitor mensenhandel 2013-2017. Gemeenten kunnen bijdragen aan het voorkomen van mensenhandel. Zo geeft de Wet Bibob gemeenten de mogelijkheid om voorafgaand aan het verlenen van een vergunning de (criminele) antecedenten van de aanvrager na te gaan. Op basis daarvan kan een gemeente besluiten om niet over te gaan tot het verlenen van de vergunning voor bijvoorbeeld een seksbedrijf.

 

Herkennen signalen

Ook bij het signaleren en stoppen van mensenhandel kunnen gemeenten een rol spelen, stelt Bolhaar in zijn rapportage. Baliemedewerkers bij gemeenten kunnen bijvoorbeeld worden getraind in het herkennen en melden van signalen van mensenhandel. Toezichthouders van gemeenten kunnen op basis van het bestuursrecht maatregelen nemen. Als sprake is van misstanden kan een burgemeester bijvoorbeeld een seksinrichting sluiten.

 

Geen goed zicht

Op dit moment is geen goed zicht op de bestuurlijke aanpak, tekent Bolhuis aan. Dat vindt hij opmerkelijk omdat het programma Samen tegen mensenhandel een belangrijke rol toedicht aan het bestuurlijk optreden tegen mensenhandel. Ook bestaat er geen volledig zicht op de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel. De aanpak van arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting blijft ernstig achter op die van seksuele uitbuiting, stelt Bolhaar. Jaarlijks worden maar zo’n 23 zaken voor de rechter gebracht. In slechts de helft van die zaken wordt ook echt iemand veroordeeld, zo blijkt verder uit de

Dadermonitor.

 

Normstelling

Het aantal verdachten van alle vormen van mensenhandel dat jaarlijks bij het Openbaar Ministerie wordt ingeschreven is in de afgelopen jaren fors gedaald: van 257 zaken in 2013 tot 144 in 2017. Er is weliswaar afgesproken dat er dit jaar 190 mensenhandelzaken naar het Openbaar Ministerie (OM) moeten en in 2022 240, maar dat is in de ogen van Bolhaar onvoldoende. ‘Het is een herstel van wat in de jaren hiervoor verloren is gegaan, terwijl een ernstig delict als mensenhandel juist vraagt om duidelijke normstelling en dus vaker strafrechtelijk aanpakken van daders.’ Opvallend is dat een kwart van de daders nog geen 23 jaar is. Bij binnenlandse seksuele uitbuiting is dit zelfs ruim een derde. Bolhaar vindt daarom dat stevig wordt ingezet op het voorkomen van mensenhandel, zeker door jonge daders.

 

Privacy

Gemeenten lopen in hun pogingen mensenhandel aan te pakken tegen privacyregels aan, zo blijkt verder uit de Dadermonitor. Zo zijn Den Haag en Amsterdam door de rechter teruggefloten. Den Haag omdat de gemeente, vooruitlopend op de invoering van de Wet regulering prostitutie en bestrijden misstanden in de seksbranche (Wrp), persoonsgegevens van sekswerkers in een gemeentelijke sekswerkersdatabase wilde registreren. Amsterdam mocht, na een lange gerechtelijke procedure, weliswaar exploitanten van seksbedrijven en sekswerkers verplichten een intakegesprek met de sekswerker te houden. Het maken van gespreksverslagen waarin bijzondere persoonsgegevens staan vermeld, mocht echter niet, zo oordeelde de Raad van State. ‘Het gevolg van deze uitspraken is dat gemeenten, vooruitlopend op de Wrp, in zeer beperkte mate het beleid kunnen voeren dat zij noodzakelijk achten om misstanden in de prostitutiebranche tegen te gaan’, aldus de Dadermonitor.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.