of 60264 LinkedIn

Gemeente Utrecht vroeg meeste Bibob-advies

Het grootste deel van de adviesaanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) kwam in 2019 van gemeenten. In totaal hebben 99 gemeenten 315 adviezen aangevraagd. De gemeente Utrecht deed de meeste aanvragen (39), gevolgd door Rotterdam (37), Amsterdam (21) en Eindhoven (15). Dat blijkt uit het Jaarverslag 2019 Landelijke Bureau Bibob.

Het grootste deel van de adviesaanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) kwam in 2019 van gemeenten. In totaal hebben 99 gemeenten 315 adviezen aangevraagd. De gemeente Utrecht deed de meeste aanvragen (39), gevolgd door Rotterdam (37), Amsterdam (21) en Eindhoven (15). Dat blijkt uit het Jaarverslag 2019 Landelijke Bureau Bibob.

Zuid-Holland en Noord-Brabant koplopers
Dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de meeste adviesaanvragen is net zo als in voorgaande jaren. Geografisch gezien komen de meeste aanvragen van provincies én gemeenten uit de provincie Zuid-Holland (82), gevolgd door Noord-Brabant (62). Het kleinste aantal adviesaanvragen komt uit de provincie Zeeland. Ook de provincie Groningen scoort niet hoog: 6. Adviesaanvragen over de sector horeca spannen opnieuw de kroon: 44 procent. Over bouwvergunningen kwam 19 procent van alle adviesaanvragen. Daarna volgen speelautomaten (9 procent), milieu (6) en seksinrichtingen (4).

Veel meer aanvullende adviezen
In 2019 zijn bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) minder reguliere adviezen (277) aangevraagd dan in 2018 (305). Wel was het aantal uitgebrachte reguliere adviezen in 2019 relatief groter (276) dan in 2018 (283). Ook zijn nog 71 aanvullende adviezen gegeven, veel meer dan in 2018 (41). Daarbij zijn 85 procent van de adviezen ook nog eens binnen de termijn van 12 weken gegeven. In 2018 was dat nog 53 procent. ‘Dit betekent dat maatregelen die het LBB eind 2018 en begin 2019 heeft genomen ter verbetering van doorlooptijden duurzaam zijn’, constateert minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker.

Minder vaak ernstig gevaar
De reguliere adviezen van het LBB zijn onder te verdelen naar mate van gevaar dat de beschikking of andere beslissing mede zal worden gebruikt om crimineel verkregen vermogen te benutten of om strafbare feiten te plegen. Het LBB concludeerde 124 maal dat ernstig gevaar bestond. Dat is 45 procent van alle adviezen en daarmee minder dan in 2018 toen dat nog meer dan de helft was (53 procent). 41 keer was de conclusie dat er een mindere mate van gevaar was en in 111 gevallen  luidde de conclusie van het LBB dat er geen gevaar voorzien werd: net als vorig jaar 40 procent.

Opmerkelijke uitspraak
Het LBB noemt de forse stijging (vorig jaar was het aandeel 18 procent van het totaal) in het aantal adviesaanvragen over bouwvergunningen zelf ‘opvallend’ en heeft haar werkwijze hierbij aangepast naar aanleiding van een recente uitspraak van de Raad van State. Het LBB wijst op de ‘opmerkelijke uitspraak’ van de Afdeling bestuursrechtspraak op 17 juli 2019. Daar kwam zij namelijk terug op de uitspraak van 14 november 2018 die ging over welke strafbare feiten relevant zijn bij de aanvraag van een bouwvergunning in het licht van het samenhangcriterium.

Strafbare feiten bij bouw tóch relevant
In 2018 kwam de Raad van State nog tot de conclusie dat bij bouwactiviteiten gepleegde strafbare feiten niet samenhangen en daarom niet bij beoordeling van het gevaar kunnen worden betrokken. Daarop kwam veel kritiek van Bibob-specialisten. In haar uitspraak in 2019 overwoog de Raad van State echter dat strafbare feiten die zijn gepleegd bij bouwactiviteiten tóch relevant zijn en bij de beoordeling van het gevaar ‘niet is uitgesloten dat strafbare feiten die al dan niet vermoedelijk zijn gepleegd bij of vanwege eerdere bouwactiviteiten, zoals overtredingen van de wetgeving inzake bouw, arbeidsomstandigheden en milieu, daarbij worden betrokken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.