of 59318 LinkedIn

Gelderland zoekt contact met buitenwereld

‘Het kan niet op de ouderwetse wijze, top down. Dan zet je jezelf als provincie buiten spel.’ Volgens Gelders gedeputeerde Jan Markink heeft de provincie geleerd van de kritiek die gemeenten en bedrijven spuiden op de trage, bureaucratische manier van werken in het provinciehuis.

Anderen laten zeggen wat ze echt van je denken. De provincie Gelderland deed zo’n partneronderzoek en raadt gemeenten nu aan hetzelfde te doen. ‘Uitermate leerzaam’, zegt Gelders gedeputeerde Jan Markink. Ook al is niet alles bepaald fijn om te horen.

In de zelfevaluatie die Gelderland liet uitvoeren door een onafhankelijke commissie klinkt gepeperde kritiek door op het provinciebestuur. Te star, te traag, te weinig wederkerigheid en een te gesloten bestuurscultuur. Het commentaar is afkomstig van de partners van de provincie: gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en onderwijs.

Verkokerd werken
Gelders gedeputeerde Jan Markink (VVD) zegt niet echt te zijn geschrokken van de kritiek. ‘Ik zie het meer als een aansporing’, reageert hij. ‘Wij kijken vaker indringend naar gemeenten. Laten we onszelf nu ook eens kwetsbaar opstellen, was onze gedachte. En, ja, dat levert kritische punten op. We werken verkokerd, daar moeten we eerlijk in zijn. Maar men waardeert wel onze insteek.’

Interessanter is de vraag in hoeverre het provinciebestuur zich iets aantrekt van het commentaar. ‘Zeker’, luidt het antwoord van Markink. ‘Anders hoef je zo’n exercitie ook niet te doen.’ Aan een aantal veranderingen wordt al gedacht. Een optie is dat gedeputeerden niet enkel meer een inhoudelijke portefeuille krijgen, maar verantwoordelijk worden voor een bepaalde regio in Gelderland, waarvoor ze als aanspreekpunt gaan fungeren. Dat moet helpen om met name gebiedsopgaven sneller en dynamischer op te pakken. Parallel daaraan gaat ook de organisatie meer opgavegericht en flexibeler werken. Deels is die nieuwe werkwijze volgens directeur Henrice Wittenhorst van de provincie al ingevoerd op de afdelingen.

Klimaatopgave
Of iedere ambtenaar dat aankan? ‘Niet iedereen’, zegt ze in alle eerlijkheid. Zoals meerdere overheden heeft ook Gelderland te maken met een vergrijsd personeelsbestand en dus met veel mensen die doen wat ze al jaren deden. Een groot deel ervan moet nu in projecten gaan werken van soms drie maanden tot vijf jaar. Zo’n 400 à 500 medewerkers kunnen inmiddels op die manier worden ingezet. ‘Elk jaar opnieuw kijken we waar de belangrijkste opgaven liggen. Op basis daarvan gaan de directies in conclaaf: dit is project, hoeveel mensen heb je daarvoor nodig? Doelen worden gekoppeld aan mensen’, zegt ze. ‘Neem de klimaatopgave’, vult Markink aan. ‘Die moet je vertalen naar de begroting. Dan moet je ook zorgen voor mensen en middelen. Als we slagen willen maken, moet daar wat gebeuren.’

 

Top-down
Provinciale Staten denken na over een andere vergaderwijze – onder andere twee keer in plaats van een keer in de maand. Dat alles zou ertoe moeten leiden sneller te kunnen schakelen met de partners, lees gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen. Wederkerigheid in die relaties wordt de norm. ‘Gebiedsopgaven, zoals de energietransitie, kun je alleen realiseren in samenspraak met de partners’, aldus Markink. ‘Het kan niet op de ouderwetse wijze, top down. Dan zet je jezelf als provincie buiten spel.’

Gemeenten helpen
Nee, wat hem betreft zal de provincie niet langer de vertragende factor zijn om een opgave in een bepaald gebied op te pakken. Het probleem ligt straks eerder, zo vreest hij, bij het rijk en de gemeenten. Bij het rijk bestaat volgens hem nog steeds de neiging zaken van bovenaf aan te vliegen en lijkt ontschot werken erg ingewikkeld. ‘En voor sommige gemeenten zijn sommige opgaven eenvoudigweg te groot’, zegt Markink. Voor de provincie ligt daar volgens hem een rol ze te ‘helpen’ op een hoger niveau te komen, waarbij hij in het midden laat hoe.

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 6 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.