of 58952 LinkedIn

Economische groei steden op het spel

© Shutterstock
© Shutterstock

Als steden niet voldoende geld krijgen voor jeugd, zorg en maatschappelijke ondersteuning, dreigt de economische groeimotor van Nederland te gaan haperen. Dat stelt de kersverse voorzitter van het Stedennetwerk G40, Paul Depla.

‘De steden zijn op dit moment de economische motor van Nederland, zij bepalen de trekkracht van de Nederlandse economie. Dan moet je er wel voor zorgen dat steden die positie blijven behouden’, aldus de Bredase burgemeester Depla, twee weken geleden benoemd tot voorzitter van de G40, als opvolger van Ferd Crone.

Dat betekent niet dat de G40 alleen maar bij het kabinet aanklopt om meer geld, voor bijvoorbeeld de uitvoering van de Wmo en jeugdhulp of de energietransitie, maar het is naast het onderling uitwisselen van kennis en ervaringen wel een belangrijk onderdeel van het werk van het stedennetwerk. ‘Steden moeten elkaar weten te vinden en elkaar versterken. Daar staan we als G40 voor. Maar we gaan ook met het kabinet in gesprek om ervoor te zorgen dat die motor kan blijven draaien. Dat betekent dat je op moet komen voor de belangen van de steden, maar ook dat je een betrouwbare partner voor het kabinet moet zijn.’

Zo willen de steden zeker een bijdrage leveren aan de energietransitie, maar daar zijn wel zorgen over. In een pittige brief aan minister Wiebes en premier Rutte benadrukt de G40 dat het vijfpuntenplan van het kabinet – waaronder de invoering van een CO2-heffing voor bedrijven, als reactie op de doorrekening van het Klimaatakkoord – met één punt moet worden uitgebreid: het betaalbaar en bereikbaar maken van de energietransitie voor de steden en hun inwoners.

Volstrekt onvoldoende
De taak die aan steden is toebedeeld in de energietransitie, zoals het coördineren van en adviseren over te nemen maatregelen, kost de G40-steden jaarlijks zeker 20 miljoen euro. De 50 miljoen die jaarlijks voor alle gemeenten en provincies in het ontwerp Klimaatakkoord staat opgenomen, is volstrekt onvoldoende. Een tweede belangrijke opgave is de decentralisatie in het sociaal domein. ‘De discussie daarover is cruciaal. Daar moet het kabinet echt boter bij de vis leveren’, stelt Depla resoluut. ‘Door dicht bij de mensen te staan, kunnen we betere zorg verlenen, maar dan moeten we daartoe wel in staat worden gesteld.’

Dat betekent dat er voldoende budget moet zijn én oog voor de toegenomen doelgroep van de Wmo en de veranderende (zwaardere) problematiek van mensen die daar een beroep op doen. Bij jeugdhulp is het volgens Depla overduidelijk dat het beschikbare budget en de verdeling ervan niet deugt. ‘Dat raakt de financiële armslag van gemeenten enorm. Ze zijn dan niet in staat om de zorg te leveren die nodig is, maar ook niet in staat om de stad verder te ontwikkelen waarmee Nederland vooruit kan worden gebracht.

Kijk eens hoeveel steden moeite hebben om, zelfs in de huidige economische hoogtijdagen, hun begroting sluitend te krijgen. Dat wordt voor het grootste gedeelte veroorzaakt door de problematiek binnen het sociaal domein.’ De G40 voert een stevige lobby voor meer geld.

Pijler veiligheid
Veiligheid is een thema dat binnen de G40 steeds prominenter op de agenda staat. ‘Veiligheid ontwikkelt zich langzaam als een aparte pijler’, aldus Depla. Tot nu toe kent de G40 er drie: de sociale, fysieke en economische pijler. De themagroep veiligheid is apart. ‘Als burgemeesters van de veertig grote steden bespreken we daar veiligheidsonderwerpen met elkaar. Dan gaat het over toezicht en handhaving, maar bijvoorbeeld ook over vuurwerk en de sinterklaasviering.’

De discussie over de toerusting van boa’s wordt volop gevoerd. ‘Op onze laatste netwerkdag hebben we twee weken geleden afgesproken dat de uitrusting van de boa’s moet passen bij hun takenpakket. Over dat principe is iedereen het eens.’ Alle G40-steden vinden dat de boa’s in ieder geval uitgerust moeten worden met bodycams en steekwerende vesten. ‘Als taken van boa’s het noodzakelijk maken dat ze ook toegerust moeten worden met handboeien en pepperspray is dat iets waar over te spreken valt. Als werkgever zijn we verplicht om ervoor te zorgen dat de boa’s op een veilige manier hun taken kunnen uitoefenen.’

Grote zorgen
Het stedennetwerk bespreekt ook de aanpak van de georganiseerde drugscriminaliteit en ondermijning; onderwerpen die Depla zeer aan het hart gaan en waar hij zich grote zorgen over maakt. ‘Het gaat om bewustwording van de risico’s ervan voor het openbaar bestuur. Ook gaan we met elkaar in gesprek over hoe weerbaar we zijn tegen de georganiseerde drugscriminaliteit, hoe we ons daar tegen kunnen wapenen en hoe we in positie gebracht kunnen worden om die ondermijning breder te kunnen aanpakken.’

Een rol als crimefighter of sheriff moeten burgemeesters niet nemen, vindt Depla. ‘Iedereen zal beseffen dat de burgemeester niet aan zet is bij het vangen en opsluiten van boeven. Dat is een kwestie van de officier van justitie en de politie. Maar wil je de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit en de criminele industrie winnen, dan moet je als gemeenschappelijke overheid gezamenlijk optrekken. Dat betekent dat iedereen zijn eigen rol moet pakken. Het Openbaar Ministerie, de officier van justitie en de politie moeten de kopstukken aanpakken en opsluiten. De criminele winsten moeten worden afgeroomd door de FIOD en de Belastingdienst en de criminele fabriekshallen moeten door ons als burgemeesters worden gesloten. Het feit dat we dat bestuursrechtelijke instrumentarium hebben om die criminele industrie ook te stoppen is een groot goed. Als de criminele industrie blijft draaien terwijl de directeur achter de tralies zit, dan heb je er als samenleving nog steeds niet heel veel mee gewonnen.’

Over de aanpak van criminaliteit als G40 met elkaar het debat voeren is belangrijk, benadrukt Depla. Het debat, het uitwisselen van kennis en het voeren van een lobby richting de landelijke politiek zijn de drie ‘poten’ van de G40, benadrukt hij meerdere keren tijdens het gesprek. 'Steden kunnen natuurlijk een groot deel van de problematiek zelf aanpakken. We hoeven niet alleen naar Den Haag te kijken. Hoewel ook belangrijk, gaat het niet alleen om de lobbykracht, maar ook of we in staat zijn als G40-steden de vraagstukken te agenderen waar het nu en in de toekomst over gaat. Dan blijf je als G40 relevant, dan blijf je aan de bal.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.