of 59244 LinkedIn

‘Donner pakte ons aanbod niet op’

Johan Remkes, de nieuwe voorzitter van het Interprovinciaal Overleg (IPO), gelooft er niets van dat Noord- Holland als zelfstandige provincie verdwijnt. ‘Wij zijn in 2023 graag weer gastheer van het IPO-jaarcongres.’

Johan Remkes speelt een thuiswedstrijd. Op het Haarlemse terras passeert de ene na de andere provinciaal bestuurder, op weg naar de ‘sociale avond’, afgelopen dinsdag op het IPO-jaarcongres. De een na de ander wordt tijdens het gesprek met Binnenlands Bestuur begroet door de Noord-Hollandse commissaris, tevens de nieuwe voorzitter van het IPO als opvolger van Jan Franssen, de Zuid-Hollandse commissaris van de koningin. Remkes kent de provinciale bestuurslaag - hij was 13 jaar gedeputeerde in Groningen - en de provincie kent hem.

 

‘Voor mijzelf was de benoeming per 1 juli 2010 een terugkeer in de provinciale moederschoot. Ik heb heel veel positieve gevoelens bij de provincie. Ik zeg niet dat het leuker is dan de gemeente of het Rijk. Maar de schakelfunctie van de provincie tussen Rijk en gemeenten heeft mij altijd bijzonder geïnteresseerd. Ik heb het IPO altijd goed gevolgd en ook toegesproken. Bij die gelegenheid heb ik de provincies opgeroepen iets minder een holle bolle Gijs te zijn. Dat ik dat zei, heeft ook met die schakelfunctie te maken. Dat de provincies de borst breder hebben gemaakt in het sociale domein, snap ik politiek gezien wel, maar het sociale domein is voor gemeenten. De provincie moet goed zijn in zijn kerntaken: ruimtelijke ordening, natuur en landelijk gebied.’

 

Randstadfusie

 

Het kabinet stoeit de laatste weken over een besluit over een mogelijke fusie van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland, maar volgens Remkes heeft de verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken Piet-Hein Donner (CDA) de uitgestoken hand van de drie provincies in het afgelopen voorjaar genegeerd en daarna contraproductief gehandeld. ‘Na het verschijnen van het regeerakkoord hebben wij als commissarissen van de koningin van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland zelf het initiatief genomen. Wij wilden twee dingen: heel praktisch samenwerken en we hebben toen ook onze bereidheid uitgesproken om zeer serieus mee te werken aan provinciale samenwerkingsvormen, waaronder ook fusie. Het enige dat wij ook gezegd hebben: minister, u moet zich daaraan committeren en het liefste hebben wij dat wij dit in uw opdracht gaan doen en in samenspraak met de drie steden, Amsterdam, Almere en Utrecht. We hebben daarover overleg gehad, maar Donner wilde niet. Als de provincies willen, moeten ze het zelf maar doen, was het antwoord. Als je dat als minister zegt, valt zo’n initiatief dood voor de deur neer. Vervolgens gaf de minister ook nog signalen af over metropoolregio-achtige mogelijkheden waar de provincies in zouden opgaan. Dat bevordert de samenwerking tussen de steden en de provincies evenmin.’

 

Of het kabinet alsnog tot fusie besluit? Remkes zegt het niet te weten. ‘Ik heb in de gesprekken gemerkt dat het kabinet intern verdeeld is. De belangrijkste boodschap wat mij betreft is: hak de knoop door. Zolang wachten, is dodelijk voor goede bestuurlijke verhoudingen! Tegen de gasten van het IPO-congres zeg ik dat wij in 2023, als Noord-Holland weer aan de beurt is het congres te organiseren, graag weer gastheer zijn.’

 

Spaghetti

 

Remkes ondervindt aan den lijve dat er nog steeds sprake is van een bestuurlijke spaghetti in en rondom Amsterdam, zoals de toenmalige hoofdstedelijke wethouder Mark van der Horst de bestuurlijke drukte omschreef. Remkes was toen minister van Binnenlandse Zaken, maar slaagde er niet in om de bestuurlijke drukte te verminderen.

 

Aan het einde van zijn kabinetsperiode kwam op Remkes’ verzoek de commissie-Kok met het scenario om een grote Randstedelijke fusie uit te voeren. ‘In de kabinetsformatie van 2007 is dat toen dood voor de deur neergevallen. De Kamerleden die eerst vonden dat er actie nodig was, veranderden bij de formatie allemaal van toon.’

 

Remkes is redelijk cynisch geworden over alle structuurdiscussies. Hij geeft er de voorkeur aan vast te houden aan het Huis van Thorbecke met Rijk, provincies en gemeenten. Daarom steunt hij de voorgenomen afschaffing van de stadsregio’s, de zogeheten Wgr-plusgebieden. ‘De provincies hebben soms te veel gaten laten liggen.’

 

In het pleidooi van de Arnhems- Nijmeegse stadsgewest-voorzitter Jaap Modder om juist van Amsterdam een groter en sterk stadsgewest te maken, ziet Remkes niets. ‘De hooggeleerde heer Modder heeft de idee dat besturen de economische dynamiek bepalen. Rondom Amsterdam wordt op een netwerkachtige wijze samengewerkt.

 

Dat gaat uitstekend. De verhoudingen met de burgemeester van Amsterdam zijn goed. Bovendien zijn er talloze voorbeelden die aantonen dat het probleem niet ligt bij de bestuurlijke organisatie, zie de verdieping en de doortrekking van de A4 bij Midden-Delfland.’

 

Herindeling

 

De nieuwe IPOvoorzitter ergert zich aan het ontbreken van kabinetsbeleid voor gemeentelijke herindeling. Om de bestuurlijke drukte te verminderen, zou het helpen als er ‘een innerlijk consistent kabinetsbeleid voor gemeentelijke herindeling’ zou zijn.

 

Remkes: ‘Het is pappen en nathouden. De criteria draagvlak en regionale versterking zijn niet evenwichtig. Je kunt mij niet uitleggen dat de vorming van de grote gemeente Súdwest Fryslàn regionaal evenwichtig te noemen is. Herindelingen moeten ook duurzaam zijn.

 

Als minister heb ik nog een herindeling van Medemblik gedaan. Toen ik hier kwam als commissaris kwam er weer een herindeling waarin Medemblik participeert voorbij. Ik snap alle gevoeligheden best, maar ik laat mij niet zeggen dat het beleid voor gemeentelijke herindeling een serieuze aanpak van de bestuurlijke drukte inhoudt. Er zit ook nog een principiële kant aan: we krijgen als provincie meer taken op het gebied van ruimtelijke economie, natuur en landelijk gebied. Als we die willen uitvoeren, moet dat wel kunnen met een bestuurlijke organisatie die daartoe in staat is. Bovendien worden ons de duimschroeven aangedraaid: provincies krijgen minder mogelijkheden om bestuurlijke knelpunten op te lossen.’

 

Vraagtekens

 

Remkes wordt als nieuwe IPO-voorzitter geconfronteerd met twijfels over het nut van de koepelorganisatie. Onder andere Remkes’ eigen Noord-Holland zette vraagtekens bij het IPOlidmaatschap. Remkes liet er in zijn toespraak op het jaarcongres geen misverstand over bestaan dat hij pal staat voor de provinciekoepel. ‘Het IPO zal een IPO van de twaalf provincies zijn, of het IPO zal niet zijn.’

 

Remkes gaat er vanuit dat de rijen gesloten worden en dat het IPO blijft bestaan. ‘Mijn opvatting is dat wanneer één provincie afhaakt, dat materieel het einde van het IPO betekent. Je geloofwaardigheid als gezamenlijke provincies is dan aanzienlijk minder geworden. Je kunt je dat niet veroorloven. Maar ik heb niet het beeld dat het zover komt. Met het IPO zijn we serieus aan een veranderingstraject begonnen.’

 

Onder de druk van de provincies wordt de personeelsbezetting op het Haagse kantoor van het IPO met 30 procent gekort. Ook zal het IPO zich focussen op onderwerpen die alle twaalf provincies raken.

 

‘Onze prioriteit ligt bij onze kerntaken en onderwerpen die alle provincies aangaan zoals de vorming van de RUD’s, de regionale uitvoeringsdiensten, en een fatsoenlijke overgang van de jeugdzorg naar de gemeenten.'

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jaap Modder (voorzitter stadsregio Arnhem-Nijmegen) op

Als minister maakte hij korte metten met het voorstel van de commissie-Geelhoed om een schaalvergroting van provincies te bewerkstelligen. Als commissaris van de koningin in Noord Holland is hij nu voor. Als IPO-voorman is hij tegen. Als minister was Johan Remkes de man die de stedelijke regio’s een kopje kleiner maakte. Hij was de minister die kwam met een voorstel voor Plus-regio’s.

Als IPO-man wil hij die nu weer afschaffen. Laten we het er maar op houden dat een wijs man met zijn tijd mee gaat. En sommige wijze mannen kunnen veel beter vertellen wat zij niet willen dan wat ze wel willen. Toegegeven, ook de ministers na Johan Remkes vermeden behendig ook maar met een vinger te wijzen naar het dossier ‘Organisatie Binnenlands Bestuur’, soms met de vermelding dat daar toch geen eer aan te behalen viel. Sinds oktober 2010 zit er een kabinet dat de kat wel de bel wil aanbinden.

Minister van Binnenlandse Zaken Donner kondigde een visie op het binnenlands bestuur aan. Amsterdam meldde naar een metropoolregio te willen groeien. Nu moesten de provincies ook wat doen. Noord-Holland, Utrecht en Flevoland kwamen met het voornemen een fusie te onderzoeken. Wat ze daarna deden weet niemand.

Nu neemt Donner het idee over en nu zijn Utrecht en Flevoland tegen. IPO-voorman Remkes ook. Balletje balletje. In het interview zegt Remkes dat ondergetekende denkt dat besturen de economische dynamiek bepalen.

Niets is minder waar. Mijn stelling is dat het openbaar bestuur zich maar beter kan aanpassen aan de economische en maatschappelijke dynamiek. Dat schreef ik mede naar aanleiding van een studie van het Centraal Planbureau (Stad en Land) waarin onder andere werd gesteld dat provincies op een schaal opereren die niet meer aansluit op de nieuwe werkelijkheid van de kenniseconomie van de 21ste eeuw en de leefwereld van de moderne Nederlander.

 

Dit kabinet zet alle kaarten op provincies. Dat heeft de uitstekend functionerende lobbymachine van het IPO goed voor elkaar gekregen. Zo blijft onder leiding van Johan Remkes alles keurig bij het oude.

Door Friso de Zeeuw (praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en Directeur Nieuwe Markten Bouwfonds Ontwikkeling) op
Voorstellen voor een reorganisatie van het binnenlands bestuur hebben één ding gemeen: ze gaan meestal niet door. Om de 5 á 10 jaar jaar passeren voorstellen voor grote regiogemeenten dan wel stadsprovincies, het opheffen van provincies of omvormen tot landsdelen de revue. Het heeft veel weg van bezigheidstherapie voor volwassenen.

Met vallen en opstaan, lukt de geleidelijke schaalvergroting van gemeenten en waterschappen nog wel. De ervaring leert echter dat naarmate de voorgenomen ingreep groter is, de plannenmakers meer weerstand oproepen. En de verzetsstrijders zitten allemaal dicht bij het politieke vuur.

Het idee voor een fusie tussen de provincies Noord- Holland en Utrecht - onderdeel van de plannen van minister Donner voor ‘hervorming’ van het binnenlands bestuur - behelst een relatief kleine ingreep waar veel voor te zeggen valt. De maatschappelijke en economische banden tussen Amsterdam en Utrecht worden steeds hechter. Je ziet het aan de infrastructuur: vijf drukbereden rijstroken per rijrichting en een treinverbinding die feitelijk als metro functioneert. De kenniseconomieen van beide regio‘s ontwikkelen zich voorspoedig.

Amsterdam is internationaal georiënteerd, Utrecht vooral nationaal. Utrecht raakt verlost van de ongekende bestuurlijke drukte die men in die provincie heeft gecreëerd: stad, provincie en twee regiobesturen zitten elkaar in de nek te hijgen. En, mooi meegenomen: in Noord-Holland hangt de Gooi- en Vechtstreek er niet meer bij als enclave in Utrecht.

Het momentum om deze fusie tot stand te brengen is echter al weer voorbij. Bij de lancering van het plan, een paar maanden geleden, had minister Donner gelijk gemotiveerd een heldere opdracht tot uitwerking moeten geven, precies zoals de commissarissen van de koningin hadden gevraagd. Door dat na te laten, wonnen de sceptici snel terrein. Flevoland haakte al snel af (logisch, want die provincie is maar voor een klein deel op de Noordvleugel georienteerd), daarna trok Utrecht zich terug en deed Noord-Holland er alles aan om geen enthousiasme uit te stralen.

Poging grondig verknald. Dat was het dan weer. Wat we nu gaan zien, is een zinloze bureaucratische oefening met veel papierschuiverij en dure overleggen. Behalve wat gemummel over ‘beter samenwerken’ zal het tot niets leiden. Stop ermee, zou ik uit naam van de belastingbetaler willen zeggen. En over een paar jaar een nieuwe poging.