of 58952 LinkedIn

‘De stemming was opperbest’

De tijd was rijp voor Binnenlands Bestuur zegt oud-redacteur Tom Eijsbouts (72), over de lancering van het blad in 1980. ‘Gemeenten stonden aan de vooravond van een herindelingsgolf en van de modernisering van de publieke sector. Het tijdperk van Swiebertje was voorbij; gemeenten waren in de ban gekomen van de ideologie van het new public management.

Emeritus hoogleraar Tom Eijsbouts was in de beginjaren redacteur van Binnenlands Bestuur. De abonnees kregen duidelijk te verstaan dat de redacteuren journalist waren en geen beleidsambtenaar. ‘Voorspelbare verhalen zijn de dood in de pot.’

Oud-redacteur Tom Eijsbouts

De tijd was rijp voor Binnenlands Bestuur zegt oud-redacteur Tom Eijsbouts (72), over de lancering van het blad in 1980. ‘Gemeenten stonden aan de vooravond van een herindelingsgolf en van de modernisering van de publieke sector. Het tijdperk van Swiebertje was voorbij; gemeenten waren in de ban gekomen van de ideologie van het new public management.

De overheid moest efficiënter en bedrijfsmatiger werken. Deze mode is gelukkig over haar top, maar die tijd bracht wel een enorme beweging onder ambtenaren en ambitie bij gemeenten teweeg om gespecialiseerde mensen aan te trekken. Binnenlands Bestuur was er niet voor de bestuurders, het blad was er vooral voor de ambtenaren. Het moest het leidende advertentiemedium worden voor die banen in het lokaal bestuur.’

Modernisering van het lokaal bestuur én emancipatie van de ambtenarij waren in het begin van de jaren 80 twee belangrijke thema’s voor de redactie van Binnenlands Bestuur. ‘Ambtenaren kwamen uit een traditie van gehoorzaamheid en plichtsbetrachting. Daarvan bevrijdden ze zich, mede met behulp van Binnenlands Bestuur. Hun gezichtspunten kwamen tot uitdrukking in het blad. Dat had niet zozeer te maken met de inkleuring van de feiten, maar vooral met het geven van informatie die de redactie betekenisvol vond.’

Deze ‘bevrijding’ onder invloed van denkbeelden over de vierde macht, is overigens veel te ver gegaan, vindt de emeritus hoogleraar Europees constitutioneel recht aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Jongeren die bestuurskunde gaan doen en ambtenaar worden, denken nog steeds dat ze daarmee zelf de weg naar wereldverbetering plaveien. Dat is een vergissing. Het leidt tot frustratie en ongelukken. Wie de wereld wil veranderen, moet de politiek ingaan, niet de ambtenarij.’

Rode rakkers
De rode rakkers met snorren, baarden en grote brillen die de redactieburelen bevolkten, waren een randstedelijk gezelschap: hoofdredacteur Jos Dumont, eindredacteur Jan Willem Luger en verslaggever Tom Eijsbouts. De drie, aangevuld met secretaresse Leonore Keijzer, zetelden in de Johannes Vermeerstraat 54 in Amsterdam- Zuid. ‘Dat kwam goed uit, want de krakersrellen waren om de hoek. We schreven erover en gaven er een draai aan die dichter lag bij de angsten van de bestuurders in het land ’, aldus Eijsbouts.

Het café was ook om de hoek. Als een bezetene tikken op de Remington – ‘we werkten ons de blubber’– om vervolgens te ontspannen aan de toog. ‘De stemming was opperbest’, herinnert hij zich. ‘Dat is vanzelf zo als je onder grote druk iets nieuws begint. Het blad was onmiddellijk een succes, hoewel het in de dip van de jaren 80 een oplawaai kreeg en de uitgever Binnenlands Bestuur wilde opheffen.’ In het eerste nummer van Binnenlands Bestuur (11 januari 1980) waarschuwde toenmalig hoofdredacteur Jos Dumont de lezers: de redacteuren waren geen beleidsambtenaren. ‘Wij zijn journalist. We werken in journalistieke onafhankelijkheid. Dat bepaalt voor een groot deel het karakter van dit nieuwsvakblad’, aldus Dumont.

‘Die formule was simpel en gezond’, zegt oud-redacteur Eijsbouts veertig jaar later. ‘Als je een leuk blad wilt maken, dan moet je je onafhankelijke status vooropstellen. Daarom was het ook wel goed dat we die baarden en snorren droegen. Als je je als redacteur vereenzelvigt met het openbaar bestuur, dan ben je verloren en kom je in de technopraat terecht. Dat is de dood in de pot. Binnenlands Bestuur had affiniteit mét het openbaar bestuur, maar was niet ván het openbaar bestuur. De ambtenaar of de wethouder over wie werd geschreven, zou dat wel willen, maar de lezer wilde dat niet. Sterker: als lezer zou die ambtenaar of wethouder het zelf ook niet willen. Wie wil er nou voorspelbare verhalen lezen?’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Hans op
Kan me de columns van K. van Houte (inclusief zijn echte naam) nog levendig herinneren: ik verslond ze!