of 59244 LinkedIn

De provincie is een gevoel

De provincie doet mensen best wat, maar niet als bestuurslaag, stelt de Brabantse hoogleraar Jos Swanenberg.

De provincie doet mensen best wat, maar niet als bestuurslaag. Wel als romantisch idee dat met symbolen wordt omkleed. Een lied, een vlag, een streekgerecht. ‘Het gaat niet om een identiteit die in ons bloed zit’, zegt de Brabantse hoogleraar Jos Swanenberg.

Volkslied

Elf van ’s lands twaalf provincies hebben hoogdravende volksliederen. De enige provincie die het zonder moet stellen, is Noord-Brabant. ‘En laat dat nou bij uitstek een provincie zijn waar de provincie een warm gevoel oproept bij de inwoners’, weet bijzonder hoogleraar diversiteit in taal en cultuur in Brabant Jos Swanenberg (50). Niet dat Brabant het niet heeft geprobeerd. Maar eind 2006 meldt het provinciebestuur dat de Brabanders niets voelen voor een volkslied. Dat deden ze wel; dat was juist het probleem, vermoedt ‘Brabantoloog’ Jos Swanenberg. ‘In Zuid-Holland kan niemand het volkslied wat schelen; hier in Brabant liggen we er bij wijze van spreken wakker van.’

 

Cultiveren

Hoogleraar Swanenberg (hij verdeelt zijn tijd tussen de Universiteit van Tilburg en het kennis- en expertisecentrum Erfgoed Brabant in Den Bosch) is een rasechte Brabo. Wat is dat Brabantse provinciegevoel? Waar komt het vandaan? Swanenberg: ‘Iedereen kan een Brabantse jongen of Brabants meisje zijn. Zoiets zit niet in je bloed en ook niet in de bodem – juist niet. Je bent het als je jezelf zo voelt en als je het wij-gevoel deelt. De provinciale identiteit is een idee dat wordt gecultiveerd door het gebruik van symbolen zoals de vlag, een lied of een streekgerecht.’


Eigenheid

De provinciale of regionale eigenheid is vooral wat je er zelf van maakt, zegt Swanenberg. En hoe anderen je zien. ‘Hier in het zuiden denk je: alles boven de grote rivieren is hetzelfde, en boven de grote rivieren denk je: het zuiden is één pot nat. Die zachte g alleen al, en de afscheidsroep houdoe. Zo’n woord werkt als sjibbolet, dat wil zeggen dat je aan je taal wordt herkend als Brabander wanneer je houdoe zegt. Bovendien werkt het als symbool, want met houdoe zeg je een woord dat niet alleen letterlijk tot ziens, het ga je goed betekent, maar het identificeert ook. De verstaander denkt, hé, een Brabander, of vooruit een Brabo. Zo’n afscheid is een talig paspoort.’

 

Onbekend

De Statenverkiezingen hebben niets met provinciegevoel te maken, stelt Swanenberg. In Flevoland geven relatief veel kiezers aan dat de provinciale politiek ‘veel invloed heeft’. Veel meer dan in Brabant, waar slechts vier procent van de inwoners vindt dat de provincie als bestuurslaag ertoe doet in het dagelijks leven. Dat is het laagste percentage van alle provincies, meldde Binnenlands Bestuur onlangs. Brabanders hebben geen hekel aan de provincie, maar zien het belang er niet van, onderzocht de Universiteit van Tilburg vorig jaar. Ze weten ook niet wat de provincie doet.

 

Minste stemmers

Juist in de provincies met de hoogste provinciale identiteit wordt het minst gestemd voor de Staten. ‘Dat lijkt op het eerste gezicht onbegrijpelijk, maar dat is het niet per se’, zegt Swanenberg. ‘De sociale druk om te stemmen is verdwenen. Brabant is de laatste decennia radicaal veranderd. De provincie is verstedelijkt; de dorpen zijn aan elkaar gegroeid. Van de roomse boerencultuur is niets meer over. De kerk doet er niet meer toe en boeren horen niet meer bij Brabant.’ Swanenberg wil maar zeggen: het wij-gevoel in de provincie draait om cultuur en denkbeelden, niet om politiek.  


Lees het hele interview in Binnenlands Bestuur nr. 5 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Totaal overbodige n zeer dure bestuurslaag op
Men kan de Provincie wel proberen op te leuken, het is en blijft een totaal overbodige, dure, luxe, bestuurslaag, met veel luxe, riante salarissen en regelingen.

Burgers worden geheel uitknepen, nu en in de toekomst en wensen niet meer voor dit soort luxe speeltjes te betalen.

Bovendien klotst het geld er tegen de plinten en is dit belastinggeld, wat in deze dure tijden ntuurlijk in zijn geheel terug moet naar de belastingbetaler.

Als de Provincie het hier moeilijk mee heeft wil voorstellen dat ze alle financiële gegevens maar eens een keer openbaren, daar heeft de belastingbetaler recht op in een democratie.

Wat we zien is enorm veel tegenwerking om te openbaren, waarom zou dat nu zijn? De bekende strijkstok?

Geen eerlijke cijfers? = ook einde Provincie